Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5626

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-10-2016
Datum publicatie
30-12-2016
Zaaknummer
23-000264-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing TUL met oog op de reeds opgelegde ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000264-16

datum uitspraak: 28 oktober 2016

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 13-701063-16, 13-029708-15 (TUL) en 13-689074-13 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 oktober 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd –

en met dien verstande dat het hof artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wettelijke voorschriften toevoegt.

Vordering tenuitvoerlegging

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 april 2015, parketnummer 13-029708-15, opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 60 uren, en de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2015, parketnummer 13-689074-13, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week. De politierechter heeft beide vorderingen toegewezen. De vorderingen zijn in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de voorwaardelijk opgelegde straffen niet ten uitvoer worden gelegd met het oog op de ISD-maatregel die de verdachte nu ondergaat.

Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte een ISD-maatregel ondergaat, die hem is opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer Amsterdam van 13 juli 2016. Het hof heeft geconstateerd dat de onderhavige feiten zijn gepleegd voordat genoemde maatregel werd opgelegd.

Dit vormt reden om – overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal – de vorderingen tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissingen omtrent de vorderingen tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 april 2015, parketnummer 13-029708-15, opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 60 uren.

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2015, parketnummer 13-689074-13, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. M.M. van der Nat en mr. T. de Bont, in tegenwoordigheid van S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 oktober 2016.

Mr. T. de Bont is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.