Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4515

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-11-2016
Datum publicatie
17-11-2016
Zaaknummer
23-003238-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

14 g SR toewijzen, gelast TS 180 uren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BESLISSING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

naar aanleiding van de ter griffie van dit gerechtshof ingekomen vordering van de advocaat-generaal bij dit hof van 26 augustus 2016 betreffende het op 19 april 2016 onherroepelijk geworden arrest van dit gerechtshof van 2 maart 2015 in de strafzaak onder bovenvermeld parketnummer tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1984,

adres: [adres] ,

bij welk arrest het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 juni 2013 is bevestigd, bij welk vonnis voornoemde [verdachte] is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met bevel dat een op 3 maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarden zijn gesteld dat de veroordeelde;

-zich onder toezicht en leiding van de reclassering moet stellen en gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van de reclassering moet blijven en zich naast de door of namens die instelling te geven aanwijzingen moet gedragen, zolang deze instelling dat nodig vindt.

-zich binnen drie werkdagen volgend op het onherroepelijk vonnis moet melden bij Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering op het adres Weesperzijde 70 te Amsterdam. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zo lang de reclassering dat nodig acht.

-zich moet laten behandelen bij de Forensische Psychiatrische Polikliniek van Inforsa voor zijn persoonlijkheidsproblematiek, agressieregulatie en soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

- moet deelnemen aan het programma van RIBW-begeleid wonen zoals Exodus of DOOR of een soort gelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, en zich dient te houden aan het (dag)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.

- moet deelnemen aan een arbeidsvaardighedentraining.

Procesgang

Het hof heeft kennis genomen van de bij de vordering overgelegde stukken in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer, waaronder een aan het parket van de advocaat-generaal gericht advies

van 17 augustus 2016, ondertekend door [naam 1] en [naam 2] , werkzaam bij GGZ Emergis Middelburg.

Het hof heeft ter openbare terechtzitting van 1 november 2016 de advocaat-generaal, de veroordeelde en diens raadsman gehoord.

Beoordeling

De vordering is tijdig door de advocaat-generaal ingesteld.

De veroordeelde is na een behandeling op tegenspraak veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd om de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij voornoemd arrest voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden toe te wijzen en deze om te zetten in een taakstraf van 180 uren.

De raadsman heeft ter terechtzitting bepleit de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstrafstraf, indien de vordering wordt toegewezen, om te zetten in een taakstraf, gezien de huidige persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde.

Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat de veroordeelde onvoldoende heeft meegewerkt aan de hem opgelegde bijzondere voorwaarden. Uit het hiervoor vermelde reclasseringsadvies volgt dat de veroordeelde niet wil meewerken aan de behandelverplichting en gedragsinterventie en zich meerdere malen niet heeft gehouden aan meldplichtafspraken. Ook heeft de veroordeelde dreigementen geuit jegens eerste toezichthouder [naam 1] .

Daar staat naar het oordeel van het hof tegenover dat de veroordeelde met zijn verhuizing van Amsterdam naar Middelburg, het regelen van een bewindvoerder en een werkervaringsplek concrete stappen heeft gezet om zijn leven weer op de rails te krijgen. Voorkomen dient te worden dat deze positieve ontwikkelingen doorkruist worden.

Op grond van het dossier en gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht acht het hof, in beginsel, termen aanwezig te gelasten dat de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf van 3 maanden alsnog ten uitvoer wordt gelegd.

Het hof acht evenwel, gelet op de vordering van de advocaat-generaal en hetgeen door de veroordeelde en de raadsman naar voren is gebracht, termen aanwezig om in plaats van tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf te gelasten: een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.

Beslissing

Het hof wijst toe de vordering van de advocaat-generaal tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van 30 april 2014 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden, in die zin dat het hof in plaats van tenuitvoerlegging van 3 maanden gevangenisstraf, gelast:

een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van 90 dagen in het geval de veroordeelde die taakstraf niet of niet naar behoren verricht.

Bepaalt dat de hiervoor genoemde taakstraf door de veroordeelde dient te worden verricht binnen een jaar na heden.

Deze beslissing is genomen door mrs. A.D.R.M. Boumans, C.N. Dalebout en M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 november 2016.