Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2017:1016

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-01-2017
Datum publicatie
31-03-2017
Zaaknummer
23-002764-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

opnieuw na terugwijzing door HR; afwijzing verzoek aanhouding; opzet op medeplichtigheid en op poging diefstal dmv braak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002764-16

datum uitspraak: 3 januari 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2014 in de strafzaak onder de parketnummers 13-741167-14 en 13-851421-12 (tul) tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1992,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Procesgang

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte vrijgesproken van het primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair ten laste gelegde.

Het openbaar ministerie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 28 oktober 2014 het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan en de verdachte voor het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 5 juli 2016 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd, en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen teneinde, met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad, deze op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 december 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd

primair
hij op of omstreeks 8 juni 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een (personen)auto (merk Volkswagen, type Passat, kenteken [kenteken 1]) weg te nemen een of meer goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die auto te verschaffen en / of die / dat weg te nemen goed(eren)/geldbedrag onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich naar die auto heeft/hebben begeven en/of een ruit (aan de bestuurderskant) heeft/hebben ingeslagen/verbroken en/of een slot heeft/hebben opengebroken/geforceerd, in elk geval heeft/hebben getracht open te breken/te forceren;

subsidiair
[medeverdachte] op of omstreeks 8 juni 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door voornoemde [medeverdachte] voorgenomen misdrijf, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (personen)auto (merk Volkswagen, type Passat, kenteken [kenteken 1]) weg te nemen een of meer goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of verdachte en zich daarbij de toegang tot die auto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren)/geldbedrag onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, zich naar die auto heeft begeven en/of een ruit (aan de bestuurderskant) heeft ingeslagen/verbroken en/of een slot heeft opengebroken/geforceerd, in elk geval heeft getracht open te breken/te forceren, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan;

meer subsidiair
hij op of omstreeks 8 juni 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een (personen)auto (merk Volkswagen, type Passat, kenteken [kenteken 1]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door die ruit in te slaan/te verbreken;

meest subsidiair
[medeverdachte] op of omstreeks 8 juni 2014 te Amsterdam, in lek geval in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een (personen)auto (merk Volkswagen, type Passat, kenteken [kenteken 1]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door die ruit in te slaan/te verbreken, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Bespreking van het verzoek tot aanhouding

De raadsman heeft bij pleidooi het verzoek herhaald om het onderzoek aan te houden tot een nader te

bepalen terechtzitting. Hij acht dat in het belang van de verdediging. De raadsman heeft daartoe

aangevoerd dat

  • -

    de verdachte waarschijnlijk niet op de hoogte is van de zitting van heden, nu de dagvaarding slechts aan de griffier van de rechtbank is betekend;

  • -

    hij geen contact met de verdachte heeft gehad sinds het instellen van beroep in cassatie in deze zaak;

  • -

    aanwezigheid van de verdachte bij het onderzoek van de zaak van belang is in verband met de overtuiging van het hof ten aanzien van een mogelijke bewezenverklaring;

  • -

    de verdachte zelf moet kunnen kiezen of hij wel of niet naar de terechtzitting komt, en dat daar nu geen sprake van is;

  • -

    het adres in Litouwen dat hij aan het hof heeft overgelegd mogelijk het adres van de verdachte in Litouwen is.

De advocaat-generaal heeft zich tegen aanhouding van de zaak verzet.

Het hof stelt vast dat in het dossier van deze zaak geen adres van de verdachte is vermeld. Ook de door de advocaat-generaal overgelegde SKDB- informatiestaat, gedateerd 31 oktober 2016, vermeldt geen enkel adres van de verdachte. Het door de raadsman overgelegde adres is, aldus de raadsman, ‘ooit in een andere zaak door de verdachte opgegeven’. Onduidelijk is op welk moment het door de raadsman genoemde adres is opgegeven, terwijl voorts ongewis is of de verdachte (thans) op dat adres woont of bereikbaar is. De raadsman heeft kennelijk niet getracht de verdachte via dit adres te bereiken. De verdachte was er van op de hoogte dat een strafzaak tegen hem loopt, hij heeft immers zelf beroep in cassatie doen instellen tegen het arrest van het hof van 28 oktober 2014. Van hem mag onder die omstandigheden worden verwacht dat hij de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke maatregelen neemt teneinde voor zijn raadsman bereikbaar te zijn. Het hof is, alles afwegende, van oordeel dat het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht in dit geval dient te wijken voor het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging. Het hof wijst het verzoek van de raadsman daarom af.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen primair aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


[medeverdachte] op 8 juni 2014 te Amsterdam ter uitvoering van het door voornoemde [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto, merk Volkswagen, type Passat, kenteken [kenteken 2], weg te nemen goed(eren) en/of een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer] en zich de toegang tot die auto te verschaffen en die/dat weg te nemen goed(eren)/geldbedrag onder zijn bereik te brengen door middel van braak, zich naar die auto heeft begeven en een ruit aan de bestuurderskant heeft ingeslagen en een slot heeft getracht te forceren, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan.

Hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken van het subsidiair ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat de verdachte opzet heeft gehad op zowel de poging tot diefstal als op zijn medeplichtigheid daaraan.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende. De getuige [getuige] heeft tegenover de politie verklaard wat hij heeft gezien op 8 juni 2014. Hij heeft dat bij het hof als getuige op de terechtzitting van 14 oktober 2014 herhaald in aanwezigheid van de raadsman van de verdachte, welke verklaring bij het onderhavige onderzoek ter terechtzitting uitdrukkelijk is voorgehouden. Het hof gaat uit van de waarnemingen van deze getuige, die op het volgende neerkomen.

Twee jongens (het hof begrijpt: de verdachte en de medeverdachte) kwamen kort voor 05.23 uur op het Frederiksplein te Amsterdam aanlopen, waren met elkaar in gesprek en keken ‘ontzettend’ om zich heen. Ze waren op dat moment geïnteresseerd in een Volkswagen Passat. Terwijl een van die jongens op enige afstand van die Volkswagen stond (het hof begrijpt: de verdachte), zat de ander bij het bestuurdersraam van de auto te rommelen, om vervolgens naar het voorportier aan de passagierskant te lopen, daarna weer terug te komen naar de bestuurderskant en daar de ruit in te slaan en met zijn romp door de kapotte ruit naar binnen te reiken. De jongen die op enkele meters van de auto stond, overzag het plein. Hij bewoog zijn hoofd daarbij op een overactieve manier heen en weer. Daarna liepen de jongens samen weg. Om 05.40 uur is de verdachte op basis van het opgegeven signalement in de buurt op straat aangehouden.

Het hof leidt hieruit af dat de verdachte zich bewust was van hetgeen zijn medeverdachte deed, daarbij zelf op de uitkijk heeft gestaan en zowel op de poging tot diefstal met braak als op het daarbij op de uitkijk staan opzet heeft gehad. Het hof acht daarom het subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is opgenomen en verwerpt het verweer van de raadsman. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd ten aanzien van de in beslag genomen vier sleutels/lopers onder de verdachte, behoeft geen bespreking omdat het hof het aantreffen van die voorwerpen niet voor het bewijs zal gebruiken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplichtigheid aan poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft dan wel de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde integraal vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft geholpen bij een poging tot inbraak in een auto door op de uitkijk te staan terwijl de medeverdachte een ruitje van de auto insloeg en het slot van het portier forceerde. Een dergelijk feit heeft niet alleen materiële schade tot gevolg maar leidt ook tot overlast en hinder voor de eigenaar van het betreffende voertuig, doordat de schade moet worden hersteld. Ook versterkt dit soort delicten gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Oplegging van een vrijheidsbenemende straf is hiervoor gerechtvaardigd.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 december 2016 is hij eerder voor het plegen van soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes weken passend en geboden.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof ten aanzien van de in beslag genomen 4 zilveren sleutels (lopers), kleur grijs, waarvan de verdachte bij zijn verhoor heeft verklaard dat zij niet van hem zijn, de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 48, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 14 augustus 2012 van de politierechter te Amsterdam, parketnummer 13/851421-12, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Het hof zal het openbaar ministerie in zijn vordering tot tenuitvoerlegging niet-ontvankelijk verklaren, nu de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf blijkens voormeld uittreksel uit de Justitiële Documentatie reeds bij onherroepelijk geworden vonnis van 16 december 2013 (parketnummer 13-085127-13) is gelast.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen en niet terug gegeven voorwerpen, te weten:

4 zilveren sleutels (lopers), kleur grijs.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 13/851421-12.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.J.A. Plaisier en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van

mr. M.A.T. van Willigen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 januari 2017.

Mrs. Dalebout en Plaisier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[..............]

[..............]

[..............]

[..............]

.