Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5719

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-12-2016
Datum publicatie
12-01-2017
Zaaknummer
23-005106-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal met geweld in vereniging. Bedreiging ex-vriendin. Stemherkenning. Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-005106-15

Datum uitspraak: 23 december 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 december 2015 in de strafzaak onder de parketnummers
13/665415-15 en 13/741045-14 (TUL) tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

adres: [adres],

thans gedetineerd in P.I. Lelystad te Lelystad.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
12 april 2016, 19 april 2016, 5 juli 2016 en 14 december 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover in hoger beroep nog aan de orde - ten laste gelegd dat:

1:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 juli 2015 tot en met 17 augustus 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of in Turkije, [naam 1] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of verkrachting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam 1] - via whats'app (per tekstbericht en/of video- en/of geluidsbericht) - dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je dood hoerenkind die je bent. Ik maak je dood" en/of "dit is precies de reden dat ik je kankerhoofd vol ga proppen lood" en/of "ik ga jouw hoofd met een kogel, een kogel ga ik jouw hoofd helemaal kapot maken" en/of "ik ga je kanker keel ga ik snijden, ik ga in je gezicht steken" en/of "jij bent de lul. Ik heb niets meer te verliezen. eerste volgende dat ik je zie, ik ga die kankerhoofd van jou bewerken, ik ga je doodmaken" en/of "ik zal zorgen dat alles één voor één in je hoerenhersen laten knallen" en/of "eerloze die ik in de kut en eer neuk" en/of "ik neuk je" en/of "ik neuk je moeder" en/of "ik zal jullie hersens als volgt uit elkaar laten spatten en/of "ik zal je kut en hersens zo uit elkaar laten spatten", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of één of meer video- en/of geluidsfragmenten gestuurd, waarop hij, verdachte, met een pistool schiet en/of waarop het geluid van een pistoolmitrailleur te horen is;

2
primair:
hij op of omstreeks 16 juni 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, op het Stationsplein, in elk geval op of aan een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met inhoud) en/of een mobiele telefoon (Iphone 4) en/of een geldbedrag en/of een hoeveelheid weed, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [naam 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of zijn mededader, voornoemde [naam 2] een vuurwapen, althans een (op een vuurwapengelijkend) voorwerp heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of voornoemde [naam 2] in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of tegen voornoemde [naam 2] heeft/hebben geroepen: "ik weet waar je moeder woont, ik weet iedereen te vinden van je familie" en/of "wil je dat je moeder veilig op straat loopt moet je geen aangifte doen" en/of "we weten jullie te vinden", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2015 tot en met 27 juni 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een mobiele telefoon (Iphone 4) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen wist, althans redelijkewijs had moeten vermoeden dat het (een) door diefstal in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 maart 2015 tot en met 12 maart 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [naam 1] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam 1] een bericht met een foto gezonden waarop een kogel te zien is met de tekst:"een kogel bewaar ik speciaal voor jou", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

5:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2015 tot en met 30 september 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [naam 1] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam 1] (telefonisch) dreigend de woorden toegevoegd : "schoonheid van mij, heb je er niet aan gedacht, 'wat gaat er gebeuren als hij vrij is'" en/of "als ik die 90 dagen moet uitzitten, dan zal ik jou ook laten uitzitten" en/of "door jou zit ik hier vast, als je het niet intrekt, dan loopt het slecht met je af" en/of "Hij moest jou schieten daaro, dat is wat ie moest doen" en/of "als ik nog een keer zo iets hoor, ik zweer het je, terwijl ik vast zit maak ik je af" en/of "als ik hier niet uit kom, dan zal ik te pakken nemen" en/of "als jij niet gaat intrekken, dan zal het echt slecht aflopen. Ik kom toch vrij" en/of "ik zit hier dag en nacht te denken wat ik jou ga aandoen" en/of "als ik over binnen een of twee weken niet vrijkom, als ik voor mijn verjaardag niet vrijkom. [naam 1] dan zal ik met je afrekenen" en/of "[naam 1], je zult hier zwaar rekenschap voor afleggen" en/of "ik denk elke dag aan wat ik ga doen, je moet eens weten. is afgelopen man" en/of "dan moet je maar zeggen wat ik met jou moet doen" en/of "jij komt hier niet ongestraft mee weg" en/of "ik ga jullie allemaal op de knieën brengen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vrijspraak feit 4

Met de raadsman is het hof van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte de foto en de begeleidende tekst aan de aangeefster gestuurd heeft, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging feit 1 en afwijzing van een voorwaardelijk verzoek

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft hiertoe aangevoerd dat niet vastgesteld kan worden dat het nummer [nummer] in gebruik was bij de verdachte. Voorts heeft hij betoogd dat de stemherkenning uitgesloten dient te worden van het bewijs omdat deze niet betrouwbaar is.

Het hof verwerpt deze verweren en overweegt dienaangaande als volgt.

De aangeefster is in de periode van 23 juli 2015 tot en met 12 augustus 2015 bedreigd vanaf het Turkse telefoonnummer [nummer]. De aangeefster heeft verklaard dat dit nummer in gebruik was bij de verdachte, haar ex-vriend. De vader van de verdachte, [naam 3], heeft verklaard dat de verdachte tussen 29 juni 2015 en 13 augustus 2015 op vakantie is geweest in Turkije en dat de verdachte toen gebruik heeft gemaakt van een Turks telefoonnummer. In de periode van 4 juli 2015 tot en met 17 augustus 2015 is vijf maal contact geweest tussen het telefoonnummer van [naam 3] en het nummer [nummer]. Op 23 juli 2015 is vanaf dit nummer een filmpje van de verdachte die een fles kapotschiet aan de aangeefster verstuurd. Gelet hierop staat naar het oordeel van het hof vast dat de verdachte de gebruiker was van het nummer [nummer] en hecht het hof geen geloof aan de verklaring van de verdachte dat hij in de betreffende periode geen gebruik heeft gemaakt van een Turks telefoonnummer.

Dat de verdachte de gebruiker was van bedoeld telefoonnummer en de bedreigingen aan de aangeefster heeft verstuurd, vindt bevestiging in de stemherkenningen door verbalisant [verbalisant] en [tolk]. Dienaangaande overweegt het hof dat in het recht geen steun is te vinden voor de opvatting dat alleen een deskundige een stem op een geluidsfragment kan herkennen, zodat niet gesteld kan worden dat een stemherkenning op een niet-wetenschappelijk erkende wijze niet betrouwbaar is en daarom niet gebezigd kan worden als bewijsmiddel. Het hof heeft bij het gebruik van het resultaat van de stemherkenningen de vereiste behoedzaamheid betracht en heeft de stemherkenning beoordeeld in samenhang met de overige bewijsmiddelen. Gelet op het vorenoverwogene acht het hof onderzoek naar de betrouwbaarheid van de stemherkenning niet noodzakelijk, zodat het voorwaardelijk verzoek van de raadsman hiertoe wordt afgewezen.

Bewijsoverweging feit 2

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en hiertoe aangevoerd dat het door aangever opgegeven signalement niet past bij het uiterlijk van de verdachte en dat niet bewezen kan worden dat de verdachte op de plaats delict aanwezig is geweest, gelet op het ontbreken van nadere gegevens omtrent de paallocaties.

Het hof overweegt als volgt.

  • -

    De aangever heeft een van de daders omschreven als een Turkse man met een gouden hoektand. Dit opvallende uiterlijke kenmerk past bij het uiterlijk van de verdachte, die een gouden tand heeft. De aangever heeft op een foto, geplaatst op de facebookpagina van de verdachte, de verdachte aangewezen als zijnde een van de daders.

  • -

    Tijdens de gewapende diefstal is een iPhone4 weggenomen die tien dagen na de overval bij de verdachte is aangetroffen. Op de telefoon staan zeven foto’s van verdachte die twee dagen na de op 16 juni 2015 gepleegde beroving zijn gemaakt. Hiermee is niet verenigbaar de verklaring van de verdachte dat hij deze telefoon heeft gekocht ‘net niet een week’ voor 28 juni 2015. Voorts is de verklaring van de verdachte dat hij de telefoon heeft gekocht bij de winkel ‘[winkel]’, gelegen aan het Mercatorplein, ongeloofwaardig, gelet op het onderzoek van verbalisanten, dat heeft uitgewezen dat deze winkel niet bestaat.

  • -

    De telefoon van de verdachte heeft vlak na de gewapende diefstal een zendpaal aangestraald in de omgeving van station Amsterdam Centraal, derhalve in de buurt van de plaats delict. Ook dit is niet verenigbaar met de, overigens niet onderbouwde, verklaring van de verdachte dat hij ten tijde van de beroving in de [bedrijf] Haarlem of Amsterdam Bijlmer werkte.

Op grond van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat het de verdachte is geweest die het ten laste gelegde samen met een ander heeft begaan. Het verweer wordt daarom verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij in de periode van 23 juli 2015 tot en met 17 augustus 2015 in Nederland en/of in Turkije [naam 1] telkens heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en verkrachting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde Turkmen - via WhatsApp per tekstbericht en video- en geluidsbericht - dreigend de woorden toegevoegd:

"Ik maak je dood hoerenkind die je bent. Ik maak je dood" en

"dit is precies de reden dat ik je kankerhoofd vol ga proppen lood" en

"ik ga jouw hoofd met een kogel, een kogel ga ik jouw hoofd helemaal kapot maken" en

"ik ga je kanker keel ga ik snijden, ik ga in je gezicht steken" en

"jij bent de lul. Ik heb niets meer te verliezen. eerste volgende dat ik je zie, ik ga die kankerhoofd van jou bewerken, ik ga je doodmaken" en

"ik zal zorgen dat alles één voor één in je hoerenhersen laten knallen" en

"eerloze die ik in de kut en eer neuk" en

"ik neuk je" en

"ik zal jullie hersens als volgt uit elkaar laten spatten” en

"ik zal je kut en hersens zo uit elkaar laten spatten",

en video- en geluidsfragmenten gestuurd, waarop hij met een pistool schiet en waarop het geluid van een pistoolmitrailleur te horen is.


2 primair:
hij op 16 juni 2015 te Amsterdam, op het Stationsplein, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas, een mobiele telefoon (iPhone 4), een geldbedrag en een hoeveelheid weed, toebehorende aan [naam 2], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [naam 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij voornoemde [naam 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en voornoemde [naam 2] tegen het gezicht heeft geslagen en gestompt en tegen voornoemde [naam 2] heeft geroepen: "ik weet waar je moeder woont, ik weet iedereen te vinden van je familie" en "wil je dat je moeder veilig op straat loopt moet je geen aangifte doen" en "we weten jullie te vinden".


5:
hij in de periode van 22 augustus 2015 tot en met 30 september 2015 te Amsterdam, [naam 1] telkens heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam 1] telefonisch dreigend de woorden toegevoegd:

"schoonheid van mij, heb je er niet aan gedacht, ‘wat gaat er gebeuren als hij vrij is" en

"als ik die 90 dagen moet uitzitten, dan zal ik jou ook laten uitzitten" en

"door jou zit ik hier vast, als je het niet intrekt, dan loopt het slecht met je af" en

"Hij moest jou schieten daaro, dat is wat ie moest doen" en

"als ik nog een keer zo iets hoor, ik zweer het je, terwijl ik vast zit maak ik je af" en

"als ik hier niet uit kom, dan zal ik te pakken nemen" en

"als jij niet gaat intrekken, dan zal het echt slecht aflopen. Ik kom toch vrij" en

"ik zit hier dag en nacht te denken wat ik jou ga aandoen" en

"als ik over binnen een of twee weken niet vrijkom, als ik voor mijn verjaardag niet vrijkom. [naam 1] dan zal ik met je afrekenen" en

"[naam 1], je zult hier zwaar rekenschap voor afleggen" en

"ik denk elke dag aan wat ik ga doen, je moet eens weten. is afgelopen man" en

"dan moet je maar zeggen wat ik met jou moet doen" en

"jij komt hier niet ongestraft mee weg" en

"ik ga jullie allemaal op de knieën brengen".

Hetgeen 5 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het 5 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

en

bedreiging met verkrachting.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarbij heeft de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden gesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De raadsman heeft bepleit dat de door de verdachte reeds ondergane tijd in voorlopige hechtenis

meer dan afdoende straf vormt.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de bedreiging van zijn ex-partner. Hij heeft buitengewoon gewelddadige teksten naar haar gestuurd en deze kracht bijgezet met audio- en videomateriaal. Zo heeft hij een filmpje, waarin te zien is dat hij een fles kapotschiet, vergezeld met de boodschap dat hij aangeefsters ‘kut’ en hersens zo uit elkaar zal laten spatten. Hiermee heeft de verdachte een forse inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster. Vanwege de ernstige bedreigingen heeft de aangeefster in angst geleefd en bestond bij haar de vrees dat de verdachte haar daadwerkelijk zou doden.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld in vereniging op de openbare weg. Hij heeft de aangever een wapen getoond, hem geslagen en gedreigd diens familie iets aan te doen als hij aangifte zou doen. Aldus heeft de verdachte blijk gegeven geen enkele respect te hebben voor andermans eigendom en de persoonlijke integriteit van de aangever. Dergelijk gewelddadig gedrag is zeer bedreigend en veroorzaakt gevoelens van angst in de samenleving. Uit de ter terechtzitting voorgelezen schriftelijke slachterverklaring blijken de gevolgen voor de aangever in het bijzonder, zoals gevoelens van onveiligheid en machteloosheid.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 29 november 2016 is hij eerder voor geweldsdelicten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Uit hetgeen ter terechtzitting is besproken blijkt dat de verdachte een begin heeft gemaakt van het op orde brengen van zijn leven. Het hof acht het onwenselijk dat deze prille ontwikkeling in de kiem wordt gesmoord doordat de verdachte weer vast komt te zitten en zal daarom een deel van de bij dit soort feiten passende gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Ter ondersteuning van de verdachte zullen de door de reclassering geadviseerde meldplicht, behandelverplichting en contactverbod als bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Vanwege de ernst van de gepleegde feiten zal hierbij een proeftijd van drie jaren worden gesteld.

Vanwege het extreem dreigende en gewelddadige karakter van de bedreigingen en het feit dat de verdachte is doorgegaan met het bedreigingen van aangeefster Turkmen vanuit een penitentiaire inrichting, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het hof zal daarom de dadelijke uitvoerbaarheid bevelen van de op te leggen voorwaarden.

Het hof acht, alles afwegende, een straf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [naam 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.353,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.503,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de vordering wordt toegewezen.

De raadsman heeft - vanwege de bepleite vrijspraak - verzocht de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft hij verzocht de vergoeding te matigen.

De vordering zal, voor wat betreft de materiële schade van €753,00, volledig worden toegewezen.

Het hof zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar maatstaven van billijkheid schatten op € 750,00, waarbij is gelet op de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters is toegekend. Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Voorlopige hechtenis

De advocaat-generaal heeft een voorwaardelijk verzoek tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gedaan. De raadsman heeft verzocht het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen.

Omdat de verdachte langer in voorarrest heeft doorgebracht dan het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen gevangenisstraf, heft het hof het bevel tot voorlopige hechtenis op.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft op 21 mei 2015 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Amsterdam van 13 november 2014 onder parketnummer 13/741045-14 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 50 dagen. De rechtbank heeft in het onderhavige vonnis de vordering tot tenuitvoerlegging toegewezen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Op grond van hetgeen bij de oplegging van de straf is overwogen omtrent de ingezette positieve weg van de verdachte, zal het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te melden duur gelasten.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor het overige en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 primair en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt de volgende bijzondere voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde moet zich, indien hij hiertoe wordt opgeroepen, melden bij de reclassering Nederland op het adres Wibautstraat 12, 1091 GM te Amsterdam, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    de veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelen voor zijn agressie- regulatieproblematiek bij de Waag of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat de veroordeelde zich, gedurende de proeftijd van drie jaren, van middellijk of onmiddellijk contact onthoudt met zijn ex-vriendin [naam 1], geboren op [geboortedatum].

Beveelt dat voormelde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

Geeft opdracht aan de Reclassering Amsterdam tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [naam 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [naam 2] ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.503,00 (duizend vijfhonderddrie euro), bestaande uit € 753,00 (zevenhonderddrieënvijftig euro) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam 2], ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.503,00 (duizend vijfhonderddrie euro), bestaande uit € 753,00 (zevenhonderddrieënvijftig euro) materiële schade en € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 16 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2014, parketnummer 13/741045-14, te weten van 50 dagen gevangenisstraf, te vervangen door: taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis in de zaak met parketnummer: 23-005106-15.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. N.A. Schimmel en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van
mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
23 december 2016.