Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:800

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-02-2016
Datum publicatie
10-03-2016
Zaaknummer
23-002746-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak betrokkenheid invoer cocaine.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-002746-15

Datum uitspraak: 11 februari 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 26 juni 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15/820222-15 tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 1974,

adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 januari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 01 maart 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht , al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

subsidiair:
hij op of omstreeks 1 maart 2015 te Schiphol en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid , middelen of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met (een) had(den) om te vermoeden dat zijn bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen (telkens):

- ( meermalen) telefonisch, via de applicatie Whatsapp, instructies, althans (een) bericht(en) en/of afbeelding(en) uitgewisseld over het ophalen en/of ontmoeten van [medeverdachte] (die op 28 februari 2015 opzettelijk een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne binnen het grondgebied van Nederland had gebracht) en/of het van voornoemde [medeverdachte] in ontvangst nemen en/of overnemen van een (piloten)koffer, althans een tas, en/of

- zich (daartoe) met een voertuig op 1 maart 2015 naar de luchthaven Schiphol begeven (met als doel om voornoemde [medeverdachte] te ontmoeten).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vrijspraak

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzittingen in eerste aanleg en hoger beroep is naar het oordeel van het hof onvoldoende komen vast te staan dat de verdachte wetenschap had van de (oorspronkelijke) inhoud van de in beslag genomen pilotentas. Hierdoor is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. R.C.P. Haentjens, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 februari 2016.

mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. R.C.P. Haentjens zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]