Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5834

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-11-2016
Datum publicatie
29-05-2017
Zaaknummer
200.200.574/01
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Faillissement. Niet summierlijk gebleken van vordering van de aanvrager. Onderbouwd verweer betreffende een tegenvordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2723
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.200.574/01

zaaknummer rechtbank : C/13/614325 / FT RK 16/1762

beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 15 november 2016

in de zaak van:

FREELUX B.V.,

gevestigd te [Adres] ,

appellante,

advocaat: mr. J.W. de Vries te Leeuwarden,

tegen

FREELUX WORLDWIDE B.V.,

gevestigd te [Adres] ,

geïntimeerde,

voorheen vertegenwoordigd door advocaat: mr. H.J. Visser te Haarlem.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Freelux en Freelux Worldwide genoemd.

Freelux is bij op 6 oktober 2016 ter griffie van het hof ingekomen beroepschrift in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 28 september 2016, waarbij het verzoek van Freelux strekkende tot faillietverklaring van Freelux Worldwide is afgewezen.

Het hoger beroep is behandeld op de zitting van het hof van 8 november 2016. Bij die behandeling is namens Freelux verschenen haar directeur [P] alsmede mr. De Vries, voornoemd, die het beroepschrift mondeling nader heeft toegelicht. Voorts zijn namens Freelux Worldwide verschenen [A] en [B] , die mondeling verweer hebben gevoerd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van:

  • -

    de stukken van de rechtbank, waaronder het proces-verbaal van de zitting van 27 september 2016;

  • -

    de ter zitting in hoger beroep door mr. De Vries overgelegde stukken betreffende steunvorderingen.

2 Beoordeling

2.1.

Freelux heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd een vordering die zij stelt te hebben op Freelux Worldwide van in totaal € 48.313,69 inclusief rente en kosten uit hoofde van onbetaalde facturen voortvloeiende uit een tussen partijen gesloten overeenkomst met betrekking tot levering en verkoop van elektronica. In hoger beroep heeft Freelux aangevoerd dat deze vordering door Freelux Worldwide is erkend tot een bedrag van € 20.716,35 en dat de vordering daarom summierlijk vaststaat. Voorts heeft Freelux aangevoerd dat Freelux Worldwide een aantal (steun)vorderingen onbetaald laat, waaronder een vordering van Bibby Financial Services ad USD 6.863,52, een vordering van Van der Meer Accountants B.V. ter grootte van € 2.201,67, een vordering van Gigaset Communications GmbH ad USD 66.350,79 en een (niet nader gespecificeerde) vordering van HLB Van Daal accountants. Freelux heeft ten slotte aangevoerd dat van een tegenvordering van Freelux Worldwide niet is gebleken, ook niet in hoger beroep, en dat de door Freelux Worldwide afgesproken betalingsregelingen met onder andere Bibby Financial Services en Van der Meer Accountants niet worden nagekomen.

2.2.

Freelux Worldwide bestrijdt ook in hoger beroep dat Freelux per saldo een vordering op haar heeft. Tevens betwist Freelux Worldwide dat zij verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen. Ter onderbouwing van haar standpunt voert Freelux Worldwide het volgende aan. Tussen partijen bestaat een afspraak om over en weer facturen te parkeren. Door de vertrouwensbreuk in de samenwerking tussen [A] en [B] enerzijds en [P] anderzijds heeft Freelux gemeend haar facturen te moeten opeisen. Freelux Worldwide stelt daartegenover een tegenvordering van ongeveer € 50.000,- en meent dat na verrekening van de vorderingen over en weer van de vordering van Freelux niets overblijft. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst Freelux Worldwide naar een Excel sheet uit haar administratie (productie 10, verweerschrift eerste aanleg). Freelux Worldwide voert voorts aan dat zij recent een contract heeft gesloten inhoudende een ontwikkeling van elektronica voor de Noord-Amerikaanse markt. Ook hieruit volgt dat zij niet verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Ten slotte heeft Freelux Worldwide ter zitting in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de eerst ter zitting in hoger beroep door Freelux overgelegde stukken inzake de gestelde steunvorderingen.

2.3.

Vooropgesteld wordt dat de faillietverklaring wordt uitgesproken indien summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Indien sprake is van een aanvraag tot faillietverklaring, dient tevens summierlijk te blijken van het vorderingsrecht van de aanvrager.

2.4.

Het hof oordeelt als volgt. Freelux Worldwide heeft ter betwisting van de vordering van Freelux zich erop beroepen dat tussen partijen is afgesproken dat facturen over en weer zouden worden geparkeerd en dat na de vertrouwensbreuk tussen [P] enerzijds en [A] en [B] anderzijds Freelux - in strijd met de gemaakte afspraak - betaling van haar facturen is gaan vorderen. Naar Freelux Worldwide heeft gesteld lijkt uit genoemd Excel sheet, opgesteld door de broer van de directeur van Freelux in zijn hoedanigheid van boekhouder van Freelux Worldwide, te volgen dat Freelux Worldwide een tegenvordering heeft die de vordering van Freelux overstijgt. Tegen deze achtergrond kan zonder een nader onderzoek naar de feiten, waarvoor in dit geding geen plaats is, de ongegrondheid van het verweer van Freelux Worldwide inhoudende dat na verrekening van de vorderingen over en weer Freelux per saldo geen vordering heeft op Freelux Worldwide niet summierlijk worden vastgesteld. Dit brengt met zich dat thans niet kan worden gezegd dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Freelux, zodat het onderhavige verzoek reeds daarom dient te worden afgewezen. Aan bespreking van de gestelde steunvorderingen komt het hof niet toe.

2.5.

Het voorgaande leidt ertoe dat de beschikking waarvan beroep zal worden bekrachtigd.

3 De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.L.D. Akkaya, R.J.Q. Klomp en H.J.M. Boukema en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van deze beschikking kan gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.