Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:5100

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-11-2016
Datum publicatie
30-11-2016
Zaaknummer
23-002254-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak diefstal elektriciteit, veroordeling henneptoppen knippen. Overschrijding redelijke termijn, 10% strafvermindering, taakstraf 36 uur

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-002254-13

Datum uitspraak: 25 november 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 mei 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-660023-12 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

11 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij in of omstreeks de periode van 01 april 2011 tot en met 07 juni 2011 te Purmerend opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 411 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2:
hij in of omstreeks de periode van 01 april 2011 tot en met 07 juni 2011 te Purmerend met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, immers heeft hij, verdachte, de zegels van de hoofdaansluitkast verbroken en/of de hoofdbeveiliging verzwaard en/of een illegale electriciteitsaansluiting gemaakt, welke buiten de electriciteitsmeter om liep.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Vrijspraak feit 2

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Op 15 maart 2011 is een hennepkwekerij in de woning aan de [adres 2] te Purmerend aangetroffen. Op 7 juni 2011 is in genoemd pand opnieuw een hennepkwekerij aangetroffen. Er is geen bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal van de energie met betrekking tot deze opvolgende hennepkwekerij. Het feit dat op naam van de verdachte vanaf 11 april 2011 een overeenkomst is gesloten met Liander voor de levering van energie in genoemd pand is daarvoor onvoldoende. Voorts is niet uit te sluiten dat de illegale elektra-aansluiting reeds bij gelegenheid van de eerdere hennepkwekerij is aangebracht. Niet is gebleken dat de verdachte betrokkenheid bij die (eerdere) kwekerij heeft gehad.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij in de periode van 1 april 2011 tot en met 7 juni 2011 te Purmerend opzettelijk heeft bewerkt in een pand aan de [adres 2], een hoeveelheid hennepplanten.

Hetgeen onder 1 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder feit 1 en feit 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 70 uren subsidiair 35 dagen hechtenis, waarbij rekening is gehouden met het tijdsverloop in de zaak.

De raadsman heeft het hof verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstraf of de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de redelijke termijn is overschreden en dat zijn cliënt daaraan geen schuld heeft.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bewerken, namelijk het knippen van hennep in een hennepkwekerij. Door zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de handel in en verspreiding van voor de gezondheid schadelijke softdrugs en aan de daarmee gepaard gaande vormen van criminaliteit.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 november 2016 is hij eerder ter zake van strafbare feiten onherroepelijk veroordeeld.

In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn is bij de berechting in hoger beroep overschreden. De verdachte heeft op 16 mei 2013 hoger beroep ingesteld. Het heeft enige tijd geduurd voordat de stukken bij het hof zijn binnengekomen en voordat vervolgens op de getuigenverzoeken van de zijde van de verdediging is besloten. Ten slotte heeft het enige tijd geduurd voordat de getuigen daadwerkelijk zijn gehoord. Het hof doet uitspraak op 25 november 2016. De totale periode loopt mitsdien van het moment van inverzekeringstelling op 15 november 2011 tot 25 november 2016 zodat van een overschrijding van de periode van berechting in twee instanties binnen 4 jaren sprake is.

Deze overschrijding moet verdisconteerd worden in de op te leggen straf.

Het hof hanteert daartoe als maatstaf een korting van ca. 10 procent, waardoor de zonder schending van de redelijke termijn, alles afwegende, passend en geboden geachte taakstraf van 40 uren zal worden teruggebracht tot 36 uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 36 (zesendertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 18 (achttien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. P.C. Römer en mr. J.W.H.G. Loyson, in tegenwoordigheid van mr. L.J.M. Klop, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 november 2016.

[..............]

.