Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5397

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-10-2016
Datum publicatie
21-12-2016
Zaaknummer
23-005270-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-005270-15

datum uitspraak: 20 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het

vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 december 2015 in de strafzaak onder parketnummer 96-213125-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

20 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het

Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 19 oktober 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 1110 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl nog geen vijf jaren waren verstreken sinds de eerste afgifte aan verdachte van een rijbewijs en/of verdachte op het ogenblik van die afgifte nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat er sprake is van een gewijzigde tenlastelegging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 19 oktober 2015 te Zaandam, gemeente Zaanstad, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 1110 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl nog geen vijf jaren waren verstreken sinds de eerste afgifte aan verdachte van een rijbewijs en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na

30 maart 2002 heeft plaatsgevonden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 70 uren subsidiair 35 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 15 maanden.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de strafoplegging verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en te volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstraf of een geldboete. Daartoe heeft zij aan de hand van stukken aangevoerd dat de verdachte niet in staat is, vanwege de problematiek waarmee zij kampt, een taakstraf te verrichten.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van

het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft als beginnend bestuurder van een personenauto deelgenomen aan het verkeer na gebruik van een, gelet op het vastgestelde alcoholgehalte van haar adem, enorme hoeveelheid alcoholhoudende drank. Aldus heeft zij de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht.

Het hof heeft evenwel rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep en uit de op voorhand door de raadsvrouw aan het hof toegezonden stukken is gebleken.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte, in combinatie met een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van na te melden duur, passend.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W. Moors, mr. S. Clement en mr. H.W.J. de Groot, in tegenwoordigheid van

G.J. van Klompenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 oktober 2016.