Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5607

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-11-2016
Datum publicatie
29-12-2016
Zaaknummer
23-002237-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

diefstal. Strafmotivering, artikel 63 sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-002237-16

Datum uitspraak: 29 november 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 januari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-267126-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1986,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 28 november 2014 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere winkelgoed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [bedrijfsnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 28 november 2014 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen winkelgoederen, toebehorende aan winkelbedrijf [bedrijfsnaam].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 24 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal en er aldus blijk van gegeven het eigendomsrecht van het winkelbedrijf niet te respecteren. Winkeldiefstallen veroorzaken niet alleen hinder en schade voor de betrokken winkeliers, maar brengen ook onrust mee voor het winkelend publiek.

Het hof heeft eveneens acht geslagen op het feit dat de verdachte, blijkens een haar betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 3 november 2016, eerder ter zake van een soortgelijk vermogensdelict onherroepelijk is veroordeeld, hetgeen in haar nadeel weegt.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman aangevoerd dat artikel 63 Wetboek van Strafrecht van toepassing is en op grond daarvan verzocht de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel, dan wel met een geheel voorwaardelijke straf te volstaan. Mede gelet op het feit dat aan de verdachte al eerder een geldboete is opgelegd voor een soortgelijk feit, kan, naar het oordeel van het hof, niet met een schuldigverklaring of een voorwaardelijke straf worden volstaan. Het hof ziet in de toepasselijkheid van artikel 63 Wetboek van Strafrecht en in hetgeen is aangevoerd ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte evenmin reden om een geringere taakstraf op te leggen dan in eerste aanleg. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. C.N. Dalebout en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 november 2016.

mr. G. Oldekamp is buiten staat dit arrest te ondertekenen.