Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4723

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-03-2016
Datum publicatie
23-11-2016
Zaaknummer
15/870026-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Louter de jeugdige leeftijd van verdachte vormt geen bijzondere persoonlijke omstandigheid welke schorsing van de voorlopige hechtenis rechtvaardigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/870026-16

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring Zwaag te Zwaag,

tegen de beschikking van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 9 maart 2016, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 10 maart 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door mr. B. de Munnike, namens de raadsvrouw van de verdachte.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en de gronden waarop deze berust.

Nu er sprake is van verdenking van twee zeer ernstige feiten die een zeer korte tijd na de veroordeling van de verdachte bij vonnis van 26 november 2015 zouden hebben plaatsgevonden, en de verdachte bovendien in een proeftijd liep, is het hof van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv. zich thans niet voordoet.

Gelet daarop ziet het hof evenmin aanleiding om de termijn van het bevel gevangenhouding van 90 dagen te beperken tot een kortere termijn.

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte overweegt het hof dat er sprake is van een zeer ernstig feit en een geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Louter de nog jeugdige leeftijd van de verdachte kan een dergelijke bijzondere persoonlijke omstandigheid niet vormen. Evenmin vindt het hof zo’n omstandigheid in hetgeen door de jeugdreclassering ten aanzien van de verdachte is gerapporteerd en bij de behandeling in raadkamer door [naam], jeugdreclasseringswerker, naar voren is gebracht. Het hof is van oordeel dat in deze zaak uitvoerig en volledig gerapporteerd moet worden, alvorens enige uitspraak over de wenselijkheid van een schorsing van de voorlopige hechtenis kan worden gedaan. Het hof zal het verzoek tot schorsing daarom afwijzen.

15/870026-16

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 30 maart 2016 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma , voorzitter,

mrs. H.W.J. de Groot en P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 30 maart 2016,

de advocaat-generaal