Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:647

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
23-02-2016
Datum publicatie
26-02-2016
Zaaknummer
200.172.415/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klagers verwijten de notaris - kort gezegd - het volgende. i. De notaris heeft klagers voortdurend onder druk gezet om de akte verklaring van zuivere aanvaarding te ondertekenen en aan hem volmacht te geven de nalatenschap van moeder af te wikkelen; ii. De notaris heeft klagers onder valse voorwendselen naar zijn kantoor laten komen. iii. De notaris heeft niet gereageerd op de brieven van klagers. iv. De notaris heeft in de urenspecificatie ten onrechte opgenomen dat de bespreking met klagers 2 uur heeft geduurd.

De kamer heeft de klacht op de onderdelen i. en ii. ongegrond en op onderdeel iii. gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd.

Het hof verklaart klachtonderdeel iv. ongegrond en bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 107
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2016-0055
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.172.415/01 NOT

nummer eerste aanleg : AL/2015/29

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 februari 2016

inzake

1. [naam] ,

wonend te [plaats] ,

2. [naam] ,

wonend te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

appellanten,

gemachtigde: [naam] , wonend te [plaats] ,

tegen

[naam] ,

notaris te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. M.M. Olthoff-Worst, advocaat te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellanten (hierna afzonderlijk te noemen: klaagster en klager en tezamen te noemen: klagers) hebben op 30 juni 2015 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 2 juni 2015 (ECLI:NL:TNORARL:2015:15). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klagers tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) op twee onderdelen (i. en ii.) ongegrond en op een onderdeel (iii.) gegrond verklaard en aan de notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd.

1.2.

De notaris heeft op 29 juli 2015 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.

1.3.

Bij fax van 2 december 2015 is van de zijde van de notaris een tweede verweerschrift bij het hof ingekomen. Hierop heeft het hof bij brief van 3 december 2015 aan partijen laten weten dat het procesreglement verzoekschriftprocedures in handels- en insolventiezaken gerechtshoven naast het beroepschrift en het verweerschrift niet de mogelijkheid biedt tot het indienen van verdere reacties/schriftelijke uiteenzettingen, tenzij het hof daarom uitdrukkelijk vraagt en de fax van 2 december 2015 daarom buiten beschouwing wordt gelaten.

1.4.

De notaris heeft bij fax van 8 december 2015 een aanvullende productie in het geding gebracht. Het hof heeft diezelfde dag bij brief aan partijen medegedeeld dat het is toegestaan tot tien kalenderdagen voorafgaand aan de mondelinge behandeling nadere producties in het geding te brengen en het hof op de zitting een beslissing zal geven over het al dan niet in behandeling nemen van de in het geding gebrachte productie nu deze productie niet binnen vorenbedoelde termijn bij het hof is ingekomen.

1.5.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 10 december 2015. Klager is met bericht van verhindering niet verschenen. Klaagster, vergezeld van de gemachtigde (de echtgenoot van klaagster), en de notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigden aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

Op de zitting heeft klaagster bezwaar gemaakt tegen de door notaris bij fax van 8 december 2015 overgelegde productie. Hierop heeft het hof beslist dat die productie buiten beschouwing wordt gelaten.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Samengevat weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1.

Op 8 juli 2014 is [naam] , de moeder van klagers, (verder: moeder) overleden. Moeder heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt, zodat volgens het wettelijk versterferfrecht haar zes kinderen, te weten klagers en hun vier zusters tot haar nalatenschap zijn gerechtigd.

3.2.2.

De zusters van klagers hebben de notaris opdracht gegeven om de nalatenschap van moeder af te wikkelen.

3.2.3.

Een medewerker van de notaris heeft klagers bij brief van 4 september 2014 geïnformeerd over de verkregen opdracht en hun gewezen op de mogelijkheden omtrent het aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap van moeder. Verder heeft de medewerker medegedeeld dat op basis van de bestaande informatie ervan werd uitgegaan dat klagers de nalatenschap van moeder zuiver wensen te aanvaarden en hij indien deze veronderstelling onjuist was, dat graag vernam. Bij deze brief zijn een concept van de akte verklaring van erfrecht, een verklaring van zuivere aanvaarding tevens inhoudende een boedelvolmacht aan ieder van de medewerkers van de notaris en een financieel overzicht met bijlagen meegezonden.

3.2.4.

Tussen klagers en de notaris heeft diverse malen telefonisch contact plaatsgevonden. Bij brief van 6 november 2014 heeft klaagster aan de notaris laten weten door de gang van zaken rond de afwikkeling van de nalatenschap van moeder geen vertrouwen erin te hebben dat de notaris de nalatenschap goed zou afwikkelen.

3.2.5.

Op 4 december 2014 hebben klagers een bespreking met de notaris op diens kantoor gehad.

3.2.6.

Bij brief van 8 december 2014 aan de notaris hebben klagers op een aantal gronden bezwaar gemaakt tegen de afwikkeling van de nalatenschap van moeder en laten weten dat hun vertrouwen in hem volledig was verdwenen en dat zij niet wilden dat de nalatenschap van moeder door hem zou worden afgewikkeld.

3.2.7.

In een e-mail van 9 december 2014 deelde de notaris - onder meer - het volgende aan klaagster en haar echtgenoot mede:

De dag nadat u bij mij op kantoor bent geweest werd ik gebeld door mevrouw [naam] (hof: zus van klagers).

Ik heb haar verteld dat u de administratie wilt inzien en dat mevrouw [naam] verplicht is om inzage te geven.

Vervolgens heeft ze bij mij een tas afgeleverd met allerhande administratie. De administratie heb ik integraal gekopieerd en heb ik per post naar u gestuurd.

Bij deze e-mail heeft de notaris zijn declaratie met urenspecificatie als bijlage meegezonden.

3.2.8.

Klaagster heeft op 28 december 2014 een klacht ingediend tegen de notaris bij de KNB. Aan de herhaalde verzoeken van de KNB om schriftelijk op deze klacht te reageren, heeft de notaris geen gehoor gegeven.

4 Standpunt van klagers

De klacht van klagers komt in de kern op het volgende neer.

i. De notaris heeft klagers voortdurend onder druk gezet om de akte verklaring van zuivere aanvaarding te ondertekenen en aan de notaris volmacht te geven de nalatenschap van moeder af te wikkelen;

ii. De notaris heeft klagers onder valse voorwendselen, te weten het krijgen van inzage in de administratie van moeder, op 4 december 2014 naar het notariskantoor laten komen. Dat was kennelijk met de bedoeling om klagers te overreden de akte verklaring van zuivere aanvaarding en de boedelvolmacht te ondertekenen.

iii. De notaris heeft niet gereageerd op de genoemde brieven van 6 november 2014 en 8 december 2014.

iv. De notaris heeft in de urenspecificatie ten onrechte opgenomen dat de bespreking op

4 december 2014 met klagers 2 uur heeft geduurd.

5 Standpunt van de notaris

De notaris heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de notaris wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

6 Beoordeling

Weergave klacht

6.1.1.

De kamer is in de bestreden beslissing ervan uitgegaan dat klagers het klachtonderdeel met betrekking tot de door notaris opgemaakte declaratie niet langer handhaafden.

6.1.2.

Klagers hebben in hun beroepschrift aangevoerd hun bezwaar tegen de door de notaris opgemaakte declaratie te handhaven op de gronden dat deze declaratie ten onrechte aan klagers is gestuurd, aangezien klagers geen overeenkomst met de notaris hebben gesloten en verder dat in de urenspecificatie een onjuiste duur staat vermeld van het met hen gevoerde gesprek.

6.1.3.

Klagers hebben niet eerder dan in hoger beroep aan dit klachtonderdeel ten grondslag gelegd dat de declaratie ten onrechte door de notaris aan klagers is gezonden. Dit is een ongeoorloofde uitbreiding van de klacht. Het hof gaat uit van de klacht zoals in het klaagschrift door klagers is geformuleerd. Hiermee is bij de weergave van de klacht onder 4. reeds rekening gehouden.

Nieuwe klachten

6.2.

Voor zover klagers in hun beroepschrift en op de zitting in hoger beroep nieuwe klachten hebben geformuleerd, heeft te gelden dat op grond van artikel 107 lid 4 van de Wet op het notarisambt het hof de zaak in hoger beroep opnieuw in volle omvang behandelt en dat dit betekent dat alleen in beschouwing worden genomen de klachten die ook in de procedure in eerste aanleg aan de orde zijn geweest. Klagers zullen in de nieuwe klachten niet-ontvankelijk worden verklaard.

Kostenveroordeling

6.3.

Klagers hebben in hun beroepschrift het hof verzocht om de notaris te veroordelen in de kosten. Voor een kostenveroordeling bestaat in een tuchtprocedure als de onderhavige geen grondslag. Om die reden laat het hof het verzoek van klagers buiten behandeling. Klagers zullen in dat verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

Klachtonderdelen i. tot en met iii.

6.4.

Het hof verenigt zich met hetgeen de kamer in de bestreden beslissing in de rechtsoverwegingen 5.3 tot en met 5.5 over deze klachtonderdelen heeft geoordeeld en maakt dit oordeel tot het zijne. In hoger beroep zijn geen argumenten naar voren gekomen die tot een ander oordeel moeten leiden.

6.5.

Het hof voegt daaraan nog het volgende toe. Met betrekking tot klachtonderdeel ii. hebben klagers in hoger beroep aangevoerd dat uit de e-mail van 9 december 2014 van de notaris blijkt dat hij wist dat de door klagers bedoelde bankafschriften niet op zijn kantoor aanwezig waren, maar dat die bankafschriften nog door een zuster van klagers dienden te worden aangeleverd. De notaris heeft aangevoerd dat klagers tijdens de bespreking op 4 december 2014 bleek dat de administratie van moeder niet compleet was en dat hij daarop heeft aangeboden om de ontbrekende stukken bij de desbetreffende zuster van klagers op te vragen, dat hij dat de volgende dag, toen die zuster van klagers hem opbelde, heeft gedaan en dat hij die stukken vervolgens per post aan klagers heeft doen toekomen. Het hof is van oordeel dat uit de e-mail van 9 december 2014 van de notaris niet de conclusie kan worden getrokken dat de notaris wist dat de op zijn kantoor aanwezige administratie van moeder incompleet was en dat hij klagers dus onder valse voorwendselen op 4 december 2014 naar zijn kantoor heeft laten komen. Deze laatste stelling van klagers is, mede gezien hetgeen de notaris heeft aangevoerd, ook in hoger beroep derhalve onvoldoende aannemelijk geworden.

De notaris heeft met betrekking tot klachtonderdeel iii. op de zitting in hoger beroep aangevoerd dat hij naar aanleiding van de door klaagster bij de KNB ingediende klacht telefonisch contact heeft opgenomen met de KNB en dat hij heeft laten weten op dat moment geen oplossing te zien voor de situatie. Dat de notaris kennelijk telefonisch heeft gereageerd op het bemiddelingsverzoek van de KNB, neemt naar het oordeel van het hof niet weg dat de notaris
- zoals hij op de zitting ook heeft erkend - schriftelijk op dit verzoek had moeten reageren.

Klachtonderdeel iv.

6.6.

Op de zitting in hoger beroep is gebleken dat de declaratie van de notaris voor wat de in rekening gebrachte kosten voor de op 4 december 2014 door de notaris met klagers gevoerde bespreking betreft, is kwijtgescholden en dat het resterende deel van het bedrag van de declaratie is betaald door de zusters van klagers. Het hof is dan ook van oordeel dat klagers geen belang (meer) hebben bij dit klachtonderdeel. Dit klachtonderdeel zal ongegrond worden verklaard.

6.7.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.8.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 Beslissing

Het hof:

- verklaart klagers niet-ontvankelijk in de in hoger beroep nieuw geformuleerde klachten;

- verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun verzoek om de notaris te veroordelen in de kosten;

- verklaart klachtonderdeel iv. ongegrond;

- bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.M.A. Verscheure, J.H. Lieber en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2016 door de rolraadsheer.