Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5588

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-10-2016
Datum publicatie
29-12-2016
Zaaknummer
23-001569-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

eenvoudige belediging. Vrijspraak. Context van de uitlating "mierenneuker"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 23-001569-16

Datum uitspraak: 6 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 april 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-004106-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte moet worden vrijgesproken en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op 8 januari 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [slachtoffer] (Brigadier van Politie Eenheid Amsterdam), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden: "Teringlijer, mierenneuker, rot op", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering en tevens omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vrijspraak

Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep staat het volgende vast. De verdachte was op 8 januari 2015 in Amsterdam met zijn scooter tweemaal door rood gereden. Brigadier [slachtoffer] sprak hem hierop aan en zei dat hij een proces-verbaal zou opmaken voor één van deze overtredingen. De verdachte heeft hem hierop geantwoord: “Ik vind u een mierenneuker”. Hij heeft daarover ter zitting verklaard dat deze toevoeging niet beledigend was bedoeld en heeft ontkend de andere woorden te hebben gebruikt die in de tenlastelegging zijn vermeld. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte slechts het woord ‘mierenneuker’ heeft gebezigd.

De vraag die het hof ter beantwoording voorligt is of deze uitlating de strekking heeft de ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Op zichzelf wordt de uitlating ‘mierenneuker’ niet als zodanig beschouwd, zodat het uiteindelijke antwoord op de vraag afhangt van de context waarin de uitlating is gedaan. De verdachte heeft het woord gebruikt in een verkeerssituatie tegenover de hem verbaliserende brigadier. Uit het proces-verbaal van de brigadier valt niet op te maken dat deze uitlating hoorbaar was voor anderen. Zoals al bleek, betwist de verdachte dat hij de bedoeling had hiermee het gezag van de verbalisant te ondermijnen en dit valt evenmin af te leiden uit de situatie die in het proces-verbaal van de betrokken verbalisant is beschreven. Het hof is daarom van oordeel dat de context waarin de uitlating ‘mierrenneuker’ is gedaan niet zodanig is dat deze als beledigend valt aan te merken in de hiervoor bedoelde zin. De verdachte dient dan ook vrijgesproken te worden van het hem ten laste gelegde feit.

Gelet op deze uitkomst behoeft het door de raadsman gevoerde ‘Salduz-verweer’ geen bespreking.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. J.J.I. de Jong en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 oktober 2016.