Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:526

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2016
Datum publicatie
22-05-2018
Zaaknummer
200.177.386/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appel van ECLI:NL:RBAMS:2015:4542. Incidentele vordering tot tussenkomst Vereniging van eigenaars toegewezen.

Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:1782 en ECLI:NL:GHAMS:2019:601.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.177.386/01

zaaknummer rechtbank : C/13/574844/HA ZA 14-1037

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 februari 2016

inzake

de vereniging VERENIGING VAN EIGENAARS GEBOUW [straat A] 104 TOT EN MET 126 (EVEN NUMMERS),

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in het incident tot tussenkomst dan wel voeging,

advocaat: mr. G.I. Beij te Amsterdam,

in de zaak van

1 [X] ,

2. [appellante sub 2] ,

3. [appellante sub 3] ,

4. [appellant sub 4] ,

5. [appellante sub 5] ,

6. [appellant sub 6] ,

7. [appellante sub 7] ,

8. [appellant sub 8] ,

9. [appellant sub 9] ,

10. [appellant sub 10] ,

11. [appellant sub 11] ,

12. [appellante sub 12] ,

13. [appellant sub 13] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. G.I. Beij te Amsterdam,

tegen

de stichting ROCHDALE WONINGSTICHTING,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.N.E. Visser te Amsterdam.

Partijen worden hierna de VvE, [X] c.s. en Rochdale genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

[X] c.s. zijn bij dagvaarding van 21 september 2015 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2015, dat onder bovengenoemd zaaknummer is gewezen tussen [X] c.s. als eisers en Rochdale als gedaagde.

De VvE heeft bij incidentele conclusie, met producties, gevorderd dat zij - op de voet van artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) – in deze procedure in hoger beroep zal worden toegelaten als tussenkomende partij (primair) dan wel als voegende partij aan de zijde van aan de zijde van [X] c.s. (subsidiair).

Rochdale heeft zich bij memorie van antwoord in het incident gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Ten slotte is arrest in het incident gevraagd.

2 Beoordeling

In het incident

2.1

De VvE stelt ter onderbouwing van haar vordering tot tussenkomst dan wel voeging in de eerste plaats dat zij belang heeft bij de uitkomst van de procedure tissen [X] c.s. en Rochdale. Zij voert daartoe aan dat de procedure betrekking heeft op de staat van (de gemeenschappelijke gedeelten van) het appartementencomplex, die een rechtstreekse verantwoordelijkheid van de VvE betreffen. Daarnaast voert zij aan dat zij een groot financieel belang heeft omdat de kosten voor het in de dagvaarding omschreven achterstallig onderhoud voor rekening van de VvE komen als Rochdale deze niet betaalt. Aan haar vordering tot tussenkomst legt zij voorts ten grondslag dat zij het belang deelt van [X] c.s. bij toewijzing van de vordering, maar dat zij vanwege een verschil in rechtspositie – als VvE kan zij Rochdale, anders dan [X] c.s., niet aanspreken op grond van een gesloten koopovereenkomst –, die vordering deels op een andere grondslag baseert. Ter onderbouwing van haar vordering tot voeging aan de zijde van [X] c.s. wijst de VvE er op dat zij hetzelfde belang heeft als [X] c.s. bij toewijzing van de vordering.

2.2

Het hof neemt bij de beoordeling van de incidentele vordering tot tussenkomst tot uitgangspunt dat een partij kan vorderen in een aanhangig geding te mogen tussenkomen, indien zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel in te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden. De stelling van de VvE dat zij weliswaar de door [X] c.s. ingestelde vordering ondersteunt, maar daarvoor eigen en alleen haar betreffende grondslagen wenst aan te voeren, impliceert dat zij een eigen vordering wenst in te stellen. In zoverre is dus aan de vereisten voor tussenkomst voldaan.

2.3

Uit de stellingen van de VvE kan niet worden afgeleid dat een uitspraak in het geding tussen [X] c.s. en Rochdale tot verlies of benadeling van de aanspraken van de VvE zal leiden. De VvE wenst juist dat de vordering van [X] c.s. wordt toegewezen en als die vordering wordt afgewezen, staat niets eraan in de weg dat zij een eigen procedure tegen Rochdale begint. Aan de in de jurisprudentie van oudsher voor tussenkomst gestelde eis van benadeling zou dan niet zijn voldaan. In de rechtspraak wordt tegenwoordig echter regelmatig een ruimer gebruik van de mogelijkheid van tussenkomst aanvaard. Daarvoor is aanleiding wanneer, zoals in dit geval, beoordeling van de vordering van de VvE langs de weg van tussenkomst de processuele doelmatigheid dient. Er heeft in het geding tussen [X] c.s. en Rochdale immers al een uitgebreide standpuntwisseling plaatsgevonden over de feiten, die in de verhouding tussen [X] c.s. en Rochdale exact dezelfde zijn. In dit verband is van belang dat Rochdale door haar referte ervan blijk heeft gegeven niet zwaar te tillen aan de bezwaren die kunnen zijn verbonden aan toewijzing van het verzoek tot tussenkomst. Het verzoek is derhalve toewijsbaar.

2.3

Een oordeel over de kosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.

In de hoofdzaak

2.4

Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor een memorie aan de zijde van de VvE
– zodat zij haar vordering in interventie kan formuleren - alsmede, nu in verband met de incidentele vordering een dergelijke memorie in de hoofdzaak nog niet is genomen, memorie van grieven aan de zijde van [X] c.s.

3 Beslissing

Het hof:

in het incident

laat de VvE toe tussen te komen in de hoofdzaak tussen [X] c.s. en Rochdale;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 22 maart 2016 voor memorie van grieven aan de zijde van [X] c.s. en een memorie aan de zijde van de VvE;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, C.C. Meijer en J.W. Hoekzema en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.