Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:168

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
27-01-2017
Zaaknummer
23-002423-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

rijden terwijl rijbewijs ongeldig is verklaard, GB 750,00/15 dagen VH

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002423-16

datum uitspraak: 25 januari 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 december 2014 in de strafzaak onder parketnummer 96-180761-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 januari 2017.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 5 mei 2013 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, BE, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Albert Cuypstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het een vonnis is als bedoeld in artikel 378a Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 5 mei 2013 te Amsterdam terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, BE, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Albert Cuypstraat, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, van die categorie (B) heeft bestuurd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 750 eventueel in termijnen te betalen, indien deze niet wordt voldaan en verhaal niet mogelijk is te vervangen door 15 dagen hechtenis.

De raadsman heeft het hof verzocht, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, af te zien van het opleggen van een gevangenisstraf en de vordering van de advocaat-generaal te volgen. Hij heeft niet verzocht om betaling in termijnen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte en diens financiële situatie. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft een in het belang van de verkeersveiligheid jegens hem genomen maatregel genegeerd door als bestuurder met een motorrijtuig op de openbare weg te rijden, terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Dit is een ernstig feit.

Het hof slaat verder acht op het feit dat uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 december 2016 blijkt dat de verdachte eerder al transacties heeft voldaan ter zake van rijden onder invloed.

Het hof houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting besproken en ziet hierin aanleiding af te zien van het opleggen van een gevangenisstraf.

Met de advocaat-generaal en de raadsman acht het hof, alles afwegende en rekening houdend met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. A.M. van Woensel en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 januari 2017.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...........]