Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5671

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-11-2016
Datum publicatie
30-12-2016
Zaaknummer
23-000105-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging. Aanvullende bewijsoverweging. Diefstal in vereniging uit offerkist kerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-000105-16

Datum uitspraak: 1 november 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 januari 2016 in de strafzaak onder

parketnummer 15-810415-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

18 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek

van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof een wijziging aanbrengt in de gebezigde bewijsmiddelen en aan de toepasselijke wettelijke voorschriften artikel 63 van het Wetboek van Strafvordering toevoegt. Voorts vult het hof het vonnis waarvan beroep aan met de hiernavolgende overwegingen.

Bewijsmiddelen

Aan het onder I in het vonnis van de politierechter opgenomen bewijsmiddel voegt het hof de volgende zinssnede toe:

- Wij, verbalisanten, zagen dat de punt van dit mes enigszins verbogen was.

Aanvullende bewijsoverweging

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging van het geld uit de offerkist in de St. Bavokerk in Haarlem, ondanks de ontkennende verklaring van de verdachte. Daarbij wijst hij op de aangifte, het proces-verbaal van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 28 december 2015, de verklaring van getuige [getuige] en de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte]. Voorts voert de advocaat-generaal aan dat er sprake is van medeplegen nu de verdachte en zijn medeverdachte samen in de kerk waren, samen bij de offerkist stonden en samen zijn weggerend van de kerk. Derhalve is de bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht, aldus de advocaat-generaal.

Standpunt raadsvrouw

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte van het tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken, nu wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Niemand heeft gezien dat de verdachte iets met de offerkist of de tas met geld heeft gedaan. Bovendien heeft de verdachte de tas met geld teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar. Er is geen enkele aanwijzing dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de diefstal met verbreking.

Overwegingen van het hof

Het hof verwerpt het verweer van de raadsvrouw en overweegt hiertoe het volgende.

De verdachte is op 28 december 2015 samen met zijn medeverdachte, een bekende van hem, naar de St. Bavokerk in Haarlem gegaan. Zij hadden een tas, een klapmesje en een kniptang bij zich. De aangever, die samen met de koster [naam] in de kerk aanwezig was, heeft tegenover de verbalisant [verbalisant 3] verklaard dat zij zagen dat de verdachte en zijn medeverdachte bij de offerkist in de kerk stonden. Zij zagen dat de medeverdachte een tas van de grond pakte en hoorden hierbij gerinkel. Zij hadden allebei het idee dat de personen het geld uit de offerkist in deze tas hadden gestopt. Aangever is achter de verdachte en de medeverdachte aangelopen en zei hun dat hij wist dat zij geld uit de kerk hadden weggenomen. Hierop antwoordden de verdachte en de medeverdachte beiden dat dit niet waar was. Vervolgens zijn zowel de verdachte als de medeverdachte gaan rennen. Na een achtervolging door de aangever en getuige [getuige] zijn verdachte en zijn medeverdachte staande gehouden. Bij de medeverdachte werd de tas met de buit aangetroffen en bij de verdachte is een klapmesje met een gebogen punt aangetroffen. Aan de offerkist is te zien dat deze is opgemaakt met een voorwerp, omdat er splinters om het slot heen zaten.

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van het hof dat de verdachte en zijn medeverdachte de diefstal gezamenlijk hebben gepleegd, met een significante bijdrage van de verdachte. Dat de verdachte uiteindelijk de tas met geld aan de rechtmatige eigenaar heeft overhandigd, doet niet af aan de voltooide diefstal van het geld uit de offerkist.

Aanvullende strafmotivering

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafvordering van toepassing is.

Voorts overweegt het hof dat de verdachte in samenwerkingsverband heeft geopereerd waarbij hij geld uit de offerkist van een kerk heeft weggenomen. Dit is een ernstig feit waarmee verdachte geen enkel respect heeft getoond voor het goede doel waaraan het geld was geschonken. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan.

Mede gelet op de omvangrijke Justitiƫle Documentatie van 5 oktober 2016 betreffende de verdachte,

acht het hof de straf die door de rechter in eerste aanleg is opgelegd passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. A.P.M. van Rijn en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van

A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

1 november 2016.

Mr. A.P.M. van Rijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.