Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5815

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-12-2016
Datum publicatie
09-03-2017
Zaaknummer
23-001881-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewerken hennep. Uitleg cumulatieve/alternatieve tenlastelegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-001881-16

datum uitspraak: 5 december 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer

13/706141-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

21 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 februari 2016 te Diemen, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 330 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 februari 2016 te Diemen opzettelijk heeft bewerkt in een pand aan [adres 2] een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof overweegt nog dat de opsteller van de tenlastelegging, door gebruik te maken van de woorden ‘en/of’, ervoor heeft gekozen eerst een aantal gedragingen cumulatief/alternatief ten laste te leggen. Hierna is door het gebruik van de bewoordingen ‘in elk geval’ subsidiair tenlastegelegd dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen de hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad. Bij bewezenverklaring van één of meer primair tenlastegelegde gedragingen kan niet meer worden toegekomen aan het subsidiair ten laste gelegde aanwezig hebben van de hennep, reden waarom het hof de bewijsbeslissing van de politierechter, die zowel het opzettelijk verwerken als het opzettelijk aanwezig hebben bewezen van hennep heeft verklaard, niet tot de zijne maakt.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Bespreking strafmaatverweer en oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd. Zij heeft ter onderbouwing van haar eis gewezen op de straffen die bij hennepkwekerijen met een grootte van 100 tot 500 planten plegen te worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de straf die de politierechter heeft opgelegd te hoog is. De genoemde oriëntatiepunten van het LOVS, waarbij ook de politierechter aansluiting heeft gezocht, zien op het telen van hennep en niet op incidenteel knipwerk in een hennepkwekerij. Er is onvoldoende rekening gehouden met de beperkte rol van de verdachte bij de hennepteelt, die alleen als knipper is opgetreden. De raadsvrouw heeft bepleit dat de duur van de op te leggen taakstraf wordt beperkt tot 40 uren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte is samen met anderen aangetroffen in een woning waarin zich een hennepkwekerij bevond. Er stonden ongeveer 330 hennepplanten waarvan zij de toppen aan het knippen waren. De verdachte heeft zich laten inhuren door personen die zich kennelijk bezig hielden met de teelt van een aanzienlijke hoeveelheid hennep. Hij heeft met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van het illegale circuit van de handel in softdrugs met de daaraan verbonden maatschappelijke problemen. Aldus heeft hij welbewust op wederrechtelijke wijze financieel voordeel nagestreefd. Dit wordt in zijn nadeel gewogen. Onderkend moet echter ook worden dat niet is gebleken dat de verdachte meer of andere handelingen heeft verricht dan het knippen van henneptoppen op de bewezen geachte datum, zoals dat hij zeggenschap heeft gehad over de hennepplantage of zou delen in de opbrengst van de kwekerij. Gelet hierop en gezien de straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, is het hof van oordeel dat er aanleiding is om ten gunste van de verdachte af te wijken van de door de politierechter opgelegde straf.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van de door de raadsvrouw voorgestelde omvang passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. J.J.I. de Jong en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 december 2016.

Mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]