Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5525

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-08-2016
Datum publicatie
27-12-2016
Zaaknummer
23-000053-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal. Strafmotivering, straf hoger dan richtlijn vanwege persoonlijke omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000053-16

datum uitspraak: 11 augustus 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 december 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-701368-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1994,

adres: [adres 1]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juli 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 februari 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (perceel [adres 2]) heeft weggenomen een of meer kledingstuk(ken) (te weten een knitwear en/of Jersey Basic (totale waarde 19,90 euro)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijfsnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 20 februari 2014 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand perceel [adres 2] heeft weggenomen kledingstukken, te weten een knitwear en Jersey Basic, totale waarde 19,90 euro toebehorende aan [bedrijfsnaam].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis heeft de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof met betrekking tot de strafmaat verzocht aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten. Nu de verdachte geen frequente recidivist is, zou hij op grond van deze oriëntatiepunten een geldboete in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf behoren te krijgen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal en heeft er aldus blijk van gegeven het eigendomsrecht van de betreffende winkelketen niet te respecteren. Winkeldiefstal brengt voor de winkelier en het winkelend publiek overlast mee. De schade is daarbij hoger dan de waarde van de gestolen goederen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 juli 2016 is hij in een korte periode meermalen ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld, waaronder een straatroof waarbij een voorwaardelijke straf is opgelegd. De verdachte liep nog in de proeftijd die aan de straatroof gekoppeld is, ten tijde van onderhavige overtreding.

De verdachte heeft uit deze eerdere veroordelingen kennelijk geen lering getrokken. Gezien deze omstandigheden is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende sanctie.

Alles afwegende en mede gelet op hetgeen in soortgelijke zaken pleegt te worden opgelegd, ziet het hof reden een lagere straf op te leggen dan door de advocaat-generaal is gevorderd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. J.D.L. Nuis en mr. C.M. Degenaar, in tegenwoordigheid van J.M. van Riel en mr. N. de Visser, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 augustus 2016.

mr. W.M.C. Tilleman en mr. C.M. Degenaar zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[.]