Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4704

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
23-11-2016
Zaaknummer
15-820018-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Geschokte rechtsorde gelet op de ernst en aard van de verdenking alsmede de aangetroffen hoeveelheid harddrugs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15-820018-16

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1969 ,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring Nieuwersluis te Nieuwersluis,

tegen de beschikking van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Schiphol van 20 januari 2016, voor zover houdende bevel tot haar gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Schiphol van 22 januari 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door mr. E.G.S. Roethof, kantoorgenoot van mr. T. de Haan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en de gronden waarop deze berust.

Gelet op de inhoud van het dossier en de daarin beschreven gang van zaken acht het hof ernstige bezwaren aanwezig voor het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit. Hetgeen de verdachte heeft aangevoerd bij wijze van een alternatief scenario is niet op voorhand aannemelijk.

Gelet op de ernst en aard van de verdenking alsook de bij de verdachte aangetroffen netto hoeveelheid harddrugs is het hof, anders dan de raadsman, van oordeel dat sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust.

Gelet op de justitiƫle documentatie van de verdachte en dan met name de veroordeling van de verdachte van 12 maart 2015 ter zake van een soortgelijk feit, is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht.

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat sprake is van een zeer ernstig feit en een geschokte rechtsorde bij vrijlating. Van een schorsing kan daarom alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Die bijzondere omstandigheden zouden kunnen liggen in de omstandigheid dat de verdachte een zoon heeft van twaalf jaar die, zo blijkt uit de in raadkamer overgelegde stukken, bijzondere aandacht nodig heeft en die nu door haar moeder wordt verzorgd. Namens de verdachte is betoogd dat haar moeder op korte termijn niet meer voor haar zoon zal kunnen zorgen, omdat zij vanaf 19 februari a.s. haar straf in de gevangenis zal moeten uitzitten. Het hof constateert dat ter onderbouwing van het verzoek tot schorsing geen stukken

15-820018-16

zijn overgelegd en dat evenmin anderszins is onderbouwd dat niemand anders dan haar moeder en de verdachte zelf voor de zoon kunnen zorgen. Het hof zal het verzoek van de verdachte afwijzen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij haar invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot haar gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van haar vrijheidsbeneming.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 3 februari 2016 in raadkamer van dit hof door

mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,

mrs. H.W.J. de Groot en M.M. van der Nat, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 3 februari 2016,

de advocaat-generaal