Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:1017

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-01-2017
Datum publicatie
31-03-2017
Zaaknummer
23-002043-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

diefstal in vereniging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002043-16

datum uitspraak: 3 januari 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 26 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-800467-15 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,

adres: [adres 1],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Lelystad te Lelystad.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 december 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 september 2015 te Enkhuizen tezamen en in verenging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk: track 3500) en/of een laptop (merk: Lenovo) en/of ontworminsgtabletten en/of harddiskschijf, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader die [slachtoffer] een mes heeft/hebben getoond en/of ie [slachtoffer] dreigend de woorden "Je hebt een probleem, ik wil geld" en/of "je hebt geluk dat ik je niet door de kamer heen schop omdat ik anders weer moet zitten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd;

of

hij op of omstreeks 12 september 2015 te Enkhuizen tezamen en in verenging met een of meer anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een fiets (merk: track 3500) en/of een laptop (merk: Lenovo) en/of ontworminsgtabletten en/of harddiskschijf, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader die [slachtoffer] een mes heeft/hebben getoond en/of die [slachtoffer] dreigend de woorden "Je hebt een probleem, ik wil geld" en/of "je hebt geluk dat ik je niet door de kamer heen schop omdat ik anders weer moet zitten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 september 2015 te Enkhuizen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop, merk: Lenovo, ontwormingstabletten en een harddiskschijf toebehorende aan [slachtoffer].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Nadere bewijsoverwegingen

Feiten waarvan het hof uitgaat

De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn op 12 september 2015 de woning van [slachtoffer] te Enkhuizen binnengegaan door de geopende niet afgesloten balkondeur, nadat zij een ladder waren opgeklommen die zij met dat doel tegen het balkon geplaatst hadden. Zij zijn op die manier de woning van [slachtoffer] ingegaan omdat deze de voordeur niet voor hen wilde opendoen. De verdachte en [medeverdachte] hebben gezegd dat zij geld wilden hebben, of voorwerpen van waarde, om een schuld die [slachtoffer] aan [medeverdachte] zou hebben te compenseren. Na de mededeling van [slachtoffer] dat hij geen geld had, zijn de verdachte en [medeverdachte] (waardevolle) voorwerpen in de woning gaan zoeken en verzamelen. Zij hebben goederen zonder toestemming van [slachtoffer] meegenomen uit de woning.

Vrijspraak van tweede alternatief en (bedreiging met) geweld alsmede van diefstal fiets

Het hof acht – anders dan de advocaat-generaal – niet bewezen dat de verdachte of [medeverdachte] aan ‘[slachtoffer] een mes heeft getoond’, zoals is tenlastegelegd. Door de aangever en getuigen is zo verschillend verklaard over de aanwezigheid van een mes dat het hof niet kan vaststellen dat een mes voor afdreiging is gebruikt. Voorts zijn de in de tenlastelegging aangehaalde woorden die de verdachte of [medeverdachte] aan [slachtoffer] zou(den) hebben toegevoegd naar het oordeel van het hof naar hun aard niet zodanig dreigend dat zij als ‘bedreiging met geweld’ kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht. Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde fiets kan tot slot – en overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal – met onvoldoende zekerheid worden vastgesteld of sprake is geweest van een wederrechtelijke toe-eigening. Een en ander heeft tot gevolg dat de onder het tweede alternatief tenlastegelegde afpersing niet kan worden bewezenverklaard en dat de verdachte eveneens zal worden vrijgesproken van het (de) onder het eerste alternatief tenlastegelegde (dreiging met) geweld alsmede van de diefstal van de fiets.

Bewezenverklaring voor het overige

Als gevolg van voornoemde vrijspraken, blijft de tenlastelegging van diefstal in vereniging over. Het hof acht – anders dan door de raadsman bepleit - bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hierboven onder het kopje ‘Bewezenverklaring’ is opgenomen. Er was sprake van een gezamenlijk plan en van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte] dat sprake is van diefstal in vereniging. Het hof acht de hierover afgelegde verklaringen van aangever betrouwbaar en heeft daarbij mede gelet op de door de getuige [getuige] op 19 april 2016 bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring. De omstandigheid dat zowel aangever als [getuige] zelf in eerste instantie tegenover de politie de aanwezigheid van [getuige] in de woning hebben achtergehouden, doet aan de betrouwbaarheid van diens verklaring over hetgeen in de woning van [slachtoffer] is gebeurd zonder meer niet af. De verklaring van [getuige] sluit voorts op belangrijke onderdelen aan bij die van aangever en aanwijzingen dat dat komt door onderlinge afstemming zijn er niet.

De verdachte heeft voorts met zijn mededader als heer en meester beschikt over de door hen meegenomen voorwerpen en gehandeld met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Daaraan doet niet af dat hij daarmee wellicht de bedoeling had het slachtoffer te bewegen tot nakoming van een (mogelijk) op hem rustende, civielrechtelijke, verplichting.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in vereniging plegen van diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd, ten aanzien van diefstal met bedreiging met geweld in vereniging gepleegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft met een ander voorwerpen uit de woning van het slachtoffer meegenomen. Het hof spreekt de verdachte vrij van de gewelds- en dreigingscomponenten in de tenlastelegging. Dit neemt niet weg dat de feitelijke gang van zaken voor de aangever bijzonder onaangenaam moet zijn geweest. Als personen zonder toestemming via het balkon de woning inklimmen en mededelen ter genoegdoening geld of waardevolle spullen te willen en de woning doorzoeken, is dat normaal gesproken beangstigend. De verdachte heeft nota bene zelf daarover verklaard dat de aangever “zich gerust niet op zijn gemak gevoeld (zal) hebben.” De verdachte en zijn mededader hebben aldus niet alleen de eigendomsrechten van het slachtoffer geschonden maar ook grove inbreuk gemaakt op diens persoonlijke levenssfeer. Deze omstandigheden zijn ter terechtzitting in hoger beroep aan de verdachte voorgehouden en zullen in diens nadeel bij de strafoplegging meewegen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 december 2016 is hij eerder meerdere malen - onder meer - voor het plegen van soortgelijke delicten onherroepelijk veroordeeld. Het hof heeft tevens acht geslagen op het met betrekking tot de persoonlijkheid van de verdachte door [naam 1] van Reclassering Nederland opgemaakte reclasseringsrapport van 5 januari 2016, alsmede op het over de verdachte uitgebrachte voortgangsverslag toezicht van 11 mei 2016, zoals opgemaakt door [naam 2] van Reclassering Nederland.

Gelet op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de eerdere veroordelingen ter zake van soortgelijke delicten is oplegging van een vrijheidsbenemende straf zonder meer gerechtvaardigd. Het hof acht, alles afwegende, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden passend en geboden. Gelet op het in voormeld voortgangsverslag geformuleerde advies, zal het hof bepalen dat een deel van deze straf, groot één maand, voorwaardelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd. Voorts zullen ter ondersteuning van de verdachte bij het beperken van zijn recidiverisico, de na te noemen bijzondere voorwaarden worden opgelegd.

De rechtbank heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven. Dit heeft kennelijk niet geleid tot hervatting van de voorlopige hechtenis.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep de opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte gevorderd.

Het hof acht thans geen gronden aanwezig voor de voorlopige hechtenis van de verdachte. Naar het oordeel van het hof wordt het recidivegevaar thans beperkt doordat de verdachte zich dient te houden aan de voorwaarden die zijn gesteld bij de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte in de strafzaak met parketnummer 15/800123-16. Het hof zal daarom de voorlopige hechtenis van de verdachte in deze zaak opheffen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, geleden als gevolg van de diefstal van de fiets en de laptop. Deze bedroeg in totaal

€ 900,-. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen voor zover het de met betrekking tot de laptop geleden schade betreft tot een (door de rechtbank geschat) bedrag van € 250,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte heeft (de hoogte van) de toegewezen schadevergoeding niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte

- zich meldt bij Reclassering Nederland Noord-West, [adres 2] zo lang en zo frequent als genoemde reclasseringsinstelling dat nodig acht,

- zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen die genoemde reclasseringsinstelling hem geeft.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.J.A. Plaisier en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van

mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 januari 2017.

Mrs. Dalebout en Plaisier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[.............]

[.............]

[.............]

.