Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5645

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-10-2016
Datum publicatie
29-12-2016
Zaaknummer
23-000884-16
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vernieling. Bewijsmotivering voorwaardelijk opzet op grond van de kennelijke opgewonden staat verdachte en het grijpen naar contactsleutel auto

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 23-000884-16

Datum uitspraak: 6 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-024298-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 september 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 9 april 2014 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een (auto)sleutel en/of een ruitenwisserschakelaar, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsmotivering

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte bij de ontstane verkeersruzie door de aangever [slachtoffer] (hierna de aangever) de auto is ingetrokken, hetgeen met zich brengt dat de verdachte geen opzet had op de daarbij ontstane vernieling van de contactsleutel en de ruitenwisserschakelaar, zodat de verdachte van de ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Het hof stelt op basis van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat de verdachte de auto van de aangever is ingedoken. Het hof heeft hierbij niet enkel de verklaring van de aangever en de getuige [getuige] in aanmerking genomen die zulks beiden verklaren, maar heeft daarbij tevens gelet op de eigen verklaring van de verdachte zoals hij die ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, voor zover inhoudende dat hij de aangever tot stoppen wilde manen. Naar het oordeel van het hof past daarbij het graaien door de verdachte naar de contactsleutel, zoals door de aangever is verklaard. Immers, zonder sleutel kon de aangever niet langer wegrijden. Nu de verdachte voorts heeft verklaard dat hij ten tijde van het ten laste gelegde ‘een kort lontje’ had en hij boos was op de aangever, terwijl tevens als vaststaand kan worden aangenomen dat er voorafgaand aan het moment dat de verdachte de auto in dook er een woordenwisseling tussen de verdachte en de aangever was ontstaan, wordt geconcludeerd dat de verdachte in een kennelijk opgewonden staat de auto van de aangever is ingedoken. Door aldus in een dergelijke staat de auto in te duiken en naar de contactsleutel te grijpen heeft de verdachte naar het oordeel van het hof bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de contactsleutel en andere onderdelen van het interieur van de auto door zijn toedoen zouden worden vernield, zodat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 april 2014 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een autosleutel en een ruitenwisserschakelaar, toebehorende aan een ander dan aan verdachte, heeft vernield.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 210,00, subsidiair 4 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard sinds een paar maanden te werken als buschauffeur. Hij heeft deze baan via een uitzendbureau en zij hebben ook zijn rijbewijs betaald. De verdachte heeft goede hoop binnen afzienbare termijn een vast contract bij het vervoersbedrijf te verkrijgen. Omdat hij anders het risico loopt zijn baan te verliezen, is hij verplicht zich als buschauffeur goed te gedragen in het verkeer. Aldus vormt zijn baan als buschauffeur een goede training voor de verdachte om zijn agressie onder controle te houden. Daarnaast is de verdachte bezig regelingen te treffen om zijn schulden af te betalen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich bij een verkeersruzie schuldig gemaakt aan vernieling van een contactsleutel en een ruitenwisserschakelaar van het motorvoertuig van een medeweggebruiker. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij door zijn handelen inbreuk heeft gemaakt op het eigendom van een ander en de eigenaar van de auto financiële schade heeft berokkend.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 september 2016 is hij eerder ter zake van verkeersdelicten onherroepelijk veroordeeld. Dit wordt in zijn nadeel gewogen.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.
Gelet op de weinig royale financiële positie van de verdachte en ten einde hem ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw in het verkeer schuldig te maken aan strafbare feiten, zal deze straf in voorwaardelijke vorm worden opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 210,00 (tweehonderdtien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. M.J.A. Duker en mr. S. Bek, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 oktober 2016.

mr. M.J.A. Duker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[.]