Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:854

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
31-05-2016
Zaaknummer
200.081.785/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.081.785/01

zaaknummer rechtbank Alkmaar : 57724/ HA ZA 02-92

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 maart 2016

inzake

[APPELLANT] ,

wonend te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. P. Ingwersen te Haarlem,

tegen

[GEÏNTIMEERDE] ,

wonend te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. T. Teke te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 26 januari 2016 een arrest uitgesproken. Bij faxbericht van 3 februari heeft mr. T.E. Heslinga, opvolgster van mr Ingwersen, zich namens partij [appellant] op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat, althans dat het hof heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde, en het hof verzocht tot herstel dan wel aanvulling van het arrest over te gaan. Mr Teke heeft ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet op het verzoek gereageerd.

2 Beoordeling

Terecht heeft mr Heslinga erop gewezen, dat het hof heeft nagelaten te beslissen op [appellant]’ vordering om de gevorderde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Deze vordering is voor toewijzing vatbaar. Het hof zal daarom tot de verzochte aanvulling overgaan en de bij het arrest uitgesproken veroordelingen van [geïntimeerde] uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 Beslissing

Het hof:

verklaart de bij arrest van 26 januari 2016 uitgesproken veroordelingen van [geïntimeerde] uitvoerbaar bij voorraad;

vult het op 26 januari 2016 in deze zaak uitgesproken arrest in deze zin aan;

stelt de aanvulling op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.C. Meijer, C. Uriot en R.H.C. van Harmelen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2016.