Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5646

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2016
Datum publicatie
30-12-2016
Zaaknummer
23-002138-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belediging van een conducteur

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-002138-15

Datum uitspraak: 22 augustus 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 april 2015 in de strafzaak onder parketnummer

13-057869-13 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 maart 2013 te Amsterdam opzettelijk beledigend [naam], werkzaam als conducteur bij GVB te Amsterdam, als ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "ik ga je neuken en/of ik ga je moeder neuken en/of je zus neuken en/of je dochter en je vrouw neuken en/of vuile tering Turk en/of vuile kanker Turk en/of je moeder is een hoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Partiele vrijspraak

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de aangever, in zijn hoedanigheid van conducteur bij het GVB, als ambtenaar in de zin van artikel 267 onder 2 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof ontleent aan de website van het GVB dat het GVB op de ten laste gelegde datum een verzelfstandigde, privaatrechtelijke rechtspersoon was. De aangever had klaarblijkelijk een dienstverband bij die rechtspersoon. Niet gebleken is dat de aangever onder (direct) toezicht en verantwoording van de overheid zijn bediening uitoefende of buitengewoon opsporingsambtenaar was. De enkele omstandigheid dat de gemeente Amsterdam enig aandeelhouder is van het GVB is daartoe niet voldoende. (vgl. HR 7 april 2009, ECLI:NLHR:2009:BG7743)

Het hof zal de verdachte derhalve vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging, inhoudende dat hij een ambtenaar heeft beledigd, in de zin van voornoemd wetsartikel.

Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

Zoals hiervoor overwogen, acht het hof de tenlastegelegde strafverzwarende omstandigheid als bedoeld in artikel 267 onder 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) niet bewezen. Het overblijvende gedeelte van het tenlastegelegde ziet klaarblijkelijk op het in artikel 266 Sr strafbaar gestelde feit 'eenvoudige belediging'.

Ingevolge het bepaalde in artikel 269 Sr wordt belediging niet vervolgd dan op klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd, behalve - voor zover te dezen van belang - in het geval voorzien in artikel 267 onder 2 van het Wetboek van Strafrecht.

Nu de klachtgerechtigde geen klacht heeft ingediend op de wijze als voorzien in artikel 164 van het Wetboek van Strafvordering, zal het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. P.F.E. Geerlings en mr. G.C. Koelman, in tegenwoordigheid van
A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
22 augustus 2016.

Mr. G.C. Koelman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.