Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5804

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-12-2016
Datum publicatie
13-02-2017
Zaaknummer
13-741241-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis. Invulling ernstige bezwaren ter zake van medeplegen oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13-741241-16

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

postadres: [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2016, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennisgenomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte, mr. [naam].

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.

Er is gebleken dat er een frauduleuze bestelling is geplaatst bij de Bijenkorf. Daarbij is een afleveradres opgegeven waar de verdachte bleek te wachten. Hij heeft de pakketten van de bezorger overgenomen buiten de woning waaraan deze waren geadresseerd. Toen de politie de auto waarin de verdachte met de pakketten zat benaderde heeft de verdachte geprobeerd zich uit de voeten te maken. Het vorenstaande is naar het oordeel van het hof voldoende voor ernstige bezwaren ten aanzien van het primair op de vordering inbewaringstelling genoemde feit.

In verband hiermee is het hof van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet.

Het hof heeft er kennis van genomen dat de verdachte niet verslaafd is maar ook zonder die omstandigheid acht het hof een reƫel recidivegevaar aanwezig.

Het hof acht schorsing van de voorlopige hechtenis alleen mogelijk in het geval er een deugdelijk plan van aanpak is om het recidivegevaar in te perken. De enkele mededelingen dat de verdachte bij zijn broer kan wonen en op een intakegesprek mag komen bij het ROC, mits hij vrij is en zonder garantie dat hij daar vervolgens een opleiding kan gaan volgen, acht het hof hiervoor onvoldoende. Het mondelinge schorsingsverzoek wordt daarom afgewezen.

13-741241-16

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 28 december 2016 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. H.W.J. de Groot en A.M.P. Geelhoed, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 28 december 2016,

de advocaat-generaal