Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4428

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-11-2016
Datum publicatie
06-02-2017
Zaaknummer
200.169.241/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 5 april 2016. Bewijs geleverd. Alsnog gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de appellante.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.169.241/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 3013481 CV EXPL 14-12041

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 november 2016

inzake

WHEELS B.V.,

gevestigd te Klundert,

appellante,

advocaat: mr. J. Verbeeke te Rotterdam,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonend te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.E. Mungroop te Amsterdam.

1 Verder verloop van het geding

Partijen worden hierna Wheels en [geïntimeerde] genoemd.

In deze zaak heeft het hof op 5 april 2016 een tussenarrest uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar dat arrest.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- akte met producties aan de zijde van Wheels;

- antwoordakte aan de zijde van [geïntimeerde] .

Daarna is arrest bepaald.

2 Verdere beoordeling

2.1.

In het tussenarrest is Wheels in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stellingen ten aanzien van de door haar gevorderde schade van 12 augustus 2008, extra kilometers en bekeuringen, alsmede de in rekening gebrachte schoonmaakkosten, brandstof, tankkosten en administratiekosten. Wheels heeft een akte genomen en producties overgelegd, waarop [geïntimeerde] heeft gereageerd. Het hof overweegt als volgt.

De schade van 12 augustus 2008

2.2

Wheels heeft in haar akte toegelicht dat zij drie keer het eigen risico voor schade ad € 250 bij [geïntimeerde] in rekening heeft gebracht (eenmaal bij factuur van 20 augustus 2008 en tweemaal bij factuur van 9 september 2008) omdat er, volgens Wheels, bij de inname van de auto op 12 augustus 2008 drie afzonderlijke schades aan de auto zijn geconstateerd. Eén schade is reeds waargenomen bij het ophalen van de auto bij de woning van [geïntimeerde] op 12 augustus 2008 (toen [geïntimeerde] was gedetineerd in Zwitserland). Ter onderbouwing daarvan verwijst Wheels naar een formulier dat door een medewerker van Wheels ( [X] , hierna: [X] ) bij het ophalen van de auto is ingevuld en dat als productie 14 bij de akte na tussenarrest is gevoegd en ook al eerder als productie 1 bij productie 11 van de memorie van grieven in het geding is gebracht. Daarop staan bij een tekening van de auto, voor zover leesbaar, “krassen”, “deuk”, “krassen op achterklep” en “vlekken achterbank rare” vermeld. De overige twee schadegevallen zijn bij de definitieve inname van de auto op de vestiging van Wheels in Ridderkerk geconstateerd. Het betrof volgens Wheels schade aan het dak (diverse putten), schade aan de linkerdeur en schade aan het rechterachterscherm. Wheels heeft aldus toegelicht op welke schade het driemaal in rekening gebrachte eigen risico betrekking had, maar zij heeft nagelaten toe te lichten welke kosten hieraan verbonden waren, terwijl zij hiertoe bij het tussenarrest in de gelegenheid is gesteld. Wheels heeft voorts niet gesteld dat de (herstelkosten van de) door haar in rekening gebrachte schadegevallen ieder afzonderlijk € 250 of meer bedroegen noch heeft zij daartoe een voldoende concreet bewijsaanbod gedaan. Het enkele constateren van een schade is, anders dan Wheels kennelijk betoogt, niet voldoende voor de verschuldigdheid van het overeengekomen bedrag aan eigen risico. Eigen risico is immers geen boete, maar het gedeelte van de (daadwerkelijke) schade die door de - in dit geval - huurder van de auto zelf moet worden betaald. Uit het voorgaande volgt dat Wheels onvoldoende heeft gesteld om de door haar gevorderde schade te kunnen toewijzen.

Extra kilometers

2.3.

Wheels heeft bij factuur van 20 augustus 2008 (zie 2.1.3 van het tussenarrest) 12.643 zogenaamde “meerkilometers” ad € 1.390,73 bij [geïntimeerde] in rekening gebracht. Wheels heeft hiertoe aangevoerd dat op grond van de tussen partijen gesloten autohuurovereenkomsten 700 km per week zijn inbegrepen in het week(huur)tarief en dat voor extra kilometers een meersprijs van € 0,11 per kilometer is afgesproken. Volgens Wheels is bij de inname van de auto geconstateerd dat 12.643 meerkilometers zijn gereden die voor rekening van [geïntimeerde] komen, gezien de beginstand bij aanvang van de overeenkomst van 64.429 km, de eindstand op 12 augustus 2008 van 88.072 km en de aftrek van 11.000 “vrije kilometers” die in de autohuurovereenkomsten zijn afgesproken (productie 16 bij akte na tussenarrest). [geïntimeerde] heeft het voorgaande onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat het aantal meerkilometers als vaststaand moet worden aangenomen. [geïntimeerde] heeft nog aangevoerd dat de kosten voor rekening van zijn werkgever dienen te komen. Dit volgt echter niet uit de overeenkomst. [geïntimeerde] heeft evenmin toegelicht waarom Wheels zich voor betaling bij zijn werkgever dient te melden. Voor zover [geïntimeerde] en zijn werkgever hierover afspraken hebben gemaakt, regardeert dat Wheels niet. Het verweer faalt derhalve. Dit betekent dat de gevorderde meerkilometers ad € 1.390,73 toewijsbaar zijn.

Bekeuringen en kosten

2.4.

Wheels vordert van [geïntimeerde] betaling van twee facturen d.d. 25 september 2009 waarbij Wheels [geïntimeerde] twee bekeuringen van ieder € 75,07 alsmede € 10 administratiekosten per bekeuring in rekening heeft gebracht. Ter onderbouwing daarvan heeft Wheels bij haar akte na tussenarrest twee boetes voor snelheidsovertredingen overgelegd die met de door [geïntimeerde] gehuurde auto op 1 augustus 2008 en 3 augustus 2008 zijn begaan in Zwitserland, alsmede de rekening die de eigenaar van de auto, Weijers Auto B.V., hiervoor aan Wheels heeft gestuurd (producties 18 en 19 bij akte na tussenarrest). Deze bekeuringen komen volgens Wheels op grond van artikel 10 van de algemene voorwaarden voor rekening van [geïntimeerde] met € 10 administratiekosten per bekeuring.

2.5.

In zijn antwoordakte na tussenarrest betwist [geïntimeerde] de verschuldigdheid van de boetes niet langer, zodat de vordering in zoverre toewijsbaar is. De grondslag voor de (tweemaal) gevorderde administratiekosten is artikel 10 van de algemene voorwaarden die op de autohuurovereenkomst van toepassing zijn. Daarin staat dat “indien de verhuurder in verband met enige gedraging of nalaten van huurder, zoals een verkeersovertreding, informatie aan autoriteiten dient te verstrekken, huurder gehouden is de daarmee gepaard gaande kosten te vergoeden, met een minimum van € 10,- (excl. BTW)”. Wheels heeft niet gesteld noch is gebleken dat zij informatie aan autoriteiten heeft verstrekt. Blijkens de door haar in het geding gebrachte rekening van Weijers Auto B.V. diende zij de bekeuringen direct aan Weijers Auto B.V. te voldoen. Dit betekent dat de gevorderde administratiekosten niet toewijsbaar zijn.

Schoonmaakkosten

2.6.

Wheels vordert betaling van “schoonmaakkosten binnenkant” ad € 55 die zij bij factuur van 20 augustus 2008 bij [geïntimeerde] in rekening heeft gebracht. Ter onderbouwing daarvan heeft Wheels aangevoerd dat bij de inname van de auto is geconstateerd dat de auto niet schoon was, dat de auto door medewerkers van Wheels is gereinigd en dat deze kosten op grond van artikel 6 van de algemene voorwaarden voor rekening van [geïntimeerde] komen.

2.7.

Vast staat dat de auto niet door [geïntimeerde] zelf is geretourneerd, maar dat deze door Wheels is ingenomen buiten aanwezigheid van [geïntimeerde] omdat [geïntimeerde] was gedetineerd in Zwitserland. Uit het formulier dat door [X] bij het ophalen van de auto bij de woning van [geïntimeerde] op 12 augustus 2008 is ingevuld (zie rov 2.2), volgt dat de auto niet schoon was en dat er rare vlekken in de (bekleding van de) achterbank zaten. [geïntimeerde] heeft onvoldoende aangevoerd om aan de juistheid van deze constatering te twijfelen. In artikel 6 van de algemene voorwaarden staat: “huurder is gehouden de auto schoon te retourneren. Bij niet-nakoming van deze verplichting kunnen schoonmaakkosten in rekening worden gebracht, met een minimum van € 25,-- (excl. BTW)”. Naar het oordeel van het hof is [geïntimeerde] op grond van artikel 6 van de algemene voorwaarden het daarin genoemde minimumbedrag verschuldigd. Wheels heeft echter niet (voldoende) toegelicht waarom de schoonmaakkosten meer dan € 25 bedroegen en ook geen voldoende concreet bewijsaanbod gedaan, zodat het meerdere niet toewijsbaar is.

Brandstof en tankkosten

2.8.

Bij factuur van 16 oktober 2008 heeft Wheels brandstof ad € 33,71, tankkosten ad € 15 en administratiekosten ad € 10 in rekening gebracht. Wheels gaat in haar akte na tussenarrest echter niet in op deze kosten. Ook in de memorie van grieven, de als productie 11 bij de memorie van grieven overgelegde dagvaarding met bijlagen van Wheels in de in het tussenarrest onder 2.1.6 genoemde procedure en de in die procedure door Wheels ingediende conclusie van repliek (productie 11 bij akte van Wheels na memoriewisseling) heeft Wheels hierover niets vermeld. Dit betekent dat Wheels te dien aanzien onvoldoende heeft gesteld en dat de vordering derhalve terecht is afgewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

2.9.

Wheels heeft ten slotte betaling gevorderd van buitengerechtelijke incassokosten ad € 450. Het hof neemt tot uitgangpunt dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 6:96 lid 2 aanhef en sub c BW voor vergoeding in aanmerking komen indien deze de dubbele redelijkheidstoets doorstaan en het liquidatietarief daarop geen betrekking heeft. In rov. 3.6 van het tussenarrest heeft het hof reeds geoordeeld dat [geïntimeerde] de ontvangst van tien aan hem gerichte aanmaningsbrieven niet (voldoende) heeft weersproken. Het hof is van oordeel dat deze aanmaningen meer dan een enkele sommatie betreffen, zodat sprake is van kosten die in redelijkheid zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW. Het liquidatietarief heeft daarop ook geen betrekking. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen echter slechts worden toegewezen overeenkomstig de staffel buitengerechtelijke incassokosten in zaken waarin de schuldenaar voor 1 juli 2012 in verzuim is geraakt, een bedrag van € 300.

Slotsom

2.10.

De slotsom is dat grief 4 slaagt voor zover hiervoor in 2.3, 2.5, 2.7 en 2.9 vermeld en dat de grieven voor het overige falen. Het bestreden vonnis zal worden vernietigd alsmede het verstekvonnis van 10 maart 2014. De vorderingen van Wheels zullen alsnog worden toewezen voor zover hiervoor vermeld en voor het overige worden afgewezen.

2.11.

Het hof ziet aanleiding de proceskosten tussen partijen in beide instanties te compenseren in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

3 Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

vernietigt het verstekvonnis dat op 10 maart 2014 tussen partijen is gewezen met zaaknummer 3013481 CV EXPL 14-12041;

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Wheels van € 1.390,73 aan extra kilometers, € 150,14 aan bekeuringen en € 25 aan schoonmaakkosten (in totaal: € 1.565,87), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldag van de respectieve facturen tot de dag der voldoening;

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Wheels van € 300 aan buitengerechtelijke incassokosten;

wijst het meer of anders gevorderde af;

bepaalt dat ieder der partijen de eigen proceskosten draagt;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.M. Polak, J.C.W. Rang, J.E. Molenaar en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 november 2016.