Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:1208

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-03-2017
Datum publicatie
10-04-2017
Zaaknummer
23-003482-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Partiële nietigheid van de inleidende dagvaarding; de tenlastelegging onder 1 en 2 voldoet niet aan de in artikel 261 Sv gestelde eis van opgave van het feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2017/94
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-003482-15

Datum uitspraak: 2 maart 2017

VERSTEK (niet gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 augustus 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-056266-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 augustus 2016 en 16 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1. primair:
Zij in of omstreeks de periode van 27 december 2014 tot en met 2 januari 2015, althans in of omstreeks de periode van 29 december 2014 tot en met 2 januari 2015, althans op 29 december 2014, te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) en/of afbeelding(en) de eer en/of goede naam van [politieambtenaar 1] (werkzaam bij de politie Noord-Holland) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel (een) geschrift(en) en/of afbeelding(en) zoals hierbij onder bijlage 1 en 2 aan deze wijziging tenlastelegging gehecht en daarvan deel uitmakende, verspreid en/of openlijk tentoongesteld door deze op haar voor een ieder toegankelijke facebookpagina te zetten;

1. subsidiair:
Zij in of omstreeks de periode van 27 december 2014 tot en met 2 januari 2015, althans in of omstreeks de periode van 29 december 2014 tot en met 2 januari 2015, althans op 29 december 2014, te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) en/of afbeelding(en) de eer en/of goede naam van [politieambtenaar 1] (werkzaam bij de politie Noord-Holland) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel (een) geschrift(en) en/of afbeelding(en) zoals hierbij onder bijlage 1 en 2 aan deze wijziging tenlastelegging gehecht en daarvan deel uitmakende, verspreid en/of openlijk tentoongesteld door deze op haar voor een ieder toegankelijke facebookpagina te zetten, terwijl verdachte wist dat de/het tenlastgelegde feit(en) in strijd met de waarheid is/zijn;

2 primair:
Zij in of omstreeks de periode van 27 december 2014 tot en met 23 januari 2015, althans in of omstreeks de periode van 29 december 2014 tot en met 23 januari 2015, althans op 30 december 2014, te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in IJmuiden, gemeente Velsen, althans in Nederland, opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) en/of afbeelding(en) de eer en/of goede naam van [politieambtenaar 2] (werkzaam bij de politie Noord-Holland) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel (een) geschrift(en) en1of afbeelding(en) zoals hierbij onder bijlage 2 en 3 aan deze wijziging tenlastelegging gehecht en daarvan deel uitmakende. verspreid en/of openlijk tentoongesteld door deze op haar voor een ieder toegankelijke facebookpagina te zetten;

2 subsidiair:
Zij in of omstreeks de periode van 27 december 2014 tot en met 23 januari 2015, althans in of omstreeks de periode van 29 december 2014 tot en met 23 januari 2015, althans op 30 december 2014, te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in IJmuiden, gemeente Velsen, althans in Nederland, opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) en/of afbeelding(en) de eer en/of goede naam van [politieambtenaar 2] (werkzaam bij de politie Noord-Holland) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel (een) geschrift(en) en/of afbeelding(en) zoals hierbij onder bijlage 2 en 3 aan deze wijziging tenlastelegging gehecht en daarvan deel uitmakende, verspreid en/of openlijk tentoongesteld door deze op haar voor een ieder toegankelijke facebookpagina te zetten, terwijl verdachte wist dat de/het tenlastgelegde feit(en) in strijd met de waarheid is/zijn;

3 primair:
zij in of omstreeks de periode van 12 februari 2015 tot en met 16 februari 2015 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [gemeenteambtenaar] (werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer) heeft aangerand, door telastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk, tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door op facebook de naam en toenaam en de werkgever van voornoemde [gemeenteambtenaar] te vermelden en/of (daarbij) de tekst te vermelden: "Dit wijf/kwaadaardig gezwel [gemeenteambtenaar] liegt erop los", terwijl verdachte wist dat dit telaste gelegde feit in strijd met de waarheid was;

3 subsidiair:
Zij in of omstreeks de periode van 12 februari 2015 tot en met 16 februari 2015, te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer. althans in Nederland, opzettelijk in het openbaar bij geschrift [gemeenteambtenaar] , ambtenaar, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, heeft beledigd door op haar, verdachtes, openbare facebookpagina de naam en toenaam en werkgever van voonoemde [gemeenteambtenaar] te vermelden, en/of (daarbij) de tekst te vermelden: “Dit wijf/kwaadaardig gezwel [gemeenteambtenaar] liegt erop los in de Haarlemmermeer.”

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Partiële nietigheid van de inleidende dagvaarding feit 1 primair en subsidiair en feit 2 primair en subsidiair

Een van de fundamenten van het strafprocesrecht is dat de terechtzitting plaatsvindt op basis van de tenlastelegging. Aldus zijn zowel de verdachte als het openbaar ministerie en de rechter op de hoogte van de gronden waarop de vervolging berust.

Ingevolge artikel 261 eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) dient, voor zover van belang, de dagvaarding een opgave te bevatten van het feit dat ten laste wordt gelegd.

Het gaat hier om een concrete gedraging die voldoende feitelijk en specifiek moet worden omschreven.

Het (in hoger beroep gewijzigde) onder feit 1 primair en subsidiair alsmede feit 2 primair en subsidiair tenlastegelegde is blijkens inhoud daarvan en artikel aanduiding daaronder toegesneden op de artikelen 261 (smaad en smaadschrift) onderscheidenlijk 262 (laster) van het Wetboek van Strafrecht (Sr)

Daarin is echter niet concreet omschreven welk “feit” als bedoeld in laatstvermelde artikelen de steller van de tenlastelegging voor ogen had. Volstaan is met verwijzing naar enkele aan de tenlastelegging gehechte geschriften, te weten facebookberichten met teksten en/of foto’s.

Het hof acht in de onderhavige situatie deze verwijzing naar louter facebookberichten, zonder hiervan de relevante inhoud nader aan te duiden onvoldoende om te kunnen beoordelen om welke concrete gedraging van de verdachte het gaat.

De tenlastelegging onder 1 primair en subsidiair en 2 primair en subsidiair voldoet daarom niet aan de in artikel 261 Sv gestelde eis van opgave van het feit, zodat de dagvaarding in eerste aanleg, waar de in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging thans deel van uitmaakt, wat betreft die feiten nietig moet worden verklaard. Hetgeen in requisitoir door de advocaat-generaal naar voren is gebracht doet daaraan niet af.

Vrijspraak feit 3 primair

Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte onder 3 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

3 subsidiair:
zij in de periode van 12 februari 2015 tot en met 16 februari 2015, te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk in het openbaar bij geschrift [gemeenteambtenaar] , ambtenaar, ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, heeft beledigd door op haar, verdachtes, openbare facebookpagina de naam en toenaam en werkgever van voornoemde [gemeenteambtenaar] te vermelden, en (daarbij) de tekst te vermelden: “Dit wijf/kwaadaardig gezwel [gemeenteambtenaar] liegt erop los in de Haarlemmermeer.”

Hetgeen onder 3 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van drie jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte de beledigende teksten ten aanzien van medewerkers met een publieke taak verwijdert van internet en zich in de toekomst onthoudt van het plaatsen van dergelijke teksten op internet.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte zoals ter terechtzitting gebleken.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van een gemeenteambtenaar ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening. Door aldus te handelen heeft de verdachte niet alleen de gemeenteambtenaar aangetast in haar eer en goede naam, maar haar ook respectloos bejegend.

Het hof komt niettemin tot een lagere straf dan de eis van de advocaat-generaal, reeds op de grond dat het hof enkel ten aanzien van feit 3 subsidiair een straf oplegt.

Het hof zal, ondanks de omstandigheid dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld, in het voordeel van de verdachte voorts acht slaan op de kwetsbare positie waarin zij verkeert.

Gelet op de draagkracht van de verdachte en al het overige in acht genomen, acht het hof een geheel voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend en geboden. Het hof ziet geen aanleiding daarbij de bijzondere voorwaarde te stellen als door de advocaat-generaal geëist.

Vordering van de benadeelde partij [politieambtenaar 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 350,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 250,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Het hof overweegt als volgt.

De benadeelde partij heeft gesteld immateriële schade te hebben geleden ter zake van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde. Het hof legt ten aanzien van dat feit geen straf of maatregel op. Gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [politieambtenaar 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 350,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 350,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Het hof overweegt als volgt.

De benadeelde partij heeft gesteld immateriële schade te hebben geleden ter zake van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde. Het hof legt ten aanzien van dat feit geen straf of maatregel op. Gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg, waar de in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging thans deel van uitmaakt, wat betreft het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde nietig.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [politieambtenaar 1]

Verklaart de benadeelde partij [politieambtenaar 1] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [politieambtenaar 2]

Verklaart de benadeelde partij [politieambtenaar 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G.M. Boekhoudt, mr. F.M.D. Aardema en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Oomkes, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 maart 2017.