Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4943

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-02-2016
Datum publicatie
25-11-2016
Zaaknummer
R 001385-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

verzoek ex artikel 89 Sv, verzoekster niet-ontvankelijk, geen sprake van vrijheidsbeneming in de zin van artikel 89 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Rekestnummer: R 001385-15 / (89 Sv)

Parketnummer in hoger beroep: 23-003727-14

Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering van:

[verzoeker]

Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972

domicilie kiezende ten kantore van haar advocaat mr. M.J.E.J. Coenraad,

Zandvoortselaan 15, 2042 XD Zandvoort.

1 Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat, ter zake van schade die verzoekster stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer, welke schade als volgt is gespecificeerd:

- 1 dag verblijf op politiebureau (ad € 105,00 per dag) € 105,00.

2 Procesverloop

Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op

27 januari 2016 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoekster ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoekster is niet verschenen.

De advocaat van verzoekster heeft het verzoekschrift in raadkamer toegelicht en betoogd dat de navolgende schadeposten, zoals ook vermeld in het verzoekschrift, niet als kostenposten ex artikel 591a Sv moeten worden opgevat, maar in verband met het bepaalde in artikel 89 Sv voor vergoeding in aanmerking komen.

Verzoekster stelt de navolgende schade te hebben geleden als gevolg van haar aanhouding, welke schade als volgt is gespecificeerd:

  1. één dag verblijf op politiebureau (ad € 105,00 per dag);

  2. kosten die verzoekster stelt te hebben gemaakt in verband met rechtsbijstand in een aansprakelijkheidsprocedure aangespannen door Action, ten bedrage van € 1.332,62;

  3. immateriële en materiële schade door de inbeslagname van de jas van verzoekster, ten bedrage van

€ 512,95.

Verzoekster heeft een halve dag op het politiebureau moeten verblijven en heeft daardoor schade geleden. Met betrekking tot de schade ten gevolge van de aansprakelijkheidsprocedure en de inbeslaggenomen jas, heeft eveneens te gelden dat verzoekster deze schade heeft geleden doordat zij is aangehouden, zodat deze op grond van het bepaalde in artikel 89 Sv voor vergoeding in aanmerking komt, aldus de advocaat.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

3 Beoordeling van het verzoek

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.

De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Het arrest in die strafzaak is inmiddels onherroepelijk geworden.

Verzoekster is op 8 april 2014 om 18:39 uur aangehouden op verdenking van diefstal. Verzoekster is opgehouden voor verhoor en die avond om 22:37 uur heengezonden.

Voor het verkrijgen van een schadevergoeding voor de hierboven weergegeven schade en/of kosten baseert verzoekster zich op artikel 89 wetboek van Strafvordering (Sv).

Het hof stelt vast dat in de onderliggende strafzaak geen sprake is geweest van een in verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis van verzoekster danwel een andere vorm van vrijheidsbeneming als bedoeld in artikel 89 Sv.

Het hof zal verzoekster ten aanzien van het verzoek tot vergoeding van de schade/kosten die verzoekster stelt te hebben geleden niet-ontvankelijk verklaren, nu de gevorderde schade niet het gevolg is van ondergane vrijheidsbeneming als genoemd in artikel 89 Sv en dus niet onder de reikwijdte van die bepaling valt.

4 Beslissing

Het hof:

Verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoekster.

Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. M.J.G.B. Heutink, J.L. Bruinsma en J.H. Wesselink, in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 17 februari 2016.

De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.