Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:815

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-03-2016
Datum publicatie
09-03-2016
Zaaknummer
14/00623
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:2745
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Invoer tabaksproducten; reizigersvrijstelling; bij controle op Schiphol constateert de douaneambtenaar dat belanghebbende 800 sigaretten bij zich heeft. Ook in hoger beroep maakt belanghebbende niet aannemelijk dat dit er minder waren. Hoger beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-0670
DouaneUpdate 2016-0183
NTFR 2016/968 met annotatie van mr. G. van Dam
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 14/00623

1 maart 2016

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z], belanghebbende

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk HAA AWB 14/219 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft met dagtekening 7 mei 2013 aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling (hierna: de UTB) uitgereikt voor een bedrag van in totaal € 140,50 (€ 111,17 accijns en € 29,33 omzetbelasting).

1.2.

Bij uitspraak op bezwaar van 26 november 2013 heeft de inspecteur de UTB gehandhaafd.

1.3.

Bij uitspraak van 11 juli 2014 heeft de rechtbank het daartegen door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op

13 augustus 2014. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2016. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

Het Hof ziet aanleiding de feiten als volgt vast te stellen.

2.1.

Belanghebbende is op 7 mei 2013 vanuit Tunesië, samen met vier andere personen, op Schiphol aangekomen. Hij heeft bij het verlaten van de aankomsthal het zogeheten groene kanaal (“niets aan te geven”) gekozen.

Tijdens een ingestelde controle heeft de douaneambtenaar vier sloffen sigaretten en 500 gram rooktabak (hierna tezamen: de tabaksproducten) aangetroffen.

2.2.

De douaneambtenaar heeft naar aanleiding van de controle de bestreden UTB van in totaal € 140,50 (€ 111,17 aan accijns en € 29,33 aan omzetbelasting) aan belanghebbende uitgereikt. Het door de douaneambtenaar in dat verband ingevulde formulier Goederenregistratie vermeldt – voor zover hier van belang – de volgende gegevens:

Artikel 1

Hoofdgroep

Accijns

HBI-code (…)

24.02

Goederensoort

Sigaretten

Type/Serienummer

Mars

Douanerecht

RT

Omzetbelasting

RT

Land van Oorsprong

Tunesië

Handbagage/ruimbagage

Hand

Aantal

400

Dimensie (bijv. stuks/ kg/etc.) + verpakkingswijze

Stuks

(…)

(…)

Waarde bepaald d.m.v.

Kennisnet

Forfaitair tarief

Nee

Totale waarde

RT

Preferentie

Nee

Totale belasting

€ 89,00

Artikel 2

Hoofdgroep

Accijns

HBI-code (…)

24.03

Goederensoort

Rooktabak

Type/Serienummer

Samson

Douanerecht

RT

Omzetbelasting

RT

Land van Oorsprong

Tunesië

Handbagage/ruimbagage

Hand

Aantal

500

Dimensie (bijv. stuks/ kg /etc.) + verpakkingswijze

Gram

(…)

(…)

Waarde bepaald d.m.v.

Kennisnet

Forfaitair tarief

Nee

Totale waarde

RT

Preferentie

Nee

Totale belasting

€ 51,50

De douaneambtenaar heeft daarnaast vrijstelling verleend voor 400 sigaretten.

2.3.

Het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting bij de rechtbank luidt – voor zover van belang – als volgt:

“(…)

In antwoord op vragen van de rechtbank verklaart eiser:

We waren met vijf personen. Ik ben aangehouden. Ik had vier sloffen sigaretten in mijn koffer. Ik kan laten zien dat wij met vijf mensen hebben gereisd. We zijn allen boven de achttien jaar. Iedereen mag 200 sigaretten meenemen. Wij hadden 400 sigaretten en een pond rooktabak bij ons. Dus dat is toegestaan.

(…)

De FIOD heeft mijn aankoopbon van de sigaretten. Zij hebben mijn administratie in beslag genomen. (…)”

2.4.

Tot de gedingstukken behoort een in hoger beroep overgelegd aankoopbewijs van een aankoop op 7 mei 2013 bij Dufry Tunisie Aeroport Tunis Carthage. Blijkens dit

aankoopbewijs heeft een persoon genaamd [naam persoon] vier artikelen aangeschaft, te weten: twee pakken Samson Halfzwaar à € 17,50 en twee sloffen sigaretten van het merk “20 Mars International” à € 24,00.

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil of de UTB terecht en tot het juiste bedrag aan belanghebbende is uitgereikt.

3.2.

Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de stukken van het geding waaronder het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.

Vast staat dat de tabaksproducten zijn binnengebracht in Nederland vanuit Tunesië. In dat geval – dat is niet in geschil – is sprake van invoer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968 (Wet OB) en van de Wet op de accijns (Wet accijns), ter zake waarvan in beginsel omzetbelasting respectievelijk accijns zijn verschuldigd.

4.2.

Indien de invoer van goederen geen handelskarakter heeft en de goederen deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, komende uit derde-landen, wordt vrijstelling van belasting verleend (de zogeheten reizigersvrijstelling). Vrijstelling voor de invoer van tabaksproducten wordt op de voet van artikel 21b van de Wet OB en artikel 68a van de Wet accijns per reiziger verleend tot een maximum van – zover hier van belang – 200 sigaretten of 250 gram rooktabak.

4.3.

Niet in geschil is dat bij de controle in de persoonlijke bagage van belanghebbende 500 gram rooktabak en vier sloffen sigaretten zijn aangetroffen. Partijen twisten over het aantal bij de controle aangetroffen sigaretten. Belanghebbende herhaalt in hoger beroep zijn standpunt dat hij 400 sigaretten bij zich had en stelt daartoe – onder verwijzing naar een ter zitting overgelegde afbeelding – dat één pakje sigaretten van het merk “20 Mars International” 10 sigaretten bevat in plaats van 20. De inspecteur stelt zich onder verwijzing naar de ambtelijke constatering op het standpunt dat belanghebbende 800 sigaretten – te weten vier sloffen x 10 pakjes x 20 sigaretten – bij zich had.

4.4.

Tegenover de gemotiveerde betwisting door de inspecteur heeft belanghebbende op wie ter zake de bewijslast rust, zijn stelling dat één pakje sigaretten van het merk “20 Mars International” – anders dan gebruikelijk – 10 sigaretten bevat, niet aannemelijk gemaakt. De overgelegde afbeelding biedt voor die stelling ook geen, althans onvoldoende steun, omdat de lengte-breedteverhouding van het afgebeelde pakje sigaretten van het merk “20 Mars International” overeenkomt met die van een pakje van 20 sigaretten. Evenmin duidt de door belanghebbende betaalde prijs er op dat dit een pakje van 10 in plaats van 20 sigaretten zou betreffen.

Gelet op het vorenoverwogene moet ervan worden uitgegaan dat belanghebbende bij de controle 500 gram rooktabak en 800 sigaretten bij zich had. Het in hoger beroep overgelegde onder 2.4 vermelde aankoopbewijs doet daaraan niet af.

4.5.

Belanghebbende heeft voorts gesteld dat hij de vrijstelling niet alleen voor zichzelf maar ook voor drie medereizigers heeft geclaimd. Het Hof overweegt dienaangaande dat in een dergelijke situatie tenminste mag worden verwacht dat de betrokken medereizigers tezamen met belanghebbende het groene kanaal doorlopen, zodat desgevraagd aannemelijk kan worden gemaakt dat inderdaad gezamenlijk wordt gereisd en dat elk van de reizigers de hem toekomende vrijstelling claimt.

Tegenover de gemotiveerde betwisting door de inspecteur heeft belanghebbende op wie de last rust zijn stellingen aannemelijk te maken, niet aannemelijk gemaakt dat aan deze voorwaarde is voldaan.

4.6.

De UTB is aldus terecht en – rekening houdende met de tweemaal verleende vrijstelling van 200 sigaretten – tot het juiste bedrag aan belanghebbende uitgereikt.

4.7.

Hetgeen belanghebbende overigens heeft aangevoerd brengt het Hof niet tot een ander oordeel.

Slotsom

4.8.

Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

5 Kosten

Het Hof ziet geen aanleiding tot een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

6 Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. A. Bijlsma, voorzitter van de douanekamer,

B.A. van Brummelen en E. Polak, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van

mr. C. Lambeck als griffier. De beslissing is op 1 maart 2016 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.