Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5622

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-10-2016
Datum publicatie
30-12-2016
Zaaknummer
23-003629-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Poging tot oplichting, in bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals is. Gezien de persoonlijke omstandigheden een voorwaardelijke straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-003629-15

datum uitspraak: 5 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 april 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-181612-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

1 april 2016 en 5 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 16 mei 2012 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING Bank te bewegen tot de afgifte van een pincode (behorend bij rekeningnummer [rekeningnummer]), in elk geval van enig goed, met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een vals/vervalst (Italiaans) paspoort (nummer [paspoortnummer]) heeft overlegd en/of een handtekening heeft gezet, die niet overeenkwam met de bij de rekening (rekeningnummer [rekeningnummer]) behorende handtekening, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:
hij op of omstreeks 16 mei 2012 te Amsterdam in het bezit was van een reisdocument, te weten een Italiaans paspoort, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat de pasfoto niet overeenkomt met de op het paspoort genoemde persoonsgegevens en/of het papier in het paspoort is voorzien van een nagebootst watermerk en/of het papier gedrukt is met een printer in plaats van verschillende druktechnieken en/of dat dit model paspoort op de vermeende afgiftedatum niet meer werd uitgegeven door de Italiaanse autoriteiten;

3:
hij op of omstreeks 16 mei 2012 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,49 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 0,63 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 16 mei 2012 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een of meer listige kunstgrepen, de ING Bank te bewegen tot de afgifte van een pincode (behorend bij rekeningnummer [rekeningnummer]), met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk een vals Italiaans paspoort (nummer [paspoortnummer]) heeft overgelegd en een handtekening heeft gezet, die niet overeenkwam met de bij de rekening (rekeningnummer [rekeningnummer]) behorende handtekening, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2:
hij op 16 mei 2012 te Amsterdam in het bezit was van een reisdocument, te weten een Italiaans paspoort, waarvan hij wist dat het reisdocument vals was, bestaande de valsheid hieruit dat de pasfoto niet overeenkomt met de op het paspoort genoemde persoonsgegevens en het papier in het paspoort is voorzien van een nagebootst watermerk en het papier gedrukt is met een printer in plaats van verschillende druktechnieken en dat dit model paspoort op de vermeende afgiftedatum niet meer werd uitgegeven door de Italiaanse autoriteiten.

3:
hij op 16 mei 2012 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,49 gram MDMA en ongeveer 0,63 gram amfetamine.

Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot oplichting.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet, dat het vals is.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft middels een vals paspoort getracht een pincode te verkrijgen. Aldus handelend heeft de verdachte niet alleen activiteiten verricht waardoor de bank mogelijk financiële schade wordt berokkend, maar ook een ander dan de bank schade berokkend had kunnen worden. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij enkel oog heeft gehad voor zijn eigen financiële gewin. Tevens heeft de verdachte een hoeveelheid MDMA en amfetamine in bezit gehad. Hiermee heeft de verdachte in strijd met de Opiumwet gehandeld. De handel in verdovende middelen is bezwarend voor de samenleving vanwege de daarmee gepaard gaande gepleegde criminaliteit. Bovendien zijn het voor de gezondheid van personen schadelijke stoffen.

Het hof heeft op 15 april 2016 een tussenarrest gewezen teneinde de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen een reclasseringsrapport omtrent de verdachte te laten (doen) opstellen, waarin specifiek aandacht werd besteed aan de persoon van de verdachte, de gevolgen van een eventuele detentie en de mogelijkheden van de verdachte tot het verrichten van een werkstaf en aan hetgeen overigens naar het inzicht van de rapporteur van belang kan zijn.

De gevraagde rapportage is gerealiseerd op 14 september 2016 en het hof heeft kennisgenomen van het rapport dat reclasseringswerker [reclasseringswerker] heeft opgesteld. Daarin wordt, vanwege gesignaleerde problemen op verschillende leefgebieden, geadviseerd de verdachte geen onvoorwaardelijke (gevangenis)straf op te leggen, aangezien dit een negatieve uitwerking zal hebben op het functioneren van de verdachte op alle leefgebieden. De verdachte kent een verleden dat gekenmerkt werd door overmatig alcoholgebruik. Daarnaast liet hij zich makkelijk negatief beïnvloeden en manipuleren. Bovendien had de verdachte geen woning, geen inkomen en was hij verslaafd aan drugs. De verdachte woont nu sinds drie jaar bij Bavo Europoort beschermd wonen in het kader van een 24-uurs voorziening. In dit verband krijgt de verdachte ondersteuning en begeleiding. Tevens heeft hij een bewindvoerder en staat hij onder behandeling voor zijn psychische problematiek.

Het hof heeft acht geslagen op voornoemd rapport en op hetgeen tijdens het onderzoek ter terechtzitting door de verdachte en diens raadsman naar voren is gebracht. Het lijkt beter te gaan met de verdachte, hij heeft het naar zijn zin waar hij nu woont. Hij is met begeleiding van zijn alcohol- en drugsverslaving afgekomen en heeft een dagbesteding. Bovendien lijkt de verdachte voorzichtiger te zijn geworden en naar eigen zeggen minder makkelijk te manipuleren. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 september 2016 is hij sinds de ten laste gelegde feiten niet met justitie in aanraking gekomen. Het hof acht het op grond van dit alles zeer waarschijnlijk dat het daadwerkelijk beter met de verdachte gaat.

Het hof vindt in de zojuist gememoreerde persoonlijke omstandigheden van de verdachte en diens ontwikkeling aanleiding de straf te matigen en in een voorwaardelijke vorm op te leggen.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 57, 63, 231 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. S. Clement en mr. P. Volker, in tegenwoordigheid van S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 oktober 2016.

Mr. P. Volker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.