Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5594

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-11-2016
Datum publicatie
29-12-2016
Zaaknummer
23-000150-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Te weinig specifiek bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-000150-16

Datum uitspraak: 17 november 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 december 2013 in de strafzaak onder parketnummer 14-198377-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1982,

adres: [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 november 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 15 december 2011 tot en met 16 december 2011, te Alkmaar en/of Amsterdam, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bedrag van 1250 euro en/of een bedrag van 750 euro, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (pinpas);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Met de raadsvrouw en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Het proces-verbaal van 22 februari 2012 houdt slechts in dat de verbalisant [verbalisant] zag dat de dader van het tenlastegelegde feit, die was afgebeeld op de in RI Online geplaatste foto, grote gelijkenis vertoonde met de verdachte en diens broer en dat de verbalisant bij het zien van die foto direct dacht dat het de verdachte betrof. Uit het gezichtsherkenningsrapport van 21 februari 2012 komt naar voren dat de selectiefoto van de verdachte slechts voor 52% matcht met de inputfoto die is gemaakt van de dader van het tenlastegelegde feit.

Het proces-verbaal van herkenning en het gezichtsherkenningsrapport zijn zelfs in onderling verband en samenhang bezien te weinig specifiek om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Deze beslissing brengt met zich mee dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam]

Verklaart de benadeelde partij [bedrijfsnaam] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G.M. Boekhoudt, mr. W.M.C. Tilleman en mr. S. Bek, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 november 2016.