Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:574

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-02-2016
Datum publicatie
24-02-2016
Zaaknummer
14/00286
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2014:1107, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. Het tarief voor de parkeerlocatie, noch het tariefverschil tussen deze locatie en de nabij gelegen parkeerplaatsen, is absoluut en relatief gezien, zodanig groot dat sprake zou zijn van een onredelijke of willekeurige heffing. Evenmin is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2016/410
V-N 2016/22.18.21
Belastingblad 2016/148 met annotatie van M.P. van der Burg
FutD 2016-0536
NTFR 2016/921 met annotatie van mr. H. de Jong
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 14/00286

11 februari 2016

uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] wonende te [Z] , belanghebbende,

tegen de mondelinge uitspraak in de zaak met kenmerk AMS 13/5284 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amstelveen, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is ter zake van het parkeren op 24 mei 2013 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Amstelveen ten bedrage van € 72,00, zijnde € 16,00 parkeerbelasting en € 56,00 aan kosten, opgelegd (hierna: de naheffingsaanslag).

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 5 augustus 2013, de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.3.

Bij uitspraak van 5 maart 2014 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 17 april 2014. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting door de vierde meervoudige belastingkamer heeft plaatsgevonden op 5 januari 2016. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

Nu de uitspraak van de rechtbank geen afzonderlijke vaststelling van de feiten bevat, stelt het Hof de feiten als volgt vast.

2.2.

Op 24 mei 2013 is om 14:08 uur aan belanghebbende, als houder van de auto met het [kentekenummer] , in verband met parkeren in de Kardinaal de Jongstraat te Amstelveen, de naheffingsaanslag opgelegd.

2.3.

In de ‘Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen Amstelveen 2012’ (hierna: de Verordening) is bepaald dat op de plek waar belanghebbende zijn auto heeft geparkeerd, parkeerbelasting is verschuldigd.

2.4.

De parkeerplaatsen in de Kardinaal de Jongstraat behoren ingevolge de bij de Verordening behorende Tarieventabel tot Tariefzone C, waar het tarief voor parkeren € 16 per vier uur of een gedeelte daarvan bedraagt.

2.5.

Blijkens het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting bij de rechtbank is van de zijde van de heffingsambtenaar onder meer verklaard:

“In de Kardinaal de Jongstraat geldt een schriktarief om parkeren tegen te gaan. Voorheen waren daar gewone parkeermeters. Die stonden bij de winkels. Daar is nu een blauwe zone ingesteld op verzoek van de winkeliers. Dat is voldoende voor kortparkeerders. Wij willen nu het lang parkeren in de wijk tegengaan. Er waren veel klachten van de bewoners.”

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend; de heffingsambtenaar bevestigend. Belanghebbende doet daarbij een beroep op de algemene rechtsbeginselen, het gelijkheidsbeginsel en de redelijkheid en billijkheid. Tussen partijen is niet in geschil dat voor het parkeren op de bewuste locatie parkeerbelasting is verschuldigd.

3.2.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij daaraan ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar het van het verhandelde ter zitting opgemaakte proces-verbaal.

4 Relevante wet- en regelgeving

4.1.

In artikel 225, eerste lid, van de Gemeentewet is opgenomen:

“In het kader van de parkeerregulering kunnen de volgende belastingen worden geheven:

a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; (..).”

In het achtste lid is bepaald:

“Het tarief van de in het eerste lid bedoelde belastingen kan afhankelijk worden gesteld van de parkeerduur, van de parkeertijd, van de ingenomen oppervlakte en van de ligging van de terreinen of weggedeelten.”

4.2.

In de ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag geldende Verordening is, voor zover van belang, opgenomen:

“Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven:

a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; (..)

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmaken tarieventabel.”

4.3.

In de Tarieventabel als bedoeld in artikel 4 van de Verordening is de volgende tekst opgenomen:

“1. In deze tarieventabel wordt verstaan onder:

a. (..);

b. (..);

c. tariefzone C: de met groen gekleurde plaatsen en gebieden die zijn aangegeven op de bijbehorende kaart bij (de Verordening).

2. Het tarief voor het parkeren als bedoeld in artikel 2, onder a. van de Verordening (…) bedraagt:

a. in tariefzone A: € 2,00 per uur;

b. in tariefzone B: € 1,05 per uur;

c. in tariefzone C: € 16,00 per vier uur of een gedeelte daarvan.”

4.4.

In het Besluit van 6 augustus 2012 zijn door Burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen de navolgende beschikbare parkeerplaatsen aangewezen als parkeerschijfzone (‘blauwe zones’):

“besluiten: […]

de navolgende parkeerplaatsen op te heffen als parkeerapparatuurplaats en de gebieden waarin deze plaatsen liggen door plaatsing van borden E10 en E11 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met onderbord en het aanbrengen van blauwe strepen als bedoeld in artikel 25, lid 1, van genoemd Reglement aan te wijzen als parkeerschijfzone, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende tekeningen,

 vijf parkeerplaatsen aan de zuidkant van de Kardinaal de Jongstraat voor de panden Karel Doormanweg 12 en 14; […]”.

5 Beoordeling van het geschil

5.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende ten tijde van de controle geen parkeerbelasting had voldaan. Evenmin is in geschil dat belanghebbendes auto stond geparkeerd op een parkeerplaats waarvoor op grond van de Verordening een parkeerbelasting verschuldigd is.

5.2.

Het geschil beperkt zich derhalve tot het antwoord op de vraag of sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel voor zover de gemeente Amstelveen ter zake van de parkeerregulering vijf parkeerplaatsen in de Kardinaal de Jongstraat te Amstelveen, nabij een klein winkelcentrum, heeft ingericht als parkeerschijfzone (‘blauwe zones’) en voor het parkeren op de overige parkeerplaatsen aldaar een parkeerbelasting moet worden betaald tegen een - aldus de heffingsambtenaar - ‘schriktarief’ van € 16,00 per 4 uur.

Belanghebbende beroept zich tevens op schending van de redelijkheid en billijkheid.

5.3.

De gemeente Amstelveen heeft voor de Kardinaal de Jongstraat een parkeertarief ingevoerd van € 16 per 4 uur (of een gedeelte daarvan). Dit tarief wordt volgens de bij de rechtbank gegeven verklaring van de heffingsambtenaar geheven om het lang parkeren in de wijk tegen te gaan, omdat er veel klachten waren van de bewoners. De gemeenteambtenaar heeft in aanvulling daarop in zijn verweerschrift gesteld dat sprake is van “het reguleren van het parkeeraanbod op basis van een financiële prikkel.”

5.4.

Daarnaast heeft de gemeente Amstelveen in de Kardinaal de Jongstraat een vijftal parkeerplaatsen als parkeerschijfzone aangewezen waar met gebruikmaking van een parkeerschijf kan worden geparkeerd. Uit de stukken kan worden afgeleid dat met deze aanwijzing de gemeente beoogt tegemoet te komen aan de wens van winkeliers in het nabijgelegen winkelcentrum om bezoekers (c.q. klanten) in de gelegenheid te stellen in korte tijd hun boodschappen te doen en zogenaamd zoekverkeer aldaar te voorkomen.

5.5.

De wijze waarop de gemeente Amstelveen de parkeerregulering als bedoeld in artikel 225 Gemeentewet vorm heeft gegeven, staat op zichzelf niet ter beoordeling van de belastingrechter. De taak van het Hof is beperkt tot de beantwoording van de vraag of de naheffingsaanslag terecht is vastgesteld; meer in het bijzonder in dit concrete geval of de gemeente daarbij is gebleven binnen de haar krachtens de Gemeentewet toekomende bevoegdheid, waarbij ook algemene rechtsbeginselen een rol spelen.

5.6.

Ingevolge artikel 225, eerste lid, van de Gemeentewet is de gemeente in het kader van de parkeerregulering bevoegd een belasting te heffen ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij of krachtens de belastingverordening te bepalen plaats, tijdstip en wijze. Het tarief van die belasting kan, volgens het achtste lid, afhankelijk worden gesteld van de parkeerduur, van de parkeertijd, van de ingenomen oppervlakte en van de ligging van de terreinen of weggedeelten. De gemeente Amstelveen heeft de belastingtarieven voor het parkeren vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Verordening. Deze zijn afhankelijk van de tariefzone waar het voertuig geparkeerd wordt. Al naar gelang de ligging van de parkeerplaatsen is sprake van een ‘tariefzone A’, een ‘tariefzone B’ of een ‘tariefzone C’. De respectievelijke parkeertarieven voor deze zones bedragen € 2,00 per uur, € 1,05 per uur en € 16,00 per 4 uur of een gedeelte daarvan.

5.7.

De parkeerschijfzones in de Kardinaal de Jongstraat zijn door de gemeente Amstelveen bij het besluit van 6 augustus 2012 aangewezen. Op deze parkeerplaatsen kan van maandag tot en met zaterdag van 9:00 uur tot 18:00 uur met gebruikmaking van een duidelijk zichtbare parkeerschijf worden geparkeerd, met een maximum parkeerduur van 1 uur. Uit de overwegingen bij genoemd besluit kan worden afgeleid dat de gemeente deze plaatsen onder andere heeft ingesteld ter verzekering van een doelmatig gebruik van de beschikbare parkeerplaatsen, ter voorkoming van onnodig zoekverkeer ten behoeve van de verkeersveiligheid en ter waarborging van de vrijheid van verkeer.

5.8.

Het Hof is van oordeel dat het tarief voor genoemde locatie, noch het tariefverschil tussen de locatie en de nabij gelegen parkeerplaatsen, absoluut en relatief gezien, zodanig groot is dat geoordeeld zou moeten worden dat sprake is van een onredelijke of willekeurige heffing die de wetgever niet op het oog kan hebben gehad.

5.9.

De in artikel 225 van de Gemeentewet geschapen mogelijkheid tot parkeerregulering, met inbegrip van het achtste lid van dat artikel, staat de handelwijze van de gemeente Amstelveen naar ’s Hofs oordeel niet in de weg. Het Hof neemt daarbij mede in acht dat van strijd met het voornoemd artikel geen sprake is in het geval waarin een gemeente besluit parkeertarieven te hanteren die zijn gedifferentieerd naar de ligging van de parkeerplaatsen, en daarbij parkeerautomaatplaatsen als parkeerplaats op te heffen en aan te wijzen als parkeerschijfzone, ook als voor de overige parkeerautomaatplaatsen een (afwijkend) hoger tarief wordt geheven.

5.10.

Belanghebbende heeft in hoger beroep overigens geen feiten en omstandigheden gesteld en aannemelijk gemaakt, die tot de conclusie leiden dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Hiertoe is in ieder geval niet voldoende dat op de parkeerplaatsen in de blauwe zone, dan wel op de parkeerplaatsen elders, een gunstiger tarief geldt.

Slotsom

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

6 Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

7 Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. P.F. Goes, voorzitter van de belastingkamer, F.J.P.M. Haas en M. Greebe, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A.J. den Ouden als griffier. De beslissing is op 11 februari 2016 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.