Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:529

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2016
Datum publicatie
25-02-2016
Zaaknummer
200.149.410/01-04 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquête; verhoging van het onderzoeksbudget; vaststelling van de vergoeding van de onderzoeker; art. 2:350 lid 3 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/709
ARO 2016/53
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

__________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummers: 200.149.410/01 OK tot en met 200.149.410/04 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 16 februari 2016

inzake

I. zaken 200.149.410/01 OK en 200.149.410/02 OK

1 [A] ,

2. [B],

3. [C] ,

4. [D],

5. [E],

VERZOEKERS,

advocaten: mr. J. Fleming en mr. B.M. Katan, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

zaak 200.149.410/01 OK

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MUSEUM VASTGOED GROEP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,

zaak 200.149.410/02 OK

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TREDAMER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

zaken 200.149.410/01 OK en 200.149.410/02 OK

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[F],

gevestigd te [...] ,

2. [G] ,

wonend te [...] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. C.J. de Tombe, kantoorhoudende te Utrecht,

zaak 200.149.410/02 OK

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LAPIDUS HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. C.J. de Tombe, kantoorhoudende te Utrecht,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MUSEUM VASTGOED GROEP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,

II. zaken 200.149.410/03 OK en 200.149.410/04 OK

Mr. Antonie VAN HEES, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van Willem Alexander Arnold Peter Minne Endstra, kantoorhoudende en aldus woonplaats hebbende te Amsterdam,

VERZOEKER,

advocaten: mr. J. Fleming en mr. B.M. Katan, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

zaak 200.149.410/03 OK

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MUSEUM VASTGOED GROEP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,

zaak 200.149.410/04 OK

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TREDAMER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

zaken 200.149.410/03 OK en 200.149.410/04 OK

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[F],

gevestigd te [...] ,

2. [G] ,

wonend te [...] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. C.J. de Tombe, kantoorhoudende te Utrecht,

zaak 200.149.410/04 OK

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LAPIDUS HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. C.J. de Tombe, kantoorhoudende te Utrecht,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MUSEUM VASTGOED GROEP B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

De Ondernemingskamer zal de volgende partijen hierna als volgt aanduiden:

  • -

    mr. A. van Hees als de vereffenaar;

  • -

    de vijf in de zaken met nummers 200.149.410/01 OK en 200.149.410/02 OK opgesomde verzoekers als de erven;

  • -

    Museum Vastgoed Groep B.V. als MVG;

  • -

    Tredamer B.V. als Tredamer;

  • -

    [F] als [F] .

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaken van 23 en 24 december 2014, 5 januari 2015 en 27 januari 2016.

1.3

Bij de beschikkingen van 23 en 24 december 2014 en 5 januari 2015 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MVG (in de zaken met zaaknummers 200.149.410/01 en 200.149.410/03) en van Tredamer (in de zaken met zaaknummers 200.149.410/02 en 200.149.410/04), over de periode vanaf 1 januari 2004, bepaald dat het onderzoek met betrekking tot MVG ten hoogste € 75.000 (exclusief btw) mag kosten en het onderzoek met betrekking tot Tredamer ten hoogste € 20.000 (exclusief btw) mag kosten, mr. F.D. Stibbe benoemd tot onderzoeker, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding - [F] geschorst als bestuurder van MVG en Tredamer, en ing. G.C.J. Verweij benoemd tot bestuurder van MVG en Tredamer.

1.4

Bij brief van 25 januari 2016 (met bijlage) heeft de onderzoeker verzocht om het onderzoeksbudget met betrekking tot MVG te verhogen tot € 122.170 (exclusief btw) en zijn vergoeding voor dat onderzoek overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW op dat bedrag te bepalen. Voorts heeft de onderzoeker bij die brief verzocht om de vergoeding met betrekking tot het onderzoek bij Tredamer overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW te bepalen op € 20.000 (exclusief btw). Als bijlage bij die brief is gevoegd een overzicht van de door de onderzoeker en zijn kantoorgenoten aan het onderzoek bestede uren.

1.5

Bij de beschikking van 27 januari 2016 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag met bijlagen van het bij beschikking van 23 december 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van MVG en van Tredamer ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. Voorts zijn partijen bij die beschikking in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de onderzoeker tot verhoging van het onderzoeksbudget en tot vaststelling van diens vergoeding.

1.6

Bij brieven van 15 februari 2016 hebben mr. Katan (namens de erven en de vereffenaar) respectievelijk mr. Van Bekkum (namens MVG en Tredamer) laten weten dat zij geen bezwaar hebben tegen de verzoeken van de onderzoeker.

2 De gronden van de beslissing

Nu tegen de verzoeken van de onderzoeker geen bezwaren zijn aangevoerd en deze verzoeken de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voorkomen, zal de Ondernemingskamer - ten aanzien van MVG met gelijktijdige verhoging van het maximum tot dat bedrag - de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW bepalen als hierna te vermelden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 23 december 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van MVG ten hoogste mag kosten tot € 122.170 (exclusief btw);

bepaalt de vergoeding van de onderzoeker voor dat onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van MVG op € 122.170 (exclusief btw);

bepaalt de vergoeding van de onderzoeker voor het bij de beschikking van 23 december 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Tredamer op € 20.000 (exclusief btw);

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en G.A. Cremers en prof. dr. mr. F. van der Wel RA, raden, in tegenwoordigheid van
mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 16 februari 2016.