Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:674

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
02-03-2016
Zaaknummer
14/00173
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:103, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Douanerecht; indeling bananenpuree; "door koken of stoven verkregen"?; hoger beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-0605
DouaneUpdate 2016-0158
Viditax (FutD), 26-01-2018
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 14/00173

9 februari 2016

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[X] B.V. te [Z], belanghebbende,

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 13/1376 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft op verzoek van belanghebbende een bindende tariefinlichting (hierna: de BTI) afgegeven met het kenmerk NL [Kenmerk] voor een product met de handelsbenaming “bananenpuree”, waarbij het product is ingedeeld onder Taric-code 2007 99 39 95.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de BTI. Bij uitspraak op bezwaar van 30 januari 2013 heeft de inspecteur het bezwaar afgewezen.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank. Bij uitspraak van 14 februari 2014 heeft de rechtbank het ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 14 maart 2014, aangevuld bij brieven ingekomen op 18 maart 2014. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben vervolgens conclusies van re- en dupliek ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2016. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft in haar uitspraak de volgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’:

2.1. Verweerder heeft in de bti het product bananenpuree als volgt omschreven:

“Bananenpuree, met -volgens opgave- onder meer de volgende kenmerken:

- met het uiterlijk van een beige, grijze moes;

- gekookt onder atmosferische druk;

- geen alcohol toegevoegd;

- met toegevoegde suiker.

De bananenpuree wordt aangeboden in verpakkingen van meer dan 1 kilogram. Het product is onder atmosferische druk gekookt, waardoor water aan het product wordt onttrokken. De viscositeit van het product blijft door het koken en onttrekken van water niet ongewijzigd.”

2.2.

Het productieproces van de bananenpuree is als volgt:

Nadat de bananen zijn geselecteerd en gewassen, worden de bananen geschild (stap 10, Peeling). Daarna worden de bananen in molens gepureerd onder toevoeging van stikstof (stap 11, Grinding) en vervolgens gefiltreerd (stap 12, Filtracion). De stikstof wordt toegevoegd om oxidatie van de banaan te voorkomen. Na het filtreren en het ontdoen van mogelijke aanwezige metalen delen (stap 14, Magnetic Trap) vindt de eerste warmtebehandeling plaats, de voorsterilisatie (Stap 15, Direct Heating). Hierdoor worden enzymen uitgeschakeld die verkleuring van de banaan kunnen veroorzaken. Tijdens dit proces wordt kortstondig (enkele seconden) waterdamp toegevoegd waardoor de temperatuur stijgt tot ongeveer 105 graden Celsius. Doordat het volume groeit in deze stap door de toegevoegde waterdamp, wordt de viscositeit door deze stap verlaagd.

Na de direct heating vindt de “flashing” plaats (stap 17, No Air (flash tank)). Tijdens dit proces wordt de eerder toegevoegde damp weer onttrokken. Hierbij wordt uitsluitend gebruik gemaakt van drukverschillen, er vindt geen warmtebehandeling plaats. Deze stap in het productieproces dient om bepaalde aromatische delen vrij te laten komen en op te kunnen vangen.

Na filtreren, mixen en opslag vindt vervolgens een tweede warmtebehandeling plaats, het evaporatieproces (stap 22, Concentration). Tijdens deze stap wordt water aan het product onttrokken. Het volume neemt daardoor af, waardoor de viscositeit toeneemt. Het product wordt daarvoor onder vacuüm gebracht en gedurende een bepaalde tijd verwarmd tot 70 graden Celsius.”

2.2.

Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan.

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

In hoger beroep is in geschil of in de BTI het product in de juiste GN-code is ingedeeld, waarbij de inspecteur indeling in GN-goederencode 2007 99 39 (jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta) voorstaat en belanghebbende indeling in GN-goederencode 2008 99 49 (vruchten en andere eetbare plantendelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd) bepleit.

3.2.

Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken. Voor hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd wordt verwezen naar het proces-verbaal van de zitting.

4 Relevante wettelijke bepalingen

De van belang zijnde GN-posten, goederencodes en aantekeningen luiden als volgt:

2007 Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:

– andere:

– – andere:

– – – met een suikergehalte van meer dan 30 gewichtspercenten:

– – – – andere:

2007 9939 – – – – – andere

1 Toelichting IDR

Vruchtenmoes bestaat uit door een zeef gewreven vruchten of noten in poedervorm, die met of zonder toevoeging van suiker langdurig zijn gekookt tot een dikke brij. Het product onderscheidt zich van jam door het hoge gehalte aan vruchten en door een wekere samenstelling.

2 Toelichting EG

Het begrip ‘door koken of stoven verkregen’ is omschreven in Aantekening 5 IDR op hoofdstuk 20.

Aantekening 5 op hoofdstuk 20

Voor de toepassing van post 20.07 wordt onder ‘door koken of stoven verkregen’ verstaan, verkregen door een warmtebehandeling bij atmosferische druk of bij verminderde druk met het oog op de verhoging van de viscositeit van het product door vermindering van het watergehalte of door andere middelen.

2008 Vruchten en andere eetbare plantendelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen:

– andere, mengsels, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2008 19 daaronder begrepen:

– – andere:

– – – zonder toegevoegde alcohol:

– – – – met toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van meer dan 1 kg:

2008 9949 – – – – – andere

1 Toelichting IDR

Deze post omvat vruchten en andere eetbare plantendelen, mengsels van deze producten daaronder begrepen, in hun geheel, in stukken of als pulp, die op andere wijze zijn bereid of verduurzaamd dan is omschreven in andere hoofdstukken of in de voorgaande posten bedoeld bij dit hoofdstuk.

5 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft als volgt geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’:

“5.1. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna HvJ EU), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de GN en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie (WDO) uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (de GN- en GS-toelichtingen) zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

5.2.

De rechtbank zal allereerst beoordelen of de bananenpuree kan worden ingedeeld in GN-post 2007. Hierbij zoekt de rechtbank aansluiting, gelet op overweging 5.1, bij de bewoordingen van GN-post 2007 en de daarbij behorende aantekening 5 bij hoofdstuk 20. Er moet sprake zijn van een jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes of vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen. Uit aantekening 5 bij hoofdstuk 20 blijkt dat voor de toepassing van post 2007 onder ‘door koken of stoven verkregen’ wordt verstaan, verkregen door een warmtebehandeling bij atmosferische druk of bij verminderde druk met het oog op de verhoging van de viscositeit van het product door vermindering van het watergehalte of door andere middelen. Uit het onder 2.2. weergegeven productieproces blijkt dat het eindproduct, de ingevoerde bananenpuree, voldoet aan de bewoordingen van GN-post 2007. Het ingevoerde (eind-) product, de bananenpuree, is immers verkregen door een warmtebehandeling bij atmosferische druk waarbij de viscositeit is verhoogd. Bij stap 22 uit het productieproces wordt de dan aanwezige bananenpuree verwarmd. Het water wordt op die manier aan de bananenpuree onttrokken waardoor de viscositeit toeneemt, zodat een ingedikte bananenpuree ontstaat. Dat de producent van de bananenpuree dit doet om vervoerskosten te besparen maakt niet dat niet aan de bewoordingen van GN-post 2007 wordt voldaan. Om vervoerskosten te besparen wordt immers via een warmtebehandeling water onttrokken en wordt de viscositeit van het product verhoogd. Uit de tekst van aantekening 5 kan niet worden afgeleid dat met de woorden ‘met het oog op de verhoging van de viscositeit’ een achterliggend doel is beoogd. Het is dus voldoende dat de viscositeit van het product op de beschreven wijze toeneemt, ongeacht doel of oogmerk.

5.3.

Het arrest van het Hof van Justitie van 18 april 1991, C-324/89, inzake Nordgetränke GmbH & Co. Kg, doet aan de vorenstaande overweging niet af. De rechtbank is van oordeel dat de in dit arrest neergelegde overwegingen over post 2005 niet van toepassing zijn op de huidige GN-post 2007. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat dit arrest ziet op een geschil dat is ontstaan vóór de invoering van het geharmoniseerde systeem. Bij de invoering van het geharmoniseerde systeem is de indeling van hoofdstuk 20 ingrijpend veranderd. Eerst na invoering van het geharmoniseerde systeem is aantekening 5 bij hoofdstuk 20 toegevoegd waarin een wezenlijk andere omschrijving van koken en stoven wordt gegeven dan in overweging 8 van voormeld arrest.

Vorenstaande vindt bevestiging in de IDR-toelichting bij GN- post 2007. Uit de IDR-toelichting blijkt onder andere dat een vruchtenmoes bestaat uit door een zeef gewreven vruchten of noten in poedervorm, die met of zonder toevoeging van suiker langdurig zijn gekookt tot een dikke brij. Bij een moes ontstaat dus eerst een massa bestaande uit fijngemaakte vruchten alvorens de warmtebehandeling plaatsvindt. Dit staat haaks op overweging 9 in voormeld arrest, waarin was overwogen dat de puree door de warmtebehandeling moest ontstaan.

Bij de in geschil zijnde bananenpuree ontstaat een puree in stap 11 van het productieproces. Eerst in stap 22 vindt een warmtebehandeling plaats die aan te merken is als koken als bedoeld in GN-post 2007 en aantekening 5. Gelet op tekst van GN-post 2007 en aantekening 5 behoeft de puree, anders dan in vorenbedoeld arrest, niet te ontstaan door de warmtebehandeling en is indeling in GN-post 2007, anders dan eiseres bepleit, aangewezen. Verweerder heeft de banenpuree derhalve terecht ingedeeld in de GN-post 2007. Aangezien GN-post 2007 voorgaat op GN-post 2008 komt de rechtbank niet toe aan de vraag of het product onder de laatstgenoemde post valt.”

6 Beoordeling van het geschil

6.1.

Gelijk de rechtbank heeft geoordeeld zijn voor de indeling van goederen in de GN wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken. Partijen houdt in wezen enkel verdeeld de vraag of de omstandigheid dat het product reeds in pureevorm bestaat voordat het een warmtebehandeling ondergaat, er aan in de weg staat dat het product kan worden beschouwd als “door koken of stoven verkregen” zoals post 2007 verlangt.

6.2.

De rechtbank heeft de onder 6.1 geformuleerde vraag ontkennend beantwoord. Het Hof volgt dit oordeel van de rechtbank. Noch uit de bewoordingen van de post, noch uit de aantekeningen, valt de conclusie te trekken dat de puree dient te zijn ontstaan door de warmtebehandeling. De bananenpuree heeft een warmtebehandeling bij atmosferische druk ondergaan waarbij de viscositeit van het product is verhoogd – als omschreven in aantekening 5 – en derhalve voldoet de puree aan de bewoordingen van de post en de aantekening. Het feit dat het product reeds gepureerd is voorafgaand aan de warmtebehandeling staat niet aan indeling in post 2007 in de weg.

6.3.

Gelijk de rechtbank heeft geoordeeld staat het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 18 april 1991, C-324/89, inzake Nordgetränke GmbH & Co. Kg, evenmin aan indeling onder post 2007 in de weg. Naar het oordeel van het Hof heeft de rechtbank dienaangaande een juiste beslissing genomen. Het Hof neemt die over en maakt de daartoe door de rechtbank gebezigde gronden tot de zijne.

6.4.

Naast de genoemde argumenten vindt het Hof steun voor zijn oordeel in het indelingsadvies van de Wereld Douaneorganisatie (WDO), vastgesteld door het Comité GS, gepubliceerd in Pb EU C-341/1 van 16 oktober 2015 (met verwijzing naar de website van de WDO). In dit indelingsadvies, dat strekt tot indeling in GS-code 2007.99, is als volgt besloten ten aanzien van de indeling van perzikenpuree, die eveneens in reeds gepureerde vorm een warmtebehandeling heeft ondergaan:

“Peach purée obtained from fresh peaches which have been crushed and then passed through a sieve with an aperture of 0.4 to 0.8 mm. The product thus obtained is then heat treated by steam under reduce pressure (vacuum) at a temperature of 50 to 60 ºC for 50 to 60 minutes, reduce the water content in the product and increase its viscosity.”

Een indelingsadvies van de WDO is naar vaste rechtspraak weliswaar enkel een (belangrijk) hulpmiddel en niet wettelijk bepalend voor de indeling, maar nu het WDO-advies niet indruist tegen de bewoordingen van de post, noch tegen de aantekeningen, ziet het Hof hierin een bevestiging van zijn oordeel dat aan indeling als gepureerde vruchten van post 2007 niet in de weg staat dat deze in reeds gepureerde vorm de warmtebehandeling ondergaan.

6.5.

Uit het vorenoverwogene volgt dat de bananenpuree vatbaar is voor indeling onder post 2007. Uit de bewoordingen van post 2008 (‘elders genoemd noch elders onder begrepen’) volgt dat dan is uitgesloten dat het product tevens onder post 2008 zou kunnen worden ingedeeld.

6.6.

Gelet op het vorenstaande is het onderhavige product in de BTI op juiste wijze ingedeeld.

Slotsom

6.7.

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

7 Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

8 Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mrs. E. Polak, voorzitter, B.A. van Brummelen en D.B. Bijl, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Lambeck als griffier. De beslissing is op 9 februari 2016 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.