Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5658

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-08-2016
Datum publicatie
30-12-2016
Zaaknummer
23-004002-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanranding: likken in gezicht. Diefstal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-004002-15

Datum uitspraak: 31 augustus 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 september 2015 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15/124499-15 en 15/123569-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres 1] ,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 15/124499-15:
hij op of omstreeks 23 juni 2015 te Bloemendaal, in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit:

- het betasten van en/of knijpen in de bil(len) van die [slachtoffer] en/of

- het likken in het gezicht van die [slachtoffer] ,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit:

- het onverhoeds betasten van en/of knijpen in de bil(len) van die [slachtoffer] en/of

- het vastpakken van die [slachtoffer] en/of houden van een hand om de nek van die [slachtoffer] en/of het in een greep houden van die [slachtoffer] en/of

- het onverhoeds likken van het gezicht van die [slachtoffer] ;

Zaak met parketnummer 15/123569-15 (gevoegd):
hij op of omstreeks 23 juni 2015 in de gemeente Bloemendaal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een winkel gelegen aan de [adres 2] aldaar heeft weggenomen twee, althans een of meer, fles(sen) wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Overwegingen

Ten aanzien van parketnummer 15/124499-15.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd dat er niet voldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De aangeefster is de enige getuige. Immers, de getuige [getuige 1] heeft slechts verklaard over hetgeen de aangeefster haar heeft verteld; het betreft een de auditu verklaring. De getuige [getuige 2] heeft niets waargenomen van de ten laste gelegde handelingen. De aangeefster zou direct na het voorval tegen [getuige 1] hebben gezegd: “Volgens mij ben ik net aangerand.” Dit komt niet overtuigend over. De reactie van aangeefster op de aanranding zoals [getuige 1] die beschrijft, is niet een logische. De verdachte ontkent de aanranding te hebben gepleegd en is niet in de buurt van de woning van de aangeefster aangehouden. Het is heel goed mogelijk dat de aangeefster de verkeerde persoon heeft aangewezen. De omschrijving die de getuige [getuige 2] van de desbetreffende persoon geeft, komt ook niet overeen met het signalement van de verdachte.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt dienaangaande het volgende:

De aangeefster heeft verklaard dat zij op 23 juni 2015 op straat voor haar woning in Bloemendaal werd aangesproken door een man die vroeg of zij hem kon helpen. In de ogen van de man zag de aangeefster dat hij dronken was. Toen de aangeefster wilde doorlopen naar haar huis, werd de man een tikkeltje agressief. Hij vroeg aangeefster vervolgens of zij een bierblikje voor hem wilde openmaken, hetgeen aangeefster deed. De man stond tegenover aangeefster. Toen aangeefster wilde weglopen, pakte de man met zijn ene hand om haar heen en pakte haar bij haar rechterbil en kneep erin. Met zijn andere hand pakte hij haar nek. Aangeefster zat vast in zijn greep. De man begon vervolgens met zijn tong haar gezicht af te likken. Aangeefster rukte zich los en rende het tuinhekje door. In haar ooghoek zag zij de postbode langs fietsen, naar later is gebleken: de getuige [getuige 2] . De aangeefster wilde zo snel mogelijk het huis in naar haar dochter, te weten de getuige [getuige 1] .

[getuige 1] heeft beschreven dat zij bij haar moeder thuis was. Toen haar moeder binnenkwam, vertelde zij wat haar zojuist was overkomen. [getuige 1] heeft beschreven dat haar moeder, toen zij binnenkwam, verschrikt keek. Zij had grote ogen en [getuige 1] zag in haar ogen de schrik en het ongeloof. Haar moeder zei “Ik geloof dat ik net ben aangerand.”

Het hof stelt vast dat de verklaring van [getuige 1] niet uitsluitend is gebaseerd op hetgeen de aangeefster haar had verteld, maar dat deze verklaring ook haar eigen waarneming bevat van de gemoedstoestand van de aangeefster direct na het tenlastegelegde feit. Anders dan de verdediging, is het hof van oordeel dat deze gemoedstoestand past bij hetgeen de aangeefster zou zijn overkomen. Het hof ziet in bedoelde waarneming, in samenhang met de rest van de verklaring van [getuige 1] , een bevestiging van de aangifte en de betrouwbaarheid daarvan.

De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat een man dicht bij een vrouw stond en dat deze vrouw een afwerende beweging maakte. Hoewel de getuige [getuige 2] niet de precieze handelingen heeft waargenomen die de aangeefster in haar aangifte beschrijft, acht het hof deze verklaring daarvoor wel een ondersteuning.

Het hof acht gelet op het voorgaande bewezen dat een man jegens de aangeefster de handelingen heeft gepleegd zoals zij heeft beschreven in de aangifte. Het hof acht ook bewezen dat de verdachte die man was. Het hof overweegt daartoe als volgt.

De aangeefster heeft verklaard dat de man die haar had aangerand na het incident in de richting van de Dr. Dirk Bakkerlaan liep. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2015 blijkt dat verbalisant [verbalisant] op 23 juni 2015 een melding kreeg dat er een dronken persoon zou lopen in de Dr. Dirk Bakkerlaan in Bloemendaal. Ook verbalisant [verbalisant] is ter plaatse gegaan en zag een persoon in de Dr. Dirk Bakkerlaan lopen die hem opviel. De verbalisant heeft de persoon om zijn legitimatie gevraagd en het bleek de verdachte te zijn. Daarna ging de verdachte de [bedrijf] aan de Bloemendaalse weg in.

Nadat de aangeefster aan [getuige 1] had verteld wat er zojuist was voorgevallen, is [getuige 1] de straat op gelopen om de man te zoeken. Het was twee of drie minuten na het voorval. [getuige 1] zag toen aan het eind van de straat twee politieauto’s staan. Aangeefster herkende de man die met de agenten stond te praten als de man die haar zojuist had aangerand. Aangeefster ging vervolgens naar de politie en heeft verklaard wat haar was overkomen.

Vervolgens hoorde verbalisant [verbalisant] dat degene die hij net had staande gehouden een vrouw had aangerand en kon worden aangehouden. De verbalisant is met zijn collega’s naar de [bedrijf] gelopen en heeft de verdachte aangehouden.

Gelet op deze gang van zaken alsmede op de omstandigheden dat i) de beschrijving die de aangeefster van de dader geeft, past bij het signalement van de verdachte, ii) de beschrijving die de getuige [getuige 2] geeft van de man die hij gezien had, de verdachte niet uitsluit, iii) de verdachte kort na de aanranding in de buurt van de plaats delict is aangetroffen en iv) de dader van de aanranding, evenals de verdachte bij zijn aanhouding, kennelijk onder invloed was van alcohol, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de degene is geweest die de in de aangifte omschreven handelingen heeft gepleegd.

Ten aanzien van parketnummer 15/123569-15

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd dat er geen bewijs is dat de verdachte de flessen wijn bij de [bedrijf] op de [adres 2] heeft gestolen, gelet op zijn verklaring dat hij die al eerder had gekocht.

Het hof verwerpt ook dit verweer en overweegt dienaangaande het volgende:

Volgens het proces-verbaal van bevindingen van 23 juni 2015 is op de camerabeelden van 23 juni 2015 van de [bedrijf] aan de [adres 2] te Bloemendaal te zien dat de verdachte een fles rode wijn uit een schap pakt, voor zijn lichaam een aantal handelingen verricht, de fles wijn niet terugzet en vervolgens de fles rode wijn niet meer in zijn handen heeft. De verdachte pakt vervolgens een fles witte wijn, loopt daarmee weg en stopt de fles wijn onder zijn jas. De verdachte heeft vier blikjes bier afgerekend. De kassière zag dat hij daarbij iets onder zijn jas had. Bij zijn aanhouding een paar minuten later om de hoek bij de [bedrijf] had de verdachte een [bedrijf] tas met twee flessen wijn bij zich.

Reeds uit de beelden volgt dat de verdachte de flessen wijn heeft gestolen. Dat de verdachte deze flessen wijn elders zou hebben gekocht, is daarenboven geenszins aannemelijk geworden. Niet alleen heeft de verdachte geen betalingsbewijs overgelegd waaruit zulks zou blijken, maar bovendien heeft de verdachte zeer wisselend verklaard over waar hij die twee flessen wijn zou hebben gekocht.

Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de twee flessen wijn.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15/124499-15 en in de zaak met parketnummer 15/123569-15 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 15/124499-15:
hij op 23 juni 2015 te Bloemendaal, door geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit:

- het betasten van en knijpen in de bil van die [slachtoffer] en

- het likken in het gezicht van die [slachtoffer] ,

en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden uit:

- het onverhoeds betasten van en knijpen in de bil van die [slachtoffer] en

- het vastpakken van die [slachtoffer] en houden van een hand om de nek van die [slachtoffer] en

- het onverhoeds likken van het gezicht van die [slachtoffer] .

Zaak met parketnummer 15/123569-15 (gevoegd):
hij op 23 juni 2015 in de gemeente Bloemendaal met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen twee flessen wijn, toebehorende aan [bedrijf].

Hetgeen in de zaak met parketnummer 15/124499-15 en in de zaak met parketnummer 15/123569-15 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 15/124499-15 bewezen verklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het in de zaak met parketnummer 15/123569-15 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de zaak met parketnummer 15/124499-15 en in de zaak met parketnummer 15/123569-15 bewezen verklaarde veroordeeld tot het verrichten van 80 uren taakstraf, subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in de zaak met parketnummer 15/124499-15 en in de zaak met parketnummer 15/123569-15 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de feitelijke aanranding van de eerbaarheid van een vrouw die zich op straat voor haar eigen woning bevond. Door de vrouw in het gezicht te likken en in de bil te knijpen, heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en haar gevoel van veiligheid aangetast.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal van twee flessen wijn. De verdachte heeft door zijn gedrag laten zien geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Winkeldiefstal is bovendien een ergerlijk feit dat voor de winkelier overlast en schade meebrengt.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 juli 2016 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor diefstal, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 246 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15/124499-15 en in de zaak met parketnummer 15/123569-15 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 15/124499-15 en in de zaak met parketnummer 15/123569-15 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R.A.F. Gerding en mr. S.J. Riem, in tegenwoordigheid van

A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

31 augustus 2016.

mr. S.J. Riem is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.