Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:147

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-01-2017
Datum publicatie
23-03-2017
Zaaknummer
200.189.286/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appel van ECLI:NL:RBNHO:2016:523. Verstekarrest. Non-concurrentiebeding en relatiebeding in overeenkomst van opdracht (onder meer dienstverlening als gastheer). Anders dan de eerste rechter oordeelde, zijn er wel werkzaamheden verricht die in strijd zijn met het non-concurrentiebeding en het relatiebeding. Toewijzing van de alsnog in appel ingestelde vordering van een boete van

€50.000,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1520
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.189.286/01

zaaknummer rechtbank : 4363254 / CV EXPL 15-7194

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 januari 2017

inzake

RUSH SAFETY SERVICES B.V.,

gevestigd te Purmerend,

appellante,

advocaat: mr. R.J. van Velzen te Alkmaar,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonend te Amsterdam,

geïntimeerde,

niet verschenen.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Rush en [geïntimeerde] genoemd.

Rush is bij dagvaarding van 4 april 2016 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, sectie kanton, locatie Haarlem (hierna: de kantonrechter) van 3 februari 2016, gewezen tussen Rush als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde.

Ter rolle van 19 april 2016 is tegen [geïntimeerde] verstek verleend.

Rush heeft een memorie van grieven, tevens houdende vermeerdering van eis, met productie genomen en heeft bewijs van haar stellingen aangeboden.

Rush heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog – uitvoerbaar bij voorraad – haar vorderingen zal toewijzen en [geïntimeerde] zal veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen [geïntimeerde] uit hoofde van het bestreden vonnis heeft ontvangen vermeerderd met rente, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties. In haar memorie van grieven heeft zij haar eis vermeerderd en gevorderd dat het hof, uitvoerbaar bij voorraad:

[geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 50.000,-;

[geïntimeerde] zal veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen door Rush ter uitvoering van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] is voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van betaling door Rush;

[geïntimeerde] zal veroordelen in de proceskosten van beide instanties;

[geïntimeerde] zal veroordelen in de nakosten.

De memorie van grieven, tevens houdende vermeerdering van eis is op 16 juni 2016 aan [geïntimeerde] betekend.

Ten slotte heeft Rush arrest gevraagd.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het in deze zaak gewezen vonnis onder “De feiten” de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt.

3 Beoordeling

3.1.

Rush is als opdrachtgever met [geïntimeerde] , de opdrachtnemer, een overeenkomst van opdracht aangegaan met ingang van 16 januari 2015 voor de duur van twee jaar. De opdracht bestaat uit “Beveiliging medewerker/gastheer/toezichthouder”. [geïntimeerde] heeft de opdracht (onder andere) uitgevoerd bij LIFE Music and more (hierna: LIFE) in Hoorn.

De overeenkomst bevat, voor zover van belang, het volgende:

“7. Non-concurrentiebeding

a. Opdrachtnemer verbindt zich om zowel tijdens de arbeidsovereenkomst als gedurende een periode van 1 jaar na het einde daarvan, direct noch indirect, noch voor zichzelf noch voor anderen, in enigerlei vorm werkzaam of betrokken te zijn in of bij het geplaatste object waarvoor opdrachtnemer werkzaam was voor opdrachtgever

b. (. . .)

c. Indien opdrachtnemer in strijd met zijn verplichtingen uit hoofde van het bepaalde onder leden a (. . .) van dit artikel handelt, zal hij in aan opdrachtgever zonder dat enige ingebrekestelling vereist is voor iedere overtreding een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete verbeuren ten bedragen van €25.000,= en van € 1.000,= voor iedere dag dat de overtreding voortduurt. (. . .)

8. Relatiebeding

a. opdrachtnemer verbindt zich zowel gedurende het bestaan van de overeenkomst als gedurende een periode van een jaar na de beëindiging daarvan, op enigerlei wijze, direct noch indirect, noch voor zichzelf, noch voor anderen, in enigerlei vorm professionele diensten te verrichten of doen verrichten voor en/of op enigerlei wijze in contact te treden (actief en/of passief) met klanten en/of relaties van opdrachtgever en/of afnemers van producten en/of diensten van opdrachtgever (. . .), behoudens uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming van opdrachtgever.

b. Met klanten en/of relaties van opdrachtgever, zoals opgenomen in lid a van dit artikel worden in ieder geval bedoeld de relaties van opdrachtgever (. . .), waarmee opdrachtgever gedurende dan wel voorafgaand aan de beëindiging van de overeenkomst op enigerlei wijze (zakelijk) contact heeft gehad.

(. . .)

d. Indien opdrachtnemer in strijd met zijn verplichtingen uit hoofde van het bepaalde onder leden a en b van dit artikel handelt, zal hij aan opdrachtgever zonder dat enige ingebrekestelling vereist is aan opdrachtgever voor iedere overtreding een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete verbeuren ten bedragen van €25.000,= en van €1.000,= voor iedere dag dat de overtreding voortduurt. (. . .)

Op of rond 19 mei 2015 is de overeenkomst door partijen beëindigd.

3.2.

Rush heeft [geïntimeerde] op 4 augustus 2015 gedagvaard en gevorderd [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 25.000,-, op de grond dat [geïntimeerde] in strijd met het non-concurrentiebeding en het relatiebeding heeft gehandeld door met LIFE af te spreken dat hij voor LIFE een feest, Ladies Night, zou organiseren, dat op 15 juni 2015 zou plaatsvinden. In haar conclusie van repliek heeft Rush aangevoerd dat [geïntimeerde] op 21 november 2015 opnieuw het concurrentiebeding heeft overtreden door bij LIFE beveiligingswerkzaamheden te verrichten, waarvoor [geïntimeerde] wederom een boete verschuldigd is.

3.3.

De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat Rush niet heeft weersproken dat, zoals [geïntimeerde] had aangevoerd, [geïntimeerde] alle betrokkenheid bij Ladies Night voor het plaatsvinden van dit evenement heeft beëindigd nadat Rush hem had aangesproken op zijn betrokkenheid bij het organiseren daarvan. De kantonrechter was daarom van oordeel dat uiteindelijk door [geïntimeerde] geen werkzaamheden zijn verricht in strijd met het non-concurrentiebeding en het relatiebeding. Voor wat betreft de door [geïntimeerde] verrichte voorbereidingswerkzaamheden was volgens de kantonrechter niet door Rush gesteld dat daaraan financieel of immaterieel voordeel verbonden was. De kanonrechter achtte het juist aannemelijk dat sprake was van het tegendeel, omdat [geïntimeerde] zich had teruggetrokken.

Tenslotte heeft de kantonrechter geoordeeld dat, indien Rush met de door haar in de conclusie van repliek gestelde overtreding op 21 november 2015 haar vordering heeft willen aanvullen, dit in strijd is met de goede procesorde, omdat [geïntimeerde] onvoldoende gelegenheid heeft gehad zich hiertegen te verweren.

Tegen deze beslissing en motivering komt Rush met haar drie grieven op.

3.4.

De grieven 1 en 2 houden het volgende in.

Rush betwist dat [geïntimeerde] zijn betrokkenheid bij de organisatie van de Ladies Night heeft beëindigd voordat dit evenement heeft plaatsgevonden. [geïntimeerde] is tot het einde van de Ladies Night bij de organisatie daarvan betrokken gebleven. Ter onderbouwing van deze stelling verwijst hij naar de bij de memorie van grieven gevoegde productie, inhoudende een verklaring van mevrouw [M.] , de toenmalige partner van [geïntimeerde] .

Bovendien doet het volgens Rush niet ter zake dat – zo dit al zou komen vast te staan – [geïntimeerde] geen uitvoeringswerkzaamheden tijdens de Ladies Night heeft verricht, gelet op de inhoud van het non-concurrentiebeding en het relatiebeding.

3.5.

In grief 3 betwist Rush dat [geïntimeerde] zich niet heeft kunnen verweren tegen haar stelling dat [geïntimeerde] op 21 november 2015 opnieuw een overtreding zou hebben begaan. Rush wijst erop dat [geïntimeerde] nog een conclusie van dupliek heeft genomen, maar daarin heeft hij slechts het standpunt ingenomen dat geen sprake is van een rechtsgeldig beding gelet op artikel 7:653 BW.

3.6.

Het hof overweegt allereerst dat het verweer van [geïntimeerde] dat het non-concurrentiebeding en het relatiebeding op grond van artikel 7:653 BW niet gelden, niet slaagt. Artikel 7:653 BW heeft betrekking op een arbeidsovereenkomst. Partijen hebben evenwel geen arbeidsovereenkomst, maar een overeenkomst van opdracht gesloten.

3.7.

Onweersproken in hoger beroep heeft Rush gesteld dat [geïntimeerde] ook op 5 juni 2015, de dag waarop de Ladies Night heeft plaatsgevonden, nog steeds betrokken was bij de organisatie van dit evenement. Evenmin is weersproken dat het non-concurrentiebeding en het relatiebeding zodanig ruim zijn geredigeerd dat, ook indien de stelling van [geïntimeerde] dat zijn betrokkenheid bij de organisatie als voorbereidingswerkzaamheden moet worden aangemerkt, zou worden gevolgd, dit niet kan leiden tot het oordeel dat hij deze bedingen niet heeft overtreden. Dat hij van Rush toestemming zou hebben gekregen voor de organisatie van de Ladies Night heeft [geïntimeerde] niet onderbouwd, zodat het hof daaraan voorbijgaat.

3.8.

Ter onderbouwing van de gestelde overtreding op 21 november 2015 verwijst Rush eveneens naar de verklaring van mevrouw [M.] . Het hof deelt de mening van Rush dat [geïntimeerde] in eerste aanleg in de gelegenheid is geweest verweer te voeren tegen hetgeen Rush daarover heeft aangevoerd. [geïntimeerde] heeft evenwel in zijn memorie van dupliek de stellingen van Rush over zijn handelen op 21 november 2015 niet weersproken. Bij gebrek aan tegenspraak in hoger beroep dient de overtreding op 21 november 2015 als vaststaand te worden aangenomen.

3.9.

De grieven slagen. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. Het hof zal de vordering onder I toewijzen. Gesteld noch gebleken is dat Rush ter uitvoering van het bestreden vonnis enig bedrag aan [geïntimeerde] heeft voldaan, zodat de vordering onder II zal worden afgewezen. [geïntimeerde] zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in geding in beide instanties. De vorderingen onder III en IV worden daarmee eveneens toegewezen.

4 Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Rush van een bedrag van € 50.000,-;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties, in eerste aanleg aan de zijde van Rush begroot op € 800,- voor salaris en in hoger beroep tot op heden op € 2.036,38 aan verschotten en € 1.158,- voor salaris te vermeerderen met € 68,- voor nasalaris en met de kosten van het betekeningsexploot, ingeval niet binnen veertien dagen is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.C. Boot, C.M. Aarts en C.G. Kleene-Eijk en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2017.