Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5647

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2016
Datum publicatie
30-12-2016
Zaaknummer
23-005043-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

1. Vernieling. 2. Wederrechtelijk binnendringen in besloten lokaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-005043-15

Datum uitspraak: 22 augustus 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 december 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-152498-12 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Midden Holland - Haarlem PIA te Haarlem.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van

8 augustus 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

Hij op of omstreeks 4 mei 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van perceel [adres]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door een steen door en/of tegen die ruit te gooien;

Feit 2

Hij op of omstreeks 4 mei 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [naam], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte en/of zijn mededader(s).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

Hij op 4 mei 2012 te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van perceel [adres]), geheel of ten dele toebehorende aan [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield door een steen door die ruit te gooien;

Feit 2
Hij op 4 mei 2012 te Amsterdam, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [naam], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf of maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 500 euro, subsidiair 10 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

In verband met het tijdverloop sinds de bewezen verklaarde feiten en de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij de ernst van de nu ten laste gelegde feiten relatief gering is, acht het hof het raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd ten aanzien van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. P.F.E. Geerlings en mr. G.C. Koelman, in tegenwoordigheid van

A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

22 augustus 2016.

Mr. G.C. Koelman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]