Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5728

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-12-2016
Datum publicatie
17-01-2017
Zaaknummer
001005-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beschikking 577c. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering, omdat het dossier niet een door de advocaat-generaal getekende en gedateerde vordering lijfsdang bevat en de advocaat-generaal deze evenmin ter zitting over kon leggen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

AV-nummer: 001005-16

rolnummer: 23-003947-08

datum uitspraak: 16 december 2016

Beschikking gegeven op de vordering van het Openbaar Ministerie op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), ingediend tegen de veroordeelde:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1948,

adres: [adres] (Spanje)

Procesgang

Dit gerechtshof heeft bij arrest van 18 februari 2011 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.553.312. Deze ontnemingsmaatregel is op 6 november 2012 onherroepelijk geworden.

De advocaat-generaal heeft een vordering ingediend die strekt tot het verlenen van verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang, vanwege het - na uitwinning van het conservatoir beslag - nog openstaande bedrag van € 1.170.282,70.

Ter terechtzitting in raadkamer is door de advocaat aangevoerd dat de veroordeelde en hij er niet van op de hoogte waren dat vandaag, naast het verzoek op grond van artikel 577b Sv, ook een vordering op grond van artikel 577c, eerste lid, Sv aan de orde zou zijn. De advocaat heeft een dergelijke vordering niet aangetroffen. Noch de veroordeelde, noch de advocaat heeft zich daarom op de behandeling van de vordering voorbereid.

Het oordeel van het hof

Het hof stelt vast dat de veroordeelde voor de zitting van 2 december 2016 geldig is opgeroepen, teneinde mede te worden gehoord over een vordering in de zin van artikel 577c Wetboek van Strafvordering (een vordering lijfsdwang). Een afschrift van die oproeping is naar de advocaat gestuurd.

Het hof stelt voorts vast dat het dossier niet een door de advocaat-generaal getekende en gedateerde vordering lijfsdwang bevat, terwijl de advocaat-generaal in raadkamer ook geen ondertekende en gedateerde vordering, of kopie daarvan, kon overleggen. Daarmee moet de vordering geacht worden er niet te zijn en dient het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering krachtens artikel 577c Sv.

Beslissing

Het hof:

Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering op de voet van artikel 577c Sv.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. W.M.C. Tilleman en mr. D.J.M.W. Paridaens, in tegenwoordigheid van mr. S.W.M. Stevens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 december 2016.

De voorzitter en de jongste raadsheer zijn buiten staat deze beschikking te ondertekenen.