Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:1525

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-04-2017
Datum publicatie
28-04-2017
Zaaknummer
200.200.796/01 GDW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TGDKG:2016:96
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klagers verwijten de gerechtsdeurwaarder dat deze de door hen gegeven opdracht niet conform hun verzoek en evenmin voortvarend heeft uitgevoerd.

De kamer heeft de klacht gegrond verklaard en de maatregel van berisping met aanzegging opgelegd.

Het hof acht de klacht eveneens gegrond en legt de maatregel van berisping op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.200.796/01 GDW

nummer eerste aanleg : 808.2015

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 25 april 2017

inzake

[naam] ,

gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,

appellante,

gemachtigde: mr. J.D. van Vlastuin, advocaat te Veenendaal,

tegen

[naam] en [naam] ,

beiden wonend te [plaats] ,

geïntimeerden,

gemachtigde: mr. [naam]

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante (hierna: de gerechtsdeurwaarder) heeft op 7 oktober 2016 een beroepschrift
- met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 2 september 2016 (ECLI:NL:TGDKG:2016:96). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van geïntimeerden (hierna: klagers) gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd met de aanzegging dat, indien andermaal door de gerechtsdeurwaarder een van de in artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet bedoelde handelingen of verzuimen wordt gepleegd, een geldboete, schorsing of ontzetting uit het ambt zal worden overwogen.

1.2.

Klagers hebben op 16 november 2016 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.

1.3.

Op 25 januari 2017 zijn van klagers aanvullende producties (producties 8 t/m 12) ontvangen.

1.4.

Van de zijde van de gerechtsdeurwaarder zijn op 26 januari 2017 aanvullende producties (producties 5 t/m 8) ontvangen.

1.5.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 16 februari 2017. De gerechtsdeurwaarder, vergezeld van haar gemachtigde, is verschenen. Klagers, vergezeld van hun gemachtigde, zijn eveneens verschenen. Allen hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Kort weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1.

De gemachtigde van klagers heeft bij e-mail en brief van 11 augustus 2015 het kantoor van de gerechtsdeurwaarder opgedragen een ten gunste van klagers gewezen ontruimingsvonnis te betekenen en te executeren. Daarbij heeft de gemachtigde ten aanzien van de huurder vier verhaalsmogelijkheden aangegeven, waaronder een vordering tot schadevergoeding op [verzekeringsmaatschappij] . De grosse van het vonnis is als bijlage bij de brief meegestuurd. De brief vermeldt voorts, voor zover van belang:

“(…) Ik verzoek u zo spoedig mogelijk voor betekening en bevel zorg te dragen en, (…) zo spoedig mogelijk alle mogelijke maatregelen tot uitwinning te nemen. (…)”

3.2.2.

Bij e-mail van 12 augustus 2015 heeft een collega van de gerechtsdeurwaarder bevestigd dat de opdracht was ontvangen en zou worden uitgevoerd. In die e-mail is vermeld dat de gemachtigde nog een officiële ontvangstbevestiging zal krijgen.

3.2.3.

Op 20 augustus 2015 heeft de gemachtigde van klagers gebeld met het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, omdat nader bericht uitbleef. De medewerker die hij aan de lijn kreeg, zei hem nog niet over de stukken te beschikken. De gemachtigde zou later die dag worden teruggebeld, hetgeen niet is gebeurd.

3.2.4.

Op 21 augustus 2015 heeft de gemachtigde opnieuw gebeld. Hij kreeg te horen dat waarschijnlijk op maandag 24 augustus 2015 tot betekening van het vonnis zou worden overgegaan. Omdat de gemachtigde tot meer spoed heeft gemaand, is het vonnis nog dezelfde dag betekend.

3.2.5.

Op 24 augustus 2015 heeft het kantoor van de gerechtsdeurwaarder via het UWV informatie over inkomsten van de huurder opgevraagd.

3.2.6.

Op 27 augustus 2015 heeft een collega van de gerechtsdeurwaarder op het zaakadres van de huurder een beslagpoging roerende zaken gedaan. De inboedel stelde volgens de collega niet veel voor.

3.2.7.

Op 27 augustus 2015 heeft de gemachtigde opnieuw gebeld omdat hij de op 12 augustus 2015 toegezegde bevestiging nog niet had ontvangen en evenmin iets had vernomen over de voortgang van de zaak. Hij zou later die dag worden teruggebeld, hetgeen niet is gebeurd.

3.2.8.

Op 28 augustus 2015 heeft een collega van de gerechtsdeurwaarder beslag gelegd op de bankrekening van de huurder.

3.2.9.

Bij e-mail van 28 augustus 2015 heeft de gemachtigde zich beklaagd over het telefoongesprek dat op 27 augustus 2015 had plaatsgevonden.

3.2.10.

Op 2 september 2015 heeft het kantoor van de gerechtsdeurwaarder de gemachtigde een kostenvoorschot gevraagd in verband met de geplande ontruiming. Dat voorschot is niet betaald.

3.2.11.

De gemachtigde heeft op 4 september 2015 per e-mail een klacht ingediend bij het kantoor over de wijze van behandeling van de zaak. De gemachtigde had geen reactie ontvangen op zijn eerdere e-mail en was niet geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van de bij de opdracht genoemde executiemaatregelen. In de e-mail heeft de gemachtigde voorts gemeld dat de bedrijfsruimte niet meer conform het vonnis behoefde te worden ontruimd, omdat de huurder die inmiddels had verlaten.

3.2.12.

Hierna heeft de gemachtigde nog gecorrespondeerd met de advocaat van de voormalige huurder. Hij heeft in oktober 2015 vernomen dat de voormalige huurder met de gerechtsdeurwaarder een betalingsregeling had getroffen.

4 Standpunt van klagers

Klagers verwijten de gerechtsdeurwaarder dat deze de door hen gegeven opdracht niet conform hun verzoek en evenmin voortvarend heeft uitgevoerd. Volgens klagers hebben zij tot op het moment van de indiening van de klacht op 21 september 2015 niet de toegezegde formele ontvangstbevestiging, geen kopie van het exploot van betekening en bevel en niet de gevraagde informatie over de stand van zaken, meer in het bijzonder over de uitwinning, ontvangen, hoewel daarom meermalen is verzocht. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder blijkbaar buiten hen om een betalingsregeling met de huurder getroffen, terwijl in de opdrachtbrief was verzocht om geen enkele coulance meer te betrachten. Ten slotte heeft de gerechtsdeurwaarder ondanks de opdracht daartoe geen derdenbeslag gelegd onder de verzekeraar van de huurder.

5 Standpunt van de gerechtsdeurwaarder

5.1.

De gerechtsdeurwaarder heeft in hoger beroep erkend dat de opdracht van klagers niet op een juiste wijze is uitgevoerd. Volgens de gerechtsdeurwaarder is dit te wijten aan een tijdelijke onderbezetting van de behandelende afdeling. Door deze onderbezetting is pas na het telefoontje van de gemachtigde op 20 augustus 2015 geconstateerd dat de originele stukken nog niet waren ontvangen. De officiële ontvangstbevestiging was al op 14 augustus 2015 aan de postbus van de gemachtigde verzonden.

Bij het niet juist oppakken van de opdracht en het niet goed communiceren met de gemachtigde heeft daarnaast een rol gespeeld dat de zaak in behandeling is gegeven bij de afdeling huurzaken, omdat er een ontruimingsvonnis lag. Genoemde afdeling is niet gewend te communiceren met individuele opdrachtgevers zoals de gemachtigde van klagers, omdat die afdeling enkel te maken heeft met vaste grote cliënten.

5.2.

Voorts is erkend dat is verzuimd om met spoed beslag te leggen onder de verzekeraar van huurder, [verzekeringsmaatschappij] . Tevens zijn de door de gemachtigde van klagers opgevraagde afschriften van stukken niet toegezonden.

5.3.

Met de huurder is geen afbetalingsregeling getroffen, zoals klagers stellen, maar de huurder heeft wel in september 2015 een voorstel tot afbetaling gedaan. Bedoeld voorstel had volgens de gerechtsdeurwaarder meteen aan de gemachtigde van klagers voorgelegd moeten worden en niet pas op 11 november 2015.

5.4.

De gerechtsdeurwaarder heeft inmiddels wijzigingen in de organisatie van het kantoor doorgevoerd om herhaling te voorkomen. Zo is een klantteam advocatuur opgericht. Deze afdeling ziet thans toe op de juiste afhandeling van individuele dossiers zoals het onderhavige.

6 Beoordeling

6.1.

De gerechtsdeurwaarder heeft bij de kamer aangevoerd dat zij binnen het kantoor verantwoordelijk is voor de wijze waarop de zaak is behandeld. Het hof zal daarvan, evenals de kamer, uitgaan bij de beoordeling van de klacht.

6.2.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder de opdracht van klagers niet op een juiste wijze en onvoldoende voortvarend heeft opgepakt. Wanneer de zaak in een eerder stadium voortvarender zou zijn opgepakt had het vonnis eerder kunnen worden betekend. Met de gemachtigde is onvoldoende gecommuniceerd; hij is telkens niet teruggebeld en op verzoeken om hem op de hoogte te stellen van de gang van zaken is niet gereageerd. Dit klachtonderdeel is gegrond.

6.3.

Voorts is niet met bekwame spoed beslag gelegd onder [verzekeringsmaatschappij] , zodat een van de door de gemachtigde van klagers opgegeven verhaalsmogelijkheden niet (tijdig) is benut, met alle risico’s van dien. Dat beslag is uiteindelijk wel gelegd, maar pas na de mondelinge behandeling in eerste aanleg, zoals uit de stukken blijkt. Dit klachtonderdeel is eveneens gegrond.

6.4.

Klagers stellen dat zij geen opdrachtbevestiging hebben ontvangen. De gerechtsdeurwaarder heeft in eerste aanleg echter een kopie van de opdrachtbevestiging in het geding gebracht. Bij deze stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat de klacht gegrond is.

6.5.

Voorts had het voorstel tot afbetaling van de voormalig huurder reeds in september 2015 aan de gemachtigde van klagers moeten worden voorgelegd, nadat de gerechtsdeurwaarder daarvan op de hoogte was geraakt, zoals de gerechtsdeurwaarder ook heeft erkend. Dit klachtonderdeel is gegrond.

6.6.

De gerechtsdeurwaarder is niet verplicht - tussentijds - aan zijn opdrachtgever afschriften te verstrekken van elk ambtelijk stuk, zoals klagers menen. Die verplichting bestaat wel als de gerechtsdeurwaarder aan zijn opdrachtgever kosten voor de verrichte ambtshandeling in rekening brengt. Dat was in de onderhavige zaak (nog) niet het geval. Dat gold temeer niet, nu klagers het gevraagde voorschot niet aan de gerechtsdeurwaarder hadden voldaan. Van door klager gedane verzoeken tot het tussentijds verstrekken van die afschriften is het hof niet gebleken. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond.

Maatregel

6.7.

Uit het voorgaande volgt dat de klacht gegrond is, zoals de kamer ook heeft geoordeeld. Gezien de ernst van het tuchtrechtelijk verwijt acht het hof hiervoor de maatregel van berisping op zijn plaats, maar het hof ziet, anders dan de kamer, geen aanleiding deze te voorzien van een “aanzegging” nu niet is gebleken dat sprake is van structurele tekortkomingen en de gerechtsdeurwaarder aannemelijk heeft gemaakt dat zij inmiddels maatregelen heeft getroffen om kwesties als de onderhavige te voorkomen.

Conclusie

6.8.

Het hof legt een andere maatregel op dan de kamer. Het hof zal de beslissing van de kamer omwille van de duidelijkheid in zijn geheel vernietigen en een nieuwe beslissing geven.

6.9.

Aan het aanbod van klagers tot het horen van getuigen gaat het hof voorbij omdat geen feiten of omstandigheden te bewijzen zijn aangeboden die tot een andere beslissing kunnen leiden.

6.10.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.11.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 Beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing;

en, opnieuw beslissende:

- verklaart de klacht gegrond en legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2017 door de rolraadsheer.