Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5495

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-12-2016
Datum publicatie
27-02-2017
Zaaknummer
200.181.449/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appel van ECLI:NL:RBAMS:2015:5008. Ontbindingsverklaring met wederzijdse instemming ingetrokken. De eerste rechter oordeelde dat de appellante dit niet aldus mocht begrijpen dat de geïntimeerden daarmee aanvaardden dat zij een boete verbeurden voor 'vermarkten' van software. Bekrachtiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1

zaaknummer : 200.181.449/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/561859 / HA ZA 14-323

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 20 december 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KAV HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

advocaat: mr. H.W. Vis te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VERHUURT HET HOLDING B.V.,

gevestigd te Waddinxveen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

24RENTAL B.V.,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

geïntimeerden,

advocaat: mr. R.H. Steensma te Rotterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna KAV en VH c.s. (geïntimeerden elk voor zich, VH en 24Rental) genoemd.

KAV is bij dagvaarding van 13 november 2015, hersteld bij exploot van 27 november 2015, in hoger beroep gekomen van vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 24 december 2014, 21 januari 2015 en 19 augustus 2015, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen KAV als eiseres en VH c.s. als gedaagden.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven;

- akte tot herstel van een kenbare schrijffout in een jaartal zijdens KAV;

- memorie van antwoord.

Ten slotte is arrest gevraagd.

KAV heeft geconcludeerd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – VH c.s. hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan KAV van € 10.715.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente van 13 maart 2014 tot de dag der algehele betaling, met veroordeling van VH c.s. in de kosten van het geding in beide instanties.

VH c.s. hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van de bestreden vonnissen, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.

2 Feiten

2.1

De rechtbank heeft in het in deze zaak gewezen tussenvonnis van 24 december 2014 onder 2.1 tot en met 2.8 de feiten vastgesteld die tussen partijen vaststaan. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil, zodat het hof van die feiten als vaststaand zal uitgaan. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

2.2

KAV is de holdingmaatschappij van verschillende autoverhuurbedrijven.

VH is de holdingmaatschappij van een aantal ondernemingen die zich richten op dienstverlening aan (auto)verhuurbedrijven, waaronder 24Rental (voorheen Pronium B.V.). VH gebruikt sinds 2011 de naam 24Rental voor vierentwintig-uurs verhuurdiensten. Zij heeft de naam 24rental.nl op 14 september 2009 geregistreerd en op 22 maart 2011 is onder die naam een website online gegaan. [B.] (hierna: [B.] ) is bestuurder en enig aandeelhouder van VH en bestuurder van 24Rental.

2.3

KAV en VH hebben op 1 mei 2012 een "samenwerkingsovereenkomst 24Rental" gesloten voor het gezamenlijk (laten) ontwikkelen van software (hierna: de samenwerkingsovereenkomst). Daarin is onder meer het volgende vastgelegd:

“(…) Partijen

Nemen het volgende in de aanmerking

(…)

(c) Partijen zijn voornemens om op basis van het door haar ontwikkelde programma van eisen te komen tot een functioneel en technisch ontwerp van een logistiek backend systeem gericht op hun 24Rental concept;

(d) Partijen zijn bereid informatie te verstrekken onder voorwaarde dat Partijen daaromtrent strikte geheimhouding zullen betrachten. Deze overeenkomst (hierna: de Overeenkomst) strekt er toe bedoelde geheimhoudingsplicht en samenwerking vast te leggen.

(…)

Zijn het volgende overeengekomen

Artikel 1 Geheimhouding

1.1

Partijen verplicht zich tot strikte geheimhouding met betrekking tot de Informatie, gedurende een termijn van 5 (vijf) jaar na de datum van ondertekening van deze Overeenkomst. (…)

Artikel 6 Schending geheimhoudingsplicht

6.1

Indien één der Partijen tekortschiet in de nakoming van de voor haar uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, verbeurt zij door dat enkele feit,, zonder dat daartoe ingebrekestelling of inachtneming van enige andere formaliteit vereist is, aan de andere Partij een direct opeisbare boete van € 10.000 (zegge: tien duizend euro) per overtreding, vermeerderd met een direct opeisbare boute van € 5.000 (zegge: vijf duizend euro) voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, zulks onverminderd het recht van de andere Partij op vergoeding van de volledige door de tekortkoming geleden schade en onverlet alle overige rechten van de andere Partij.

Artikel 7 Intellectueel eigendom

7.1

De auteursrechten en alle overige (aanverwante) rechten van intellectuele en industriële eigendom met betrekking tot de Informatie, zoals merkrechten, modelrechten, octrooirechten, databankrechten etc., rusten uitsluitend bij het project dan wel het product.

Artikel 8 Samenwerkingsverband

8.1

Kosten voor ontwikkeling project zullen door beide partijen evenredig (50/50) worden gedragen en partijen worden gezamenlijk eigenaar. Het moment van de lancering zal in onderling overleg worden bepaald.

8.2

Na lancering project zal Kav Holding BV het product/systeem uitsluitend en alleen gebruiken binnen haar eigen ondernemingen.

8.3

Na lancering project zal Verhuurt het Holding BV het product/systeem commercieel gaan vermarkten.

(…)”

2.4

In het kader van de samenwerking met KAV heeft [B.] de taak op zich genomen om een softwareontwikkelingsbedrijf in te schakelen. Hij heeft – destijds onder de naam Pronium B.V. – op 15 mei 2012 een overeenkomst gesloten met Pronettix B.V. (hierna: Pronettix) en Rafffel B.V. (hierna: Raffel) voor de ontwikkeling van een “webbased systeem voor de afhandeling van huurtransacties tussen verhuurbedrijven en huurders”. Pronettix verleende 24Rental een “niet herroepbare exclusieve licentie voor onbepaalde tijd” op het gebruik van de te bouwen software en de bevoegdheid om sub-licenties aan derden te verlenen.

2.5

De naam Pronium B.V. is op 11 juni 2012 gewijzigd in 24Rental B.V.

2.6

Bij brief van 3 juli 2013 heeft KAV de samenwerking met VH, en voor zover er een relatie zou bestaan met 24Rental, ook met 24Rental met onmiddellijke ingang beëindigd.

2.7

Op 9 juli 2013 heeft er een overleg tussen partijen plaatsgehad. Daarvan is een gespreksverslag opgemaakt, waarin onder meer het volgende staat:

“Bij aanvang bevestigt de heer [B.] dat bevriezing op de logins van KAV per direct wordt vrij[ge]geven. KAV bevestigt dat afwikkeling volgt van de openstaande nota. (…)

Zoals in de beëindigingsbrief van 3 juli 2013 verwoord, is in eerste aanleg een samenwerkingsovereenkomst gesloten om een applicatie te ontwikkelen voor een bedrag van € 35.000 (€ 17.500 per partij). Gaande weg het traject is er gezamenlijk besloten om deze grens op te trekken naar € 70.000 (€ 35.000 per partij). (…)

[B.] en KAV zijn van mening dat er nu voldoende over de diverse kwesties is gesproken en geven aan dat ze vooruit willen in het project 24Rental teneinde op korte termijn tot een succesvolle afronding te komen binnen de grenzen van het overeengekomen budget.

[B.] bevestigt nogmaals (…) dat KAV voor 100% (mede)eigenaar van de software/source code is (…).”

2.8

Bij brief van 8 augustus 2013 heeft de raadsman van KAV aan VH laten weten dat KAV de samenwerkingsovereenkomst ontbindt wegens tekortkoming in de nakoming door VH. De brief sluit af met de volgende passage:

“Ingevolge deze buitengerechtelijke ontbinding zijn partijen van hun nog niet nagekomen verbintenissen bevrijd en ontstaan verbintenissen tot ongedaanmaking van de reeds verrichte prestaties. Cliënte komt in dit verband integrale terugbetaling toe van de door haar betaalde sommen. (…) Na ontvangst van deze sommen zal cliente u terstond een verklaring doen toekomen waarmee zij afziet van haar eigendoms- en gebruiksrechten op het pakket 24Rental, zodat u alsdan het pakket naar eigen goeddunken kunt exploiteren. Zolang u het door cliënte betaalde bedrag niet geheel aan haar hebt betaald, behoudt cliënte de rechten op gebruik van het pakket.”

2.9

Bij brief van 16 september 2013 heeft de raadsman van KAV aan VH onder meer het volgende geschreven:

“Namens cliënte sommeer ik u allereerst de bedragen die door haar zijn betaald in het kader van het 24Rental-project, terug te betalen. Dit betreft een totaalbedrag van
€ 31.191,83.

De rechtsgrond van die vordering is u reeds bekend: in verband met uw niet-nakoming van een aantal van de verplichtingen van de overeenkomst van 1 mei 2012 heb ik namens cliënte die overeenkomst ontbonden. (…) Door ontbinding vervallen de verplichtingen die partijen op zich hebben genomen en ontstaan verplichtingen tot ongedaanmaking van reeds verrichte prestaties, hetgeen betekent dat u, althans 24Rental de door cliënte, althans ConnectCar betaalde bedragen dient terug te betalen.(…)

Als tweede tegenvordering, voor het geval de ontbinding van de overeenkomst geen effect zou sorteren, zal cliënte aanspraak maken op betaling door u van vier maal de contractuele boete van art. 6.1. van de overeenkomst. (…)

Voorts is in onderdeel 8.3 van de overeenkomst bepaald dat u het product na lancering commercieel zal gaan vermarkten en dat het moment van lancering van het product in onderling overleg zal worden bepaald. Tussen partijen is geen overleg geweest over het moment van lancering. Als u meent dat de ontbinding geen doel treft, is de keerzijde daarvan dat u zich (nog steeds) aan de overeenkomst dient te houden en overleg met cliënte diende te voeren over het moment van lancering. Dat hebt u niet gedaan: met uw website van 24Rental zet u het product al volop in de markt. (…)”

2.10

Bij brief van 16 december 2013 schreef de raadsman van VH c.s. de raadsman van KAV als volgt:

“Op 1 mei 2013 zijn partijen overeengekomen – kortweg samengevat – om in samenwerking te komen tot de ontwikkeling van een applicatie […].

Het ontwikkelde pakket zou door uw cliënte intern worden gebruikt en door cliënte worden ‘vermarkt’.

Tussen de stukken bevindt zich een brief van u van 8 augustus 2013 ter ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst. Nu partijen de uitwerking van de mogelijk nadere invulling van de overeenkomst, na uw brief, uitvoerig hebben voortgezet, dient de gemelde ontbinding als ingetrokken te worden beschouwd en meen ik de standpunten in die brief - als achterhaald - onbesproken te kunnen laten. […]

Cliënte wenst uw cliënte te houden aan de tussen hen gesloten overeenkomst van 1 mei 2012 en de – hiervoor weergegeven – uitgangspunten daarvan.”

2.11

Bij e-mail bericht van woensdag 16 april 2014 heeft de raadsman van VH c.s. de raadsman van KAV onder meer bericht als volgt:

“4. U heeft de overeenkomst tussen KAV en Verhuurt het bij een eerdere gelegenheid ontbonden. Zullen we bij deze (per mail) vast stellen dat de ontbinding – voor zover deze eerder rechtskracht verkreeg – ten behoeve van het sluiten van deze beide overeenkomsten, wordt ingetrokken?”

Daarop heeft de raadsman van KAV geantwoord als volgt: “Ad punt 4. Akkoord.”

2.12

Op of omstreeks 23 april 2014 hebben KAV, VH c.s., Pronettix en Raffel een overeenkomst gesloten, waarin onder meer het volgende is neergelegd:

“1. De eigendomsrechten inclusief het auteursrecht op de door Pronettix ten behoeve van KAV en Verhuurt het/24Rental ontwikkelde software, tussen partijen genoegzaam bekend, daaronder begrepen de rechten op de broncodes daarvan, alsmede die broncodes zelf, worden door Pronettix tegelijkertijd aan zowel KAV als Verhuurt het overgedragen. (…)

7. Na tijdige en volledige voldoening aan het hiervoor onder 1 tot en met 6 gestelde [onder meer overdracht door Pronettix en betaling van € 12.705,- door KAV aan VH c.s.; hof], is uitvoering gegeven aan de bepaling van art. 8.1, eerste volzin waarin staat dat de kosten van ontwikkeling van het project door beide partijen evenredig zullen worden gedragen en dat partijen gezamenlijk eigenaar zullen worden.

Die overeenkomst is voorts in zoverre geëindigd dat de contractueel voorziene samenwerking geëindigd is.

Van kracht blijven alle overige rechten en plichten die KAV en Verhuurt het en hun dochterondernemingen aan de overeenkomst d.d. 1 mei 2012 kunnen ontlenen en nog zullen kunnen ontlenen, waaronder die uit de artikelen 1, 6.1, 7.1, 8.2 en 9.1 daarvan.

(…)”

2.13

Op 24 april 2014 heeft Pronettix de (auteurs)rechten op de door Pronettix ontwikkelde software, waaronder de rechten op broncodes en een kopie van de broncodes van de software gelijktijdig aan VH en KAV geleverd.

3 Beoordeling

3.1

KAV stelt zich in deze procedure op het standpunt dat VH c.s contractuele boetes verschuldigd zijn omdat VH c.s. de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen niet correct zijn nagekomen. De vorderingen die KAV in deze procedure tegen VH c.s. heeft ingesteld strekken tot betaling van deze boetes vermeerderd met wettelijke rente. In eerste aanleg heeft de rechtbank deze vorderingen afgewezen, en KAV veroordeelt in de kosten van het geding. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt KAV met vier grieven op.

3.2

Met grief 1 richt KAV zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het VH c.s. na de ontbindingsverklaring van KAV in beginsel vrij stond om het product te vermarkten, zonder lancering of overleg daarover hoeven af te wachten. Grief 2 bestrijdt de overweging van de rechtbank dat nu beide partijen wisten dat VH c.s. de software al vermarktten op het moment dat zij afspraken maakten over een oplossing van hun geschil en beëindiging van de samenwerking, KAV er niet zonder meer op mocht vertrouwen dat VH c.s. instemden met herleving van de contractuele bepaling omtrent het tijdstip van lancering – en in het verlengde daarvan – commercieel vermarkten in artikel 8.1 en 8.3 met als gevolg dat alsnog boetes zouden zijn verschuldigd. Grief 3 klaagt erover dat de rechtbank niet geoordeeld heeft dat VH c.s. toerekenbaar tekortgeschoten zijn jegens KAV door opname in de overeenkomst met Pronettix van de eenzijdige licentie, in de verplichting tot levering van gezamenlijk eigendom en door het ontzeggen van de toegang tot de software. Tot slot voert KAV met grief 4 aan dat de rechtbank ten onrechte overwogen heeft dat zij niet voldoende heeft onderbouwd dat VH de naam 24Rental niet mocht gebruiken anders dan ter aanduiding van het softwarepakket met die naam.

3.3

Centraal in dit geschil staat de vraag of VH c.s. op grond van artikel 6 van de samenwerkingsovereenkomst direct opeisbare boetes zijn verbeurd. Volgens KAV is dit het geval omdat VH c.s. tekortgeschoten zijn in de nakoming van de voor hun uit de samenwerkingsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. KAV verwijt VH c.s. ten eerste dat VH c.s. de applicatie reeds vermarktten voordat partijen overeenstemming hadden bereikt over de datum van lancering. KAV meent ten tweede dat VH c.s. zijn tekortgeschoten in hun verplichtingen rondom de licentieverstrekking. Ten derde schenden VH c.s. de samenwerkingsovereenkomst volgens KAV door het voeren van de (handels-)naam en domeinnaam “24Rental”. VH c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Dienaangaande overweegt het hof als volgt.

3.4

In artikel 8.1 van de samenwerkingsovereenkomst is bepaald dat het moment van de lancering van het project in onderling overleg zal worden bepaald. Ingevolge artikel 8.3 zou VH het product na lancering van het project gaan vermarkten. De rechtbank heeft vastgesteld dat er tussen partijen geen overleg is geweest over het moment van lanceren. Op enig moment na de ontbindingsverklaring van KAV is VH de software gaan vermarkten. Volgens KAV is dit voor het moment van lancering geweest, welk moment niet voor het moment van eigendomsverkrijging gelegen kon zijn en welk moment tussen partijen zou worden bepaald. VH c.s. betwisten dat zij het pakket hebben vermarkt voordat het project was gelanceerd. KAV beschikte immers over de volledige functionaliteit van het pakket (dat is in de ogen van VH c.s. de lancering), terwijl VH c.s. volgens eigen zeggen pas in februari 2014 andere partijen zijn gaan benaderen en daarmee het product zijn gaan vermarkten.

Het hof stelt voorop dat KAV het feitelijke moment van lancering zoals bedoeld in artikel 8.1 van de overeenkomst niet heeft gespecificeerd. Daarmee is niet komen vast te staan wanneer VH c.s. volgens KAV over mochten gaan tot het vermarkten van het product. Bij brieven van 8 augustus en 6 september 2013 stelt de raadsman van KAV zich op het standpunt dat de verplichtingen die partijen in de samenwerkingsovereenkomst op zich hebben genomen door de ontbinding zijdens KAV zijn komen te vervallen. Dit zou betekenen dat het VH c.s. vrij zouden staan om het product te vermarkten. Echter, in de brief van 6 september 2013 schrijft de raadsman van KAV ook, dat voor het geval de ontbinding van de overeenkomst geen effect zou sorteren, KAV aanspraak maakt op betaling van de contractuele boete van artikel 6.1. van de overeenkomst, onder meer omdat VH c.s. in dat geval in strijd met het bepaalde in artikel 8 het product vermarkten.

Vervolgens heeft er in april 2014 overleg plaatsgehad tussen partijen, dat wil zeggen op een moment waarop, zoals bij beide partijen bekend was, VH c.s. de software reeds vermarktten. Overeengekomen is dat de ontbindingsverklaring wordt ingetrokken, dat de samenwerking wordt beëindigd, en dat de overige rechten en plichten uit de samenwerkingsovereenkomst van kracht blijven. In de toen tussen partijen gesloten overeenkomst is, zoals hierboven onder 2.11 is geciteerd, neergelegd dat met de tijdige en volledige voldoening van de nieuwe afspraken tussen partijen uitvoering wordt gegeven aan de bepaling van artikel 8.1, eerst zin.

Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank het, naar het oordeel van het hof terecht, zeer onaannemelijk geacht dat VH c.s. met hun voorstel om de ontbinding in te trekken accepteerden dat zij voor het verleden een boete van € 5.000 per dag verbeurd zouden zijn en ook voor de toekomst die boete nog zouden verbeuren voor het ontijdig vermarkten van de software. KAV heeft het voorstel van VH c.s. redelijkerwijs niet zo mogen begrijpen. Daar beide partijen wisten dat VH c.s. de software reeds vermarktten op het moment dat zij afspraken maakten over een oplossing van hun geschil en beëindiging van de samenwerking, lag het op de weg van KAV om feiten en omstandigheden aan te dragen die de conclusie kunnen dragen dat KAV er desalniettemin op mocht vertrouwen dat VH c.s. instemden met herleving van de contractuele bepalingen omtrent het tijdstip van lancering en in het verlengde daarvan commercieel vermarkten als bedoeld in de artikel 8.1 en 8.3 met als gevolg dat alsnog boetes verschuldigd zouden zijn. Nu dergelijke feiten en omstandigheden gesteld noch gebleken zijn, is het hof van oordeel dat de in april 2014 gesloten overeenkomst tussen partijen gelet op alle omstandigheden van het geval niet zo kan worden uitgelegd als KAV dat doet.

Het vorenoverwogene brengt mee dat de grieven 1 en 2 falen.

3.5

In artikel 8.1 van de samenwerkingsovereenkomst is voorts bepaald dat de kosten voor de ontwikkeling van het project door KAV en VH beide voor de helft worden gedragen en dat zij gezamenlijk eigenaar worden. KAV stelt dat VH c.s. tekortgeschoten zijn in de nakoming van deze verplichting inhoudende dat KAV en VH gezamenlijk eigenaar zouden worden van het product, door de wijze waarop VH c.s. de overeenkomst met Pronettix en Raffel hebben vormgegeven alsook door de tijdelijke ontzegging van de toegang tot het pakket. Daarop ziet grief 3.

Het hof stelt vast dat KAV en VH gezamenlijk eigenaar zijn geworden. De eigendomsrechten inclusief het auteursrecht op de door Pronettix ten behoeve van KAV en VH c.s. ontwikkelde software, daaronder begrepen de rechten op de broncodes daarvan, alsmede die broncodes zelf, zijn door Pronettix, na betaling, tegelijkertijd aan zowel KAV als VH geleverd en overgedragen. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat van enige tekortkoming op dit punt door VH c.s. daarom geen sprake is. Het hof kan KAV evenmin volgen in haar stelling dat VH c.s. door een exclusieve licentie (met het recht van sublicentiëring) op te nemen in de overeenkomst met Pronettix tekortgeschoten zijn in de nakoming van de verplichtingen uit de samenwerkingsovereenkomst met KAV. De daartoe door KAV aangevoerde argumenten en omstandigheden zijn onvoldoende om een dergelijke conclusie te dragen. Anders dan KAV in haar toelichting op grief 3 bepleit, heeft de rechtbank naar het oordeel van het hof terecht geoordeeld dat het KAV niet vrij stond om de facturen van VH c.s. onbetaald te laten. De verbintenis tot betaling vloeit voort uit de samenwerkingsovereenkomst. Gelet hierop kwamenVH c.s. een opschortingsrecht toe en levert het tijdelijk ontzeggen van de toegang tot de software aan hun zijde geen toerekenbare tekortkoming op. Grief 3 strandt dan ook.

3.6

Het derde en laatste verwijt van KAV aan VH c.s. grondt zij op artikel 7.1 van de samenwerkingsovereenkomst, zoals hierboven onder 2.3 geciteerd. KAV legt dit artikel zo uit dat partijen zijn overeengekomen dat de naam “24Rental” niet zou worden gebruikt ter aanduiding van iets anders dan het product. Nu de naam Pronium B.V. op 11 juni 2012 gewijzigd is in 24Rental B.V., stelt KAV dat VH c.s. vanaf die datum een bedrag van € 3.190.000,- aan boetes verschuldigd zijn. Voorts had VH c.s. volgens KAV vanaf 1 mei 2012, toen de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen gesloten werd, moeten afzien van het gebruik van de domeinnaam www.24rental.com. Wegens het gebruik van deze domeinnaam zijn VH c.s. volgens KAV een bedrag van € 3.395.000,- aan boetes verschuldigd.

Het hof stelt voorop dat VH c.s. de naam 24Rental en de voornoemde domeinnaam reeds (ruim) voor de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst gebruikte. KAV was daarvan op de hoogte. Over het gebruik van de naam “24Rental” is in de samenwerkingsovereenkomst niet expliciet iets vastgelegd. Kort na het sluiten van deze samenwerkingsovereenkomst heeft de tenaamstelling van de besloten venootschap 24Rental plaatsgevonden. Waaruit zou kunnen worden afgeleid dat partijen met de bepaling in artikel 7.1 van de samenwerkingsovereenkomst desondanks bedoeld zouden hebben dat VH c.s. de naam “24Rental” die zij reeds voerde en gebruikte als domeinnaam voortaan slechts voor het project dan wel het product mocht gebruiken en niet langer voor andere activiteiten, is door KAV volstrekt niet onderbouwd. Dit had in het kader van haar vierde grief wel op haar weg gelegen. Nu KAV in grief 4 en in haar toelichting daarop onvoldoende heeft ingebracht tegen het gemotiveerde oordeel van de rechtbank en niet concreet heeft aangegeven op welke punten zij het oordeel van de rechtbank bestrijdt, wordt ook deze grief verworpen.

3.7

De slotsom is dat KAV naar het oordeel van het hof niet voldoende heeft gesteld om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat VH c.s. door hun handelen boete geclausuleerd gedrag hebben vertoond. De grieven falen, zoals hierboven overwogen. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. KAV zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt KAV in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van VH c.s. begroot op € 5.160,- aan verschotten en € 4.580,- voor salaris;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, A.L.M. Keirse en M. Kremer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 20 december 2016.