Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5223

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-12-2016
Datum publicatie
12-02-2018
Zaaknummer
200.163.949/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.163.949/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland : 2685154 CV EXPL 14-49

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 december 2016

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

appellant, tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. P.F.M. Deijkers te Hoorn,

tegen

NEW IPD B.V.,

gevestigd te Obdam, gemeente Koggenland,

geïntimeerde, tevens incidenteel appellante,

advocaat: mr. W. Hovingh te Alkmaar.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellant] en IPD genoemd.

In deze procedure is op 1 december 2015 een tussenarrest uitgesproken, hierna ‘het tussenarrest’. Voor het procesverloop tot die datum verwijst het hof naar het tussenarrest.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de akte houdende overlegging producties d.d. 12 januari 2016 zijdens IPD;

- de antwoordakte d.d. 9 februari 2016 zijdens [appellant] .

Ten slotte is opnieuw arrest gevraagd.

2 Beoordeling

2.1

Het hof heeft in het tussenarrest voorshands bewezen geacht dat tussen IPD en [appellant] sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het hof heeft overwogen dat IPD in de gelegenheid zou worden gesteld tegenbewijs te leveren. De zaak is naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van IPD waarbij zij zich zou kunnen uitlaten over de vraag of en hoe zij dit tegenbewijs wenst te leveren.

2.2

IPD biedt bewijs aan van al haar stellingen met alle middelen rechtens, waaronder het inbrengen van nadere stukken. Meer in het bijzonder biedt IPD (randnummer 8 akte) bewijs aan dat IPD bij contracten voor bepaalde tijd geen einddatum op de loonstroken vermeldt, zodat aan het ontbreken daarvan geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend. Verder biedt IPD (randnummer 9 akte) bewijs aan dat de parafen en handtekeningen op de verschillende arbeidsovereenkomsten tussen partijen echt zijn door het inschakelen van een handschriftdeskundige. Ten slotte biedt IPD bewijs aan dat nimmer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is overeengekomen door middel van het horen van getuigen, onder wie de accountant N. Manshanden en [B] als partijgetuige. IPD wijst er daarbij op dat de arbeidsovereenkomsten (voor bepaalde tijd) waarvoor [appellant] heeft getekend, zowel aan [appellant] als aan de accountant ter hand zijn gesteld.

2.3

[appellant] heeft aangevoerd dat het door IPD (randnummer 8 akte) gedane bewijsaanbod tardief is. Het hof verwerpt dit verweer, nu IPD bij tussenarrest juist in de gelegenheid is gesteld zich uit te laten over het leveren van tegenbewijs ten aanzien van het voorlopige bewijsoordeel dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

2.4

Het hof zal IPD thans in de gelegenheid stellen overeenkomstig haar aanbod getuigen te doen horen. Met het oog op het desbetreffende verhoor en de (verdere) bewijslevering beveelt het hof IPD op de voet van het bepaalde in artikel 22 Rv tijdig voorafgaand aan de hiertoe te houden zitting de originele arbeidsovereenkomsten tussen partijen, voor zover beschikbaar, ter griffie van het hof te deponeren en fotokopieën daarvan als producties over te leggen.

2.5

De vraag of aanleiding bestaat eveneens een deskundigenonderzoek (onderzoek door een handschriftdeskundige) te bevelen, laat het hof in dit stadium van het geding rusten.

2.6

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 Beslissing

Het hof:

laat IPD toe tot tegenbewijs van de voorshands bewezen geachte stelling van [appellant] dat tussen IPD en [appellant] sprake was van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.;

beveelt dat een getuigenverhoor zal plaatshebben voor mr. G.C. Boot, daartoe tot raadsheer‑commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam op dinsdag 31 januari 2017 om 13.30 uur;

bepaalt dat de advocaat van IPD dient na te (laten) gaan of partijen, hun advocaten en de door IPD voor te brengen getuigen op de hierboven bepaalde dag en tijd kunnen verschijnen en dat deze – zo dat niet het geval mocht zijn – uiterlijk op 20 december 2016 schriftelijk en onder opgave van de verhinderdata van alle voornoemde betrokkenen in de periode van februari tot en met april 2017 aan het (enquêtebureau van het) hof dient te verzoeken een nieuwe datum te bepalen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.F.M. Cortenraad, R.J.F. Thiessen en G.C. Boot en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 december 2016.