Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5697

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-12-2016
Datum publicatie
09-01-2017
Zaaknummer
R001415-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Artikel 591a. Hoger Beroep. Gronden van billijkheid bij pleitbaar standpunt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
O&A 2017/25
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Rekestnummer: R 001415-15 / (591a Sv HB)

Parketnummer: 15/760039-14

Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 20 juni 2016 op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, [naam],

adres kantoor: [adres]

1 Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding uit ’s Rijks kas ter zake van kosten ten behoeve van het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten in eerste aanleg en in hoger beroep van het verzoek ex artikel 89 Sv tegen de geldende standaardbedragen.

2 Procesverloop

De raadkamer van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, heeft de verzochte vergoeding ex artikel 89 Sv toegewezen tot een bedrag van € 980,00 en het overige afgewezen.

Het hoger beroep is ingesteld namens verzoeker (hierna: appellant).

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer, van het onderhavige verzoekschrift en van de stukken met betrekking tot de behandeling van dit verzoek in eerste aanleg.

Het hof heeft op 11 november 2016 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.

De advocaat heeft het beroep in raadkamer toegelicht. Zij heeft betoogd dat de gevraagde vergoeding dient te worden toegewezen.

De advocaat-generaal heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de appellant in het hoger beroep en subsidiair tot matiging van de verzochte vergoeding.

3 Beoordeling van het verzoek

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.

De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis van 22 september 2015 in die strafzaak is inmiddels onherroepelijk.

Het hof ziet gronden van billijkheid om het op artikel 591a Sv gebaseerde verzoek van de advocaat tot het verkrijgen van een vergoeding uit ’s Rijks kas ter zake van de kosten van rechtsbijstand voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten in twee instanties van het verzoekschrift ex artikel 89 Sv toe te wijzen, tot een bedrag van in totaal € 830,00, het geldende standaardbedrag.

Het verzoek ex artikel 89 Sv is immers niet evident in strijd met vaste jurisprudentie. De kosten van rechtsbijstand die zijn gemoeid met het voorleggen aan de rechter van dat verzoek komen daarom voor vergoeding in aanmerking.

Het hof zal gelet op de toewijzing van de kosten in beide instanties de beschikking van de rechtbank vernietigen en opnieuw recht doen.

4 Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 20 juni 2016 ter zake van de gevraagde vergoeding op de voet van artikel 591a Sv.

Kent uit ’s Rijks kas aan verzoeker een vergoeding toe van € 830,00 (achthonderddertig euro).

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.L. Bruinsma, W.M.C. Tilleman en H.W.J. de Groot, in tegenwoordigheid van

mr. M. Venderbosch als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 9 december 2016.

De voorzitter beveelt:

de tenuitvoerlegging van deze beschikking voor een bedrag van € 830,00 (achthonderddertig euro), te betalen uit ’s Rijks kas aan verzoeker voornoemd door overmaking van bovenstaand bedrag op bankrekeningnummer [nummer]

Amsterdam, 9 december 2016.

Mr. J.L. Bruinsma, voorzitter.