Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4784

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-03-2016
Datum publicatie
23-11-2016
Zaaknummer
13/741278-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Afwijzing schorsingsverzoek. Recidivegevaar niet in te perken gelet op verloop eerdere schorsingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/741278-15

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

GBA-adres: [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring Het Schouw te Amsterdam,

tegen de beschikking van de rechtbank te Amsterdam van 8 februari 2016, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 11 februari 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. N. Velthorst.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en de gronden waarop deze berust. Gelet op de korte periode tussen de melding van de inbraak bij de Albert Heijn en het moment dat de verdachte als bijrijder van de bestelbus met daarin een grote hoeveelheid transportkratten van de Albert Heijn is aangehouden, acht het hof de verklaring van de verdachte betreffende het alternatief scenario vooralsnog niet aannemelijk. Vorenstaande brengt mee dat het hof van oordeel is dat voldoende ernstige bezwaren aanwezig zijn voor het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit.

Vanwege het verloop van de eerdere schorsingen van de voorlopige hechtenis van de verdachte is het hof van oordeel dat het recidivegevaar niet kan worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden. Het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis zal worden afgewezen, nu het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming.

13 741278-15

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 2 maart 2016 in raadkamer van dit hof door

mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,

mrs. J.L. Bruinsma en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 2 maart 2016,

de advocaat-generaal