Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5343

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-12-2016
Datum publicatie
20-12-2016
Zaaknummer
200.191.260/01 NOT
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TNORSHE:2016:5
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klaagster verwijt de notarissen - samengevat - het volgende.

i. De notarissen hebben een inhoudelijk verkeerd advies gegeven ter zake van de ontstane situatie in juli 2014.

De notarissen hadden appellanten moeten adviseren hun huwelijk door echtscheiding te laten ontbinden.

ii. Er is door de notarissen ter zake van het opstellen en het verlijden van de akte geen enkele informatie gegeven over de gevolgen van de akte.

iii. De notaris heeft appellanten een vrijwaringsverklaring laten tekenen voor het geval hij aansprakelijk zou kunnen worden gesteld als gevolg van de gewijzigde huwelijkse voorwaarden.

iv. De notarissen zijn niet ingegaan op verzoeken van de gemachtigde van klaagster om over de zaak te praten ten einde een mogelijke ondersteuning te bieden in de civiele procedure in verband met de gevorderde vernietiging van de gewijzigde huwelijkse voorwaarden wegens paulianeus handelen.

v. De notarissen hebben hun geheimhoudingsplicht geschonden. De notaris heeft de zaak inhoudelijk besproken met de toenmalige voorzitter van de Rotary, [naam] (verder: [A] ).

De kamer heeft de klacht tegen de notarissen op vier onderdelen (klachtonderdelen i., iii, iv. en v.) ongegrond en op een onderdeel (klachtonderdeel ii.) gegrond verklaard en aan de notarissen elk de maatregel van berisping opgelegd.

Het hof komt wat betreft de opgelegde maatregel tot een ander oordeel dan de kamer. Het hof legt aan de notarissen elk de maatregel van waarschuwing op.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 107
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.191.260/01 NOT

nummers eerste aanleg : SHE/2015/79 en SHE/2015/80

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 13 december 2016

inzake

1. [appellant] ,

notaris te [plaats] ,

2. [appellante] ,

kandidaat-notaris te [plaats] ,

appellanten,

gemachtigde: mr. P.J. de Jong Schouwenburg, advocaat te Amsterdam,

tegen

[naam] ,

wonend te [plaats] ,

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. J. Dongelmans, advocaat te Nieuwerkerk aan den IJssel.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellanten (hierna afzonderlijk te noemen: de notaris en de kandidaat-notaris en tezamen te noemen: de notarissen) hebben op 17 mei 2016 een beroepschrift met bijlagen bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 18 april 2016 (ECLI:NL:TNORSHE:2016:5). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van geïntimeerde (hierna: klaagster) tegen de notarissen op vier onderdelen (klachtonderdelen i., iii, iv. en v.) ongegrond en op een onderdeel (klachtonderdeel ii.) gegrond verklaard en aan de notarissen elk de maatregel van berisping opgelegd.

1.2.

Klaagster heeft op 20 juni 2016 een verweerschrift met bijlagen bij het hof ingediend.

1.3.

Op 16 september 2016 zijn van zowel klaagster als de notarissen aanvullende stukken ontvangen.

1.4.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 29 september 2016. De notarissen, vergezeld van hun gemachtigde, zijn verschenen. Klaagster, vergezeld van haar echtgenoot [naam] (verder: [X] ) en haar gemachtigde, is eveneens verschenen. Allen hebben het woord gevoerd; de gemachtigden aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Klaagster heeft die feiten op punten aangevuld. Het hof zal hiermee (voor zover relevant) bij de beoordeling rekening houden.

3.2.

Samengevat weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1.

Klaagster en [X] zijn in juni 1981 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden houdende algehele uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. In de huwelijkse voorwaarden was een periodiek verrekenbeding met betrekking tot de overgespaarde inkomsten opgenomen.

Bij akte van 12 september 1996 zijn de huwelijkse voorwaarden gewijzigd in die zin dat tussen klaagster en [X] een beperkte gemeenschap met betrekking tot de echtelijke woning (verder: de woning) en de daaraan gekoppelde hypothecaire schuld is ontstaan.

3.2.2.

[X] is bestuurder van [naam] (verder: [Y] ). Begin 2014 is tussen [Y] en [naam] (verder: [Z] ) een zakelijk geschil ontstaan inzake door [Y] onbetaald gelaten declaraties van [Z] . [Z] heeft [X] hiervoor persoonlijk aansprakelijk gesteld en hem (met [Y] ) in juli 2014 in rechte betrokken.

3.2.3.

Naar aanleiding hiervan hebben klaagster en [X] zich tot de notaris gewend voor advies om mogelijke uitwinning van de woning door [Z] te voorkomen.

Een e-mail van 11 juli 2014 van [X] aan de notaris luidt - voor zover van belang - als volgt:

Zoals ik tijdens een Rotary bijeenkomst heb vermeld, zijn wij bezig een investeringsmaatschappij aan het opzetten. Het benodigde kapitaal hiervoor komt uit “commoditytransacties” die hun beslag krijgen in Hong Kong. Twee van deze transacties zijn gerealiseerd en de opbrengst hiervan staat op een geblokkeerde rekening in Hong Kong. Deze blokkade wordt opgeheven nadat de monetaire autoriteiten in Hong Kong een vrijgavevergunning hebben verleend.

De vennootschap, waar ik directeur van ben, heeft een adviseur ingehuurd, die door het uitblijven van de vrijgave van opbrengsten en ondanks financieringstoezeggingen van een bank nog niet betaald is. Ik word in privé door deze adviseur aansprakelijk gesteld, en binnenkort dient er een zaak. Het risico is dus dat er geprobeerd zal worden om mijn huis uit te winnen. Vanochtend is [naam] (hof: een betrokken makelaar) bij mij geweest en hij adviseerde mij om met jou te overleggen of het mogelijk is om bepaalde beveiligingsmaatregelen te nemen. [naam] (hof: klaagster) en ik zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd, en het huis staat op beider naam.

3.2.4.

Klaagster en [X] hebben op 15 juli 2014 met de notaris over de kwestie gesproken, waarna de kandidaat-notaris bij e-mail van 31 juli 2014 een conceptakte houdende wijziging huwelijkse voorwaarden en verdeling aan klaagster en [X] heeft gezonden. Op 5 september 2014 hebben klaagster en [X] met de kandidaat-notaris hierover een gesprek gehad.

3.2.5.

Op 9 oktober 2014 heeft de notaris een akte wijziging huwelijkse voorwaarden en verdeling (verder: de akte) verleden. Hierbij waren klaagster, [X] en de kandidaat-notaris aanwezig. In de akte werd - kort gezegd - uitvoering gegeven aan het periodiek verrekenbeding uit de tussen klaagster en [X] overeengekomen huwelijkse voorwaarden, de woning aan klaagster toebedeeld en de vordering van klaagster op [X] met betrekking tot het periodiek verrekenbeding verrekend met de vordering van [X] op klaagster uit hoofde van toedeling aan haar van de woning.

3.2.6.

Bij vonnis van 28 januari 2015 van de rechtbank Rotterdam zijn [X] en [Y] veroordeeld tot betaling van € 180.049,50 aan [Z] ter zake van onbetaald gebleven facturen. In het vonnis is overwogen dat [X] en [Y] voor gelijke delen verbonden zijn aangezien geen hoofdelijke veroordeling is gevorderd. [X] heeft na betekening van dit vonnis niet voldaan aan de sommatie om het door hem verschuldigde bedrag aan [Z] te betalen. [Z] heeft vervolgens op onder meer de woning executoriaal beslag gelegd.

3.2.7.

Bij brief van 16 maart 2015 heeft (de toenmalige advocaat van) [Z] klaagster en [X] meegedeeld dat bij de beslaglegging is gebleken van de door hen gewijzigde huwelijkse voorwaarden als gevolg waarvan klaagster alleen en volledig eigenaar is geworden van de woning, zonder dat volgens [Z] daarbij enige vergoeding van de overwaarde is overeengekomen. [Z] heeft buitengerechtelijk de nietigheid ingeroepen van deze rechtshandelingen, waarbij [Z] zich op het standpunt heeft gesteld dat klaagster en [X] wisten of behoorden te weten dat benadeling van [Z] in haar verhaalsmogelijkheden het gevolg kon zijn van deze rechtshandelingen.

3.2.8.

Diezelfde dag heeft [X] de notaris een e-mail gezonden met - voor zover van
belang - de volgende inhoud:

[naam] heeft vanochtend met de deurwaarder gesproken, en die zei, n.a.v. haar mededeling/vraag over huwelijkse voorwaarden en datgene van de inboedel wat op haar naam staat, dat hij de huwelijkse voorwaarden niet mee zou laten tellen en terzijde zou schuiven,

daar deze paulianeus zijn. Er zou vandaag nog een brief over uitgaan. Dit zou nog een vervelend staartje kunnen krijgen, volgens hem, zeker voor haar. Zij moest niet denken en vooral nooit zeggen dat huwelijkse voorwaarden zijn gesloten om crediteuren buiten de deur te houden. Hij begon over de aanpassingen afgelopen oktober en het huis.

3.2.9.

Bij e-mail van 18 maart 2015 heeft de notaris - onder meer - het volgende aan [X] medegedeeld:

2. Wat de passage in de brief van Knuwer Advocaten betreft dat er geen vergoeding van de overwaarde is overeengekomen: dit is niet juist (zie blz 8 onder III van de akte).

3. De vraag is: komt er geld uit Thailand of niet. Komt het niet dan valt ons bouwwerk in elkaar.

Komt het wel, maar is onzeker wanneer dan moet jouw verdediging zo sterk mogelijk zijn.

(…)

Ik moet erbij vermelden dat we destijds bij de wijziging van de huwelijkse voorwaarden wel hebben gewaarschuwd of het allemaal goed zou verlopen, maar als we niets gedaan zouden hebben en nu nog niet (verder zouden gaan) is alles verloren; dat moeten we zien te voorkomen. Overigens vind ik jouw tegenpartij wel erg agressief: twijfelt hij eraan of het geld uit Thailand wel komt?

3.2.10.

Op 20 maart 2015 is aan klaagster en [X] een dagvaarding uitgebracht waarbij [Z] vernietiging heeft gevorderd van de rechtshandelingen van klaagster en [X] strekkende tot wijziging van de huwelijkse voorwaarden en tot verdeling van de beperkte gemeenschap met betrekking tot de woning wegens benadeling van schuldeisers. De zaak is aanhangig gemaakt bij de rechtbank Den Haag. De gemachtigde van klaagster is bij deze procedure als advocaat opgetreden.

3.2.11.

De gemachtigde van klaagster heeft de notaris bij brief van 3 april 2015 onder meer medegedeeld dat zij heeft begrepen dat in de besprekingen voorafgaand aan het passeren van de akte op 9 oktober 2014 uitdrukkelijk aan de orde is geweest of het opmaken van de akte niet paulianeus is, dat de notaris van mening was dat dit niet het geval is en dat zij hierover wenst te spreken in verband met de lopende civiele procedure. Verder is medegedeeld dat indien de akte door de rechter als paulianeus wordt aangemerkt, klaagster en [X] de notaris aansprakelijk houden voor alle gevolgen hiervan.

3.2.12.

De notaris heeft in reactie daarop bij brief van 10 april 2015 onder meer het volgende aan de gemachtigde van klaagster bericht:

U veronderstelt in uw brief dat ik meende dat de akte niet paulianeus zou zijn, waarop ik u kan mededelen dat u dat niet goed heeft. Een telefoontje had dit misverstand al uit de weg kunnen ruimen. Helaas heeft u er voor gekozen de kwestie meteen op scherp te stellen.

Ter verduidelijking. Bij het voeren van de besprekingen met de heer en mevrouw [naam] en mijn echtgenote en/of mijzelf is nadrukkelijk gesteld dat de wijzigingen van de huwelijkse voorwaarden wel degelijk paulianeus zouden kunnen zijn voor de claim die toen mogelijkerwijs in de lucht hing. Een vage claim die ons destijds werd voorgesteld als een claim die ingelost zou kunnen worden als “de betaling” uit Thailand ontvangen zou zijn, die ook zeker zou komen. Dat was een kwestie van tijd.

Zou betaling uit Thailand ontvangen zijn (ik heb verder geen enkele indicatie gekregen dat die betaling uit Thailand niet is gekomen dan wel definitief niet komt, maar dat terzijde), zou de claim betaald worden en dan zou de wijziging van de huwelijkse voorwaarden dus niet paulianeus zijn.

In dat geval zouden toekomstige schuldeisers van de heer [X] niet met succes bij mevrouw [X] kunnen aankloppen. Uit en ten treure is dit met de heer en mevrouw [naam] besproken, ook nog tijdens het passeren van de akte.

(…)

Tenslotte: het is bij ons totaal in het verkeerde keelgat geschoten dat u mij aansprakelijk wilt stellen. Wij hebben ons werk gedaan in het belang van de heer en mevrouw [naam] , met de waarschuwing dat de vlieger misschien niet zou opgaan. Wij hebben gezien de relatie heel veel tijd aan besprekingen met hen en het opmaken van de akte besteed, zonder € 1,00 hiervoor te ontvangen; betaling zou plaatsvinden zodra de betaling uit Thailand zou zijn ontvangen.

(…)

Elke aansprakelijkheid wijs ik derhalve pertinent af.

3.2.13.

Bij dagvaarding van 31 juli 2015 hebben klaagster en [X] de notaris in de civiele procedure in vrijwaring opgeroepen. Hierbij is gevorderd - kort gezegd - de notaris te veroordelen om de door klaagster en [X] geleden schade ten gevolge van de door de notaris gemaakte beroepsfout met betrekking tot de akte van 9 oktober 2014 te vergoeden.

De vrijwaringsprocedure is aangehouden in verband met de hoofdzaak.

3.2.14.

In de hoofdzaak heeft de rechtbank Den Haag bij vonnis van 24 februari 2016 kort gezegd geoordeeld dat sprake is van een onverplichte rechtshandeling en benadeling en dat de verklaring van [X] dat hij heeft vertrouwd op een betaling uit Thailand van belang is voor de vereiste wetenschap van benadeling. [X] en klaagster zijn in de gelegenheid gesteld op dit punt hun stellingen te concretiseren en zo mogelijk met bescheiden te onderbouwen.

3.2.15.

Vervolgens heeft de rechtbank Den Haag bij vonnis van 25 mei 2016 overwogen dat indien de woning op 18 mei 2016 wordt (is) geleverd en de polis daarna wordt (is) afgekocht en de vordering van [Z] wordt (is) voldaan, van benadeling (ten tijde van het wijzen van het eindvonnis) geen sprake is. [X] en klaagster zijn in de gelegenheid gesteld (bewijs)stukken in het geding te brengen waaruit blijkt dat de vordering van [Z] is voldaan.

3.2.16.

Op 13 juli 2016 heeft de rechtbank Den Haag in de hoofdzaak eindvonnis gewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat is komen vast te staan dat sprake is van wetenschap van klaagster en [X] van benadeling en heeft de vordering van [Z] toegewezen.

Tegen dit vonnis (alsook tegen de in 3.2.14 en 3.2.15 genoemde vonnissen) zijn klaagster en [X] in hoger beroep gekomen.

3.2.17.

[X] , de notaris en de gemachtigde van klaagster waren in 2014/2015 allen lid van de Rotary Club [naam] (verder: de Rotary). De kwestie is destijds op enig moment binnen de Rotary aan de orde gekomen.

4 Standpunt van klaagster

Klaagster verwijt de notarissen het volgende.

i. De notarissen hebben een inhoudelijk verkeerd advies gegeven ter zake van de ontstane situatie in juli 2014.

Klaagster is van mening dat de notarissen [X] en haar hadden moeten adviseren hun huwelijk door echtscheiding te laten ontbinden.

ii. Er is door de notarissen ter zake van het opstellen en het verlijden van de akte geen enkele informatie gegeven over de gevolgen van de akte. Hiermee zijn de notarissen tekort geschoten in hun zorgplicht.

iii. De notaris heeft klaagster en [X] een vrijwaringsverklaring laten tekenen voor het geval hij aansprakelijk zou kunnen worden gesteld als gevolg van de gewijzigde huwelijkse voorwaarden.

iv. De notarissen zijn niet ingegaan op verzoeken van de gemachtigde van klaagster om over de zaak te praten ten einde een mogelijke ondersteuning te bieden in de civiele procedure in verband met de gevorderde vernietiging van de gewijzigde huwelijkse voorwaarden wegens paulianeus handelen. Hiermee hebben zij niet gehandeld zoals een goed notaris betaamt.

v. De notarissen hebben hun geheimhoudingsplicht geschonden. De notaris heeft de zaak inhoudelijk besproken met de toenmalige voorzitter van de Rotary, [naam] (verder: [A] ).

5 Standpunt van de notarissen

De notarissen hebben verweer gevoerd. Hun standpunt wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

6 Beoordeling

Formeel

Intrekking klachtonderdeel iii.

6.1.

Uit het verweerschrift (pagina 14) en het verhandelde ter terechtzitting is het hof gebleken dat klaagster geen nadere behandeling meer wenst van klachtonderdeel iii. Dit klachtonderdeel wordt daarom als ingetrokken beschouwd. Het hof is van oordeel dat het algemeen belang geen voortzetting van de behandeling van dit klachtonderdeel vordert, zodat op dit klachtonderdeel niet meer behoeft te worden beslist.

Incidenteel appel

6.2.

Klaagster wenst de door de kamer ongegrond bevonden klachtonderdelen i., iv. en v. bij wijze van incidenteel appel aan het hof ter beoordeling voor te leggen. Aangezien op de voet van artikel 107 lid 4 van de Wet op het notarisambt (Wna) de zaak opnieuw in volle omvang wordt behandeld, zal het hof de bezwaren van klaagster tegen de beslissing van de kamer met betrekking tot deze klachtonderdelen daarbij betrekken.

Nieuwe klachten

6.3.

Klaagster heeft ter zitting in eerste aanleg haar klachten aangevuld/nieuwe klachten geformuleerd met betrekking tot de inhoud van de akte en een door de notaris op 24 december 2015 aan de leden van de Rotary gestuurde e-mail. Deze klachten brengt klaagster in hoger beroep opnieuw naar voren.

Verder heeft klaagster in haar verweerschrift in hoger beroep aangevoerd dat de kandidaat-notaris haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden (klachtonderdeel v.) door de voorzitster van Inner Wheel, waarvan klaagster destijds lid was, van de kwestie volledig op de hoogte te brengen.

6.4.

Zoals gezegd, dient het hof op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 4 Wna een aan hem voorgelegde zaak opnieuw in volle omvang te behandelen. In die procedure is voor de behandeling van in appel nieuw of in eerste aanleg te laat geformuleerde klachten geen plaats. De kamer heeft terecht geoordeeld dat klaagster in de op de zitting geuite klachten niet kan worden ontvangen vanwege het late stadium van de procedure. De aanvulling in hoger beroep wat klachtonderdeel v. betreft, is gelet op het voorgaande een ongeoorloofde uitbreiding van dat klachtonderdeel. Dat de notarissen genoeg tijd hebben gehad om zich tegen deze klachten te verweren, zoals klaagster heeft aangevoerd, doet niet ertoe.

Klaagster zal in deze (nieuwe) klachten niet-ontvankelijk worden verklaard.

Inhoudelijk

Klachtonderdeel i.

6.5.

Het hof verenigt zich met het oordeel van de kamer dat niet van een notaris mag worden verwacht dat deze zijn cliënt(en) adviseert een huwelijk te doen ontbinden in het geval niet aan de orde is dat het desbetreffende huwelijk duurzaam is ontwricht, zoals volgt uit artikel 1:151 van het Burgerlijk Wetboek. Ook in hoger beroep is niet gesteld of gebleken dat het huwelijk van klaagster en [X] medio juli 2014 duurzaam was ontwricht.

Daarnaast had de akte naar het oordeel van het hof klaagster (en [X] ) in een gunstiger positie kunnen brengen. Op het moment dat het door [X] en klaagster verwachte geld uit Thailand zou worden ontvangen, had daarmee immers de vordering van [Z] kunnen worden voldaan en zou de executoriale beslaglegging op de woning niet op deze grond hebben plaatsgevonden. Hierbij is van belang dat niet is gesteld of gebleken dat de notaris aanleiding had te betwijfelen of dat geld uit Thailand zou binnenkomen. Verder zou, indien het geld uit Thailand niet (tijdig) zou worden ontvangen, de akte in ieder geval leiden tot uitstel van executie, zolang immers niet onherroepelijk in rechte zou zijn vastgesteld dat de verdeling paulianeus was. Het voorgaande brengt mee dat niet kan worden gezegd dat het advies van de notarissen aan klaagster (en [X] ) inhoudelijk onjuist was. Met de kamer komt het hof tot ongegrondverklaring van dit klachtonderdeel.

Klachtonderdeel ii.

6.6.

Partijen staan lijnrecht tegenover elkaar met betrekking tot hetgeen is besproken tijdens de voorafgaande besprekingen en tijdens de passeerafspraak op 9 oktober 2014 over het mogelijke paulianeuze karakter van de akte. Hierdoor kan door het hof niet worden vastgesteld dat de notarissen klaagster op die momenten mondeling al dan niet (voldoende) hebben geïnformeerd over de gevolgen van de akte voor klaagster en [X] , in het bijzonder of de rechtsgeldigheid van de akte zou kunnen worden aangevochten vanwege benadeling van schuldeisers. De door de notarissen overgelegde verklaringen van [naam] en [naam] kunnen niet tot een ander oordeel leiden. Wat van de inhoud van die verklaringen ook zij, feit blijft dat genoemde personen niet bij de voorafgaande besprekingen en de passeerafspraak aanwezig waren. Het door de notarissen in het geding gebrachte passeerverslag leidt evenmin tot een ander oordeel. Het passeerverslag is ongedateerd en de juistheid van de inhoud ervan - kort gezegd dat de notaris heeft benadrukt dat de wijziging van de huwelijkse voorwaarden paulianeus zou kunnen zijn, klaagster en [X] hiervan op de hoogte waren en met hen is besproken dat in een e-mail een en ander door de kandidaat-notaris zou worden bevestigd - wordt door klaagster betwist.

6.7.

Wel is het hof (met de kamer) van oordeel dat in het onderhavige geval gezien de aard van de zaak – de mogelijke benadeling van schuldeisers door het opmaken van de akte – en de bijzondere (persoonlijke) relatie tussen de notarissen en klaagster en [X] , het op de weg van de notarissen had gelegen om klaagster en [X] schriftelijk te berichten over de gevolgen die voor hen uit de akte zouden voortvloeien, in het bijzonder de mogelijkheid dat de akte mogelijk als paulianeus zou kunnen worden aangemerkt. Dat de notarissen dit hebben nagelaten, is in strijd met de op hen rustende zorgplicht en valt hen tuchtrechtelijk te verwijten.

Evenals de kamer komt het hof tot gegrondbevinding van dit klachtonderdeel.

Klachtonderdeel iv.

6.8.

Met de kamer is het hof van oordeel dat klaagster niet, althans onvoldoende concreet heeft uiteengezet waaruit de ondersteuning van de notaris volgens haar had dienen te bestaan. De kamer heeft dit klachtonderdeel, bij gebreke van een voldoende onderbouwing, terecht ongegrond verklaard.

Klachtonderdeel v.

6.9.

Klaagster verwijt de notaris dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door de zaak inhoudelijk te bespreken met [A] , de toenmalig voorzitter van de Rotary.

De notaris heeft op de zitting in hoger beroep verklaard dat hij [A] om een gesprek heeft gevraagd, dat hij hem heeft geïnformeerd over het tussen [X] en hem ontstane geschil en dat een ander lid van de Rotary als advocaat van [X] optrad. Verder heeft de notaris verklaard dat de e-mail van 13 maart 2015 van [A] aan hem met als onderwerp “klasse dat je [naam] goed ondersteunt” verder blanco is.

6.10.

Vast staat dat de notaris op enig moment met [A] heeft gesproken over de kwestie. De notaris heeft onweersproken aangevoerd dat dat op 15 april 2015 is geweest. Dat was nadat de notaris de hiervoor genoemde e-mail van 13 maart 2015 van [A] had ontvangen. [A] was dus bekend met het feit dat [X] de notaris had ingeschakeld. Het hof kan niet vaststellen dat de notaris in het gesprek met [A] op 15 april 2015 of op een ander moment inhoudelijk met [A] over de zaak heeft gesproken, zodat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de notaris zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. De kamer heeft dit klachtonderdeel eveneens terecht ongegrond verklaard.

Maatregel

6.11.

De notarissen waren beiden intensief bij het dossier van klaagster en [X] betrokken. Beiden hebben een bespreking met klaagster en [X] gehad. De notaris heeft op 9 oktober 2014 de akte gepasseerd, waarbij de kandidaat-notaris aanwezig was en bij welke gelegenheid zij naar haar zeggen heeft toegezegd dat hetgeen bij het passeren is besproken per e-mail aan klaagster (en [X] ) zou worden bevestigd.

Het hof ziet reden om aan de notarissen elk de maatregel van waarschuwing op te leggen met betrekking tot het gegrond bevonden klachtonderdeel ii. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat klaagster ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat zij destijds bekend was met het begrip ‘paulianeus’ en naar haar zeggen toen expliciet de vraag heeft gesteld aan de notarissen of het verlijden van de akte paulianeus zou (kunnen) zijn.

6.12.

Het hof komt wat betreft de aan de notarissen opgelegde maatregel tot een ander oordeel dan de kamer. Omwille van de duidelijkheid zal de beslissing van de kamer worden vernietigd en zal het hof opnieuw beslissen.

6.13.

Aan het aanbod van de notarissen tot het horen van getuigen ( [naam] en

[naam] ) gaat het hof voorbij omdat, aangezien vaststaat dat beiden niet aanwezig zijn geweest bij de betreffende bijeenkomst, geen feiten of omstandigheden te bewijzen zijn aangeboden die tot een andere beslissing kunnen leiden.

6.14.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.15.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 Beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing;

en, opnieuw beslissende:

- verklaart klaagster niet-ontvankelijk in de nieuw geformuleerde klachten als bedoeld in rechtsoverweging 6.3.;

- verstaat dat klachtonderdeel iii. is ingetrokken;

- verklaart de klachtonderdelen i., iv. en v. ongegrond;

- verklaart klachtonderdeel ii. gegrond;

- legt aan de notarissen elk de maatregel van waarschuwing op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, H.T. van der Meer en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2016 door de rolraadsheer.