Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4392

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-11-2016
Datum publicatie
15-11-2016
Zaaknummer
200.201.244/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquête; spoedvoorzieningen getroffen voorafgaand aan beslissing op het enquêteverzoek; bestuurders geschorst; bestuurder benoemd; overdracht van aandelen ten titel van beheer; aanhouding behandeling enquêteverzoek; art. 2:349a lid 2 en lid 3 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 349a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2016-0296
JONDR 2017/259
AR 2016/3322
ARO 2017/29
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.201.244/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 11 november 2016

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROYAUMS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERZOEKSTERS,

advocaat: mr. T. Steffens en mr. T. Welschen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROYAUMS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [....] ,

2. [C],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. B. Coskun, kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 In het vervolg zullen de hierna te vermelden personen als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoekster sub 1 als [A] ;

  • -

    [D] als [D] ;

  • -

    verzoekster sub 2, tevens verweerster, als Royaums of de vennootschap;

  • -

    belanghebbende sub 1 als [B] ;

  • -

    belanghebbende sub 2 als [C] ;

  • -

    [C] en [B] tezamen als [B] c.s.

1.2 [A] en Royaums hebben bij verzoekschrift met producties, ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen op 14 oktober 2016, de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Royaums, en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:

  1. [C] als bestuurder van Royaums te schorsen en te bepalen dat [C] en/of [B] gedurende de schorsing geen recht hebben op enige managementvergoeding;

  2. de door [B] in Royaums gehouden aandelen ten titel van beheer aan een derde over te dragen;

  3. te bevelen dat [C] en/of [B] zich onthouden van activiteiten die concurreren met die van Royaums, op straffe van een in het verzoekschrift nader omschreven dwangsom;

  4. zodanige onmiddellijke voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht;

met veroordeling van [B] c.s. in de kosten van het geding.

1.3 [B] c.s. en Royaums hebben bij verweerschrift, tevens houdende voorwaardelijk tegenverzoek, met producties, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 19 oktober 2016, geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van verzoeksters althans afwijzing van hun verzoek met veroordeling van [A] in de kosten van het geding. Voor het geval de Ondernemingskamer een onderzoek beveelt hebben [B] en Royaums bij wijze van tegenverzoek de Ondernemingskamer verzocht om, zakelijk weergegeven, bij beschikking, voor zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding

  1. primair [D] als bestuurder van Royaums te schorsen en te bepalen dat [D] en/of [A] gedurende de schorsing geen recht hebben op enige managementvergoeding, subsidiair [D] en [C] als bestuurders van Royaums te schorsen en een onafhankelijke bestuurder te benoemen;

  2. primair de door [A] , subsidiair de door [A] en [B] , in Royaums gehouden aandelen ten titel van beheer aan een onafhankelijke derde over te dragen;

  3. te bevelen dat [D] , [A] en de werknemers die onder haar controle staan zich onthouden van activiteiten die concurreren met die van Royaums, op straffe van een in het tegenverzoek nader omschreven dwangsom;

  4. zodanige onmiddellijke voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht;

met veroordeling van [D] en [A] in de kosten van het tegenverzoek.

1.4 Het verzoek strekkende tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 20 oktober 2016. Bij die gelegenheid hebben mr. Welschen en mr. Coskun de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht, wat mr. Welschen betreft aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen. Mr. Welschen heeft een bij brief van 19 oktober 2016 geuit bezwaar tegen het overleggen van producties bij het verweerschrift laten varen. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.

2 De feiten

2.1

Royaums is op 6 december 2012 opgericht. Zij drijft een onderneming die zich bezig houdt met het ontwerpen, doen produceren en verhandelen van schoenen, tassen en riemen.

2.2

Bij de oprichting van Royaums zijn [D] en [C] , ieder voor 50% van het geplaatste kapitaal, aandeelhouder van Royaums geworden. Op 19 februari 2015 zijn die aandelen ingebracht in en overgedragen aan de toen opgerichte vennootschap Royaums Holding B.V. (hierna: Royaums Holding).

2.3

In artikel 6.2 lid 9 van de statuten van Royaums is onder meer het volgende bepaald:

verplichte aanbieding

De betreffende aandelen moeten verder aan de overige aandeelhouders worden aangeboden:

(…)

b. bij overgang door boedelmenging op grond van huwelijksvermogensrecht of partnerschapsvermogensrecht, tenzij de oorspronkelijke aandeelhouder de rechten verbonden aan de aandelen als enige uitoefent, (…)”.

En verderop in artikel 6.2 lid 10 van die statuten:

verzuim

a. Zolang de aanbieder zijn verplichtingen tot aanbieding of overdracht niet nakomt, wordt zijn stemrecht (…) opgeschort. (…)

2.4

Sinds de oprichting van Royaums zijn [D] en [C] de bestuurders van Royaums en is ieder van hen bevoegd Royaums zelfstandig te vertegenwoordigen.

2.5

[D] is enig bestuurder en enig aandeelhouder van [A] . [C] is enig bestuurder en enig aandeelhouder van [B] . [D] en [C] zijn neven van elkaar.

2.6

[C] houdt zich binnen Royaums vooral bezig met design en online marketing (waaronder social media en up-to-date houden van de website), terwijl [D] zich binnen de vennootschap met name bezighoudt met financiën, administratie en personeelszaken, inkoop en marketing.

2.7

Op 5 februari 2016 heeft [C] de eenmanszaak Qifesh opgericht. Deze onderneming houdt zich bezig met groothandel in modeartikelen en het laten ontwerpen, produceren en verkopen van fashion.

2.8

Bij brief van 25 februari 2016 heeft Rabobank Amsterdam aan Royaums Holding bericht de bancaire relatie met Royaums Holding en Royaums te beëindigen “om redenen die aan de heer [C] zijn meegedeeld en die wij, vanuit privacy overwegingen ten aanzien van de heer [C] , niet nader benoemen.

2.9

Op enig moment is de persoonlijke verhouding tussen [D] en [C] verslechterd. In onderling overleg hebben zij besloten om een waarderingsdeskundige in te schakelen teneinde tot een waardering van de aandelen in Royaums te komen aan de hand waarvan kon worden onderzocht of en hoe [D] en [C] hun belangen kunnen ontvlechten. Dit heeft geresulteerd in een door [E] , verbonden aan de onderneming “Overname expert”, uitgevoerde waardering van de aandelen Royaums, gedateerd 28 juni 2016.

2.10

Op 3 augustus 2016 is Royaums Holding, bij wijze van zuivere splitsing, opgegaan in twee verkrijgende vennootschappen, te weten de toen opgerichte vennootschappen [A] en [B] . Sindsdien houden [A] en [B] elk 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Royaums.

2.11

In een e-mail van 13 september 2016 heeft [D] aan [C] onder meer het volgende geschreven:

Ik wil even begrijpen wat jou[w] plannen zijn met de zaak? Op 3 augustus 2016 hebben we voor het laatst gezeten om de plannen te bespreken, de volgende dag ben je op vakantie gegaan. Je zou 2 weken weg zijn maar inmiddels is het 3 weken geworden zonder overleg! Je zou ondanks dat je weg bent al jou[w] taken blijven uitvoeren/opvolgen, maar helaas is dat ook niet gebeurd……. Social media ligt al weken stil en er is naar mijn weten geen oplossing gevonden hiervoor. Je bent al weken niet meer op kantoor geweest/aanwezig en ook geen terugkoppeling aan mij gegeven met je plannen.

2.12

Op 14 september 2016 heeft [D] bewerkstelligd dat [C] niet langer toegang had tot internetbankieren.

2.13

Bij e-mail van 17 september 2016 heeft [C] aan [D] onder meer het volgende laten weten:

Je hebt mij op 13 september een mail gestuurd. Deze mail en de ontwikkelingen van gisteren zijn voor mij reden om je mail te beantwoorden. Gisteren kwam ik er achter dat je mijn bevoegdheden bij de bank hebt geblokkeerd. (…) Ik kan niet langer internetbankieren. Hoe haal je dit in je hoofd. Je bent hiermee te ver gegaan. Jij (…) probeert steeds de zaak verder te laten escaleren. In mijn ogen zie jij totaal niet in dat jouw handelingen niet goed zijn voor het bedrijf. Graag spreek ik met je af op (…) 27 september (…) om dit alles te bespreken. (…) Ook geef ik aan dat ik onder deze omstandigheden mijn aandelen niet zal verkopen of jouw aandelen zal kopen. (…)

2.14

Daarop heeft [D] bij e-mail van 19 september 2016 aan [C] onder meer als volgt gereageerd:

(…) Je bent alleen bezig met andere zaken en voor ROYAUMS doe je nauwelijks iets, en dit was natuurlijk niet de afspraak. Dat je terugkomt op de afspraak die gemaakt is door ons op 29 juni jl. waarbij je mijn aandelen zou kopen is uiteraard ook niet correct (…).

2.15

Bij e-mail van 23 september 2016 heeft [C] daarop gereageerd:

(…) Dat je jouw aandelen aan mij hebt aangeboden is onjuist, dat jij deze graag aan mij wil verkopen onder dwang omdat het niet goed zou gaan tussen ons, is de waarheid. (…).

2.16

Bij brief van 29 september 2016 heeft [C] namens [B] [A] opgeroepen voor een algemene vergadering van aandeelhouders van Royaums op 10 oktober 2016 met als enig agendapunt het ontslag van [D] als bestuurder van Royaums.

2.17

Op de algemene vergadering van aandeelhouders van 10 oktober 2016 heeft [B] voor het ontslag van [D] gestemd, en [A] tegen. Die zelfde dag heeft [C] [D] uit het handelsregister laten uitschrijven als bestuurder van Royaums.

2.18

In een e-mail van 11 oktober 2016 van de Chinese fabrikant (door partijen de heer [H] genoemd) van producten voor Royaums aan [G] , productiemanager bij Royaums (hierna: [G] ), staat onder meer het volgende:

I don’t know what is going on now, you told me you will send all the SS17 orders 2 weeks ago, but I still didn’t get the total order. (…) We only made 190 pairs shoes last month. Some Korean order, some fat Wu order, some Cero Nine samples some Qifesh samples. No Royaums at all. (…) I am serious, don’t push me finishing the order on time if you guys keep wasting time like this.

2.19

Met ingang van 12 oktober 2016 is de onderneming van Qifesh opgeheven.

2.20

Bij e-mail van 13 oktober 2016 heeft [C] aan [F] (hierna: [F] ), medewerker van 2HelpU, het administratiekantoor dat in opdracht van Royaums haar salarisadministratie en andere boekhoudkundige werkzaamheden verricht(te), laten weten:

Bijgaand stuur ik jullie een nieuwe KVK uittreksel na wijziging van het bestuur. Ik verzoek jullie nadrukkelijk geen informatie te delen met oud-werknemers die hiertoe niet bevoegd zijn.

2.21

In een daaropvolgende e-mail van diezelfde middag van [F] aan [C] staat onder meer:

Ik heb van je zus (…) begrepen dat je de administratie ergens anders wilt onderbrengen. Om alles op een juiste manier af te kunnen sluiten ontvangen wij graag van jou een schriftelijke bevestiging waarin je aangeeft per wanneer je bij ons stopt. Laat ook even weten wanneer we de salarisadministratie stop moeten zetten. (…).

2.22

Royaums had ten tijde van de terechtzitting een bedrag van circa € 450.000 aan liquide middelen.

3 De gronden van de beslissing

3.1

Nu namens Royaums zowel, samen met [A] , een verzoekschrift als, samen met [B] c.s., een verweerschrift is ingediend, zal de Ondernemingskamer ter bevordering van de leesbaarheid van deze beschikking bij de weergave van stellingen en standpunten verzoeksters aanduiden met [A] en verweerster en belanghebbenden met [B] c.s.

3.2

Ter toelichting op het verzoek heeft [A] het volgende aangevoerd. [C] heeft zich sinds februari 2016 steeds minder ingezet voor Royaums. Dat moment valt ongeveer samen met de oprichting door [C] van Qifesh, dat zich blijkens het uittreksel uit het handelsregister richt op “ontwerpen, laten produceren en verkopen van fashion”. Met die onderneming treedt [C] in concurrentie met Royaums. [C] heeft in dit verband voorts het relatienetwerk en de knowhow van Royaums aangewend voor de activiteiten van Qifesh. Terwijl de productie door [H] voor Royaums in gevaar komt vanwege het uitblijven van door [C] te ontwerpen designs, heeft [C] wel een (proef)order geplaatst bij [H] voor de productie van schoenen voor Qifesh. Met ingang van augustus 2016 heeft [C] elke inspanning voor Royaums gestaakt. Naamsbekendheid is belangrijk voor Royaums; die is ondermijnd door gebrek aan activiteit van [C] op social media.

Door toedoen van [C] heeft de Rabobank de relatie met Royaums beëindigd. Na escalatie van het conflict heeft [C] in strijd met wet en statuten maatregelen getroffen die de positie van [D] als bestuurder en het belang van Royaums schaden. Zo heeft hij gepoogd [D] als bestuurder te ontslaan, heeft hij [D] uitgeschreven uit het handelsregister, zijn telefoon en e-mailaccount laten blokkeren, de sloten van de bedrijfsruimte van Royaums laten vervangen, de relatie met het administratiekantoor beëindigd, en twee voor de onderneming cruciale medewerkers, te weten [G] en [I] (broer van [D] ) op non-actief gesteld. De vrees bestaat dat [C] gelden zal onttrekken aan Royaums, aldus [A] . Op het verwijt van [C] dat [D] met werknemers van Royaums in april 2016 in het geheim is begonnen met twee nieuwe kledinglijnen onder de namen Monde Elite en Naughty by Jungle heeft [A] aangevoerd dat Monde Elite slechts een instagramaccount is zonder achterliggend businessmodel, CeroNine het eigen merk van [H] is en laatstgenoemde met [D] heeft gesproken over mogelijkheden de Nederlandse markt te betreden. De bedoeling is dat Naughty by Jungle een modemerk zal worden, maar niet in concurrentie met Royaums, omdat Naughty by Jungle zich uitsluitend zal richten op de verkoop van petjes; er zijn geen werknemers ingezet voor een van die merken tijdens werktijd die zij aan Royaums hadden moeten besteden, aldus [A] .

3.3

[B] c.s. hebben - samengevat - het volgende aangevoerd.

- [D] heeft sinds het najaar van 2015 alles in het werk gesteld om [C] tegen te werken, te isoleren en buiten spel te zetten. [D] heeft zich in dat verband binnen Royaums omringd met vertrouwelingen, te weten [G] (kennis van de heer [D] ), [I] en [K] (zus van [D] ). Ten bewijze van dit een en ander heeft [C] verwezen naar een groot aantal door hem overgelegde Whatsapp-berichten tussen [D] en diens “vertrouwelingen”.

- [C] heeft [D] reeds in december 2015 op de hoogte gesteld van zijn voornemen tot oprichting van Qifesh. Destijds heeft [D] daartegen geen bezwaar gemaakt. [C] betwist dat de activiteiten van Qifesh concurrerend zijn aan die van Royaums. De mail van 11 oktober 2016 van [H] aan [G] (zie hierboven onder 2.18) is opgesteld in opdracht van [D] . Op 12 oktober 2016 heeft [C] de registratie in het handelsregister met betrekking tot Qifesh teruggetrokken.

- Met betrekking tot beëindiging van de bankrelatie door de Rabobank hebben [B] c.s. aangevoerd dat zij die relatie daarvoor al zelf wilden beëindigen vanwege de onheuse behandeling van [C] door de Rabobank.

- [B] c.s. betwisten dat [C] niet beschikbaar zou zijn voor Royaums. Bovendien doen [D] en diens vertrouwelingen er alles aan om [C] buiten de deur te houden, gezien de Whatsapp-berichten.

- [D] heeft [C] op het verkeerde been gezet; [D] heeft in 2013 huwelijkse voorwaarden laten opstellen en is daarna in alle stilte gescheiden. Indien [C] hiervan op de hoogte zou zijn geweest, dan zou [C] nimmer hebben ingestemd met de inbreng in Royaums Holding en de splitsing die daarop heeft plaatsgevonden. [A] had op één van beide momenten [C] moeten informeren over beide gebeurtenissen en zijn aandelen vanwege die gebeurtenissen op grond van artikel 6.2 lid 9 van de statuten van Royaums moeten aanbieden.

- [C] heeft niet verkeerd gehandeld door over te gaan tot ontslag van [D] als bestuurder van Royaums. De door [C] verrichte acties na het ontslag van [D] waren in het belang van Royaums. Uit de overgelegde Whatsapp-berichten blijkt volgens [B] c.s. dat [D] en medewerkers [C] belachelijk maken, frauduleuze handelingen verrichten en dat het administratiekantoor samen met [D] optrekt. Voorts is [D] arbeidsongeschikt, kan hij zijn werkzaamheden als bestuurder niet uitoefenen en disfunctioneert hij ook overigens als bestuurder. Het is aan [D] te wijten dat activiteit op social media is vertraagd.

- [C] verwijt [D] voorts dat hij met werknemers van Royaums in april 2016 in het geheim is begonnen met twee nieuwe kledinglijnen onder de namen Monde Elite en Naughty by Jungle, waarbij de relaties van Royaums worden ingezet om samen met [H] in China deze merken gestalte te geven. Nog een andere modelijn, CeroNine, heeft [D] buiten medeweten van [C] met [H] opgezet. Facturen daarvan worden ten onrechte in rekening gebracht bij Royaums.

3.4

De Ondernemingskamer stelt voorop dat zij slechts onmiddellijke voorzieningen voorafgaand aan een beslissing op het enquêteverzoek kan treffen, indien er naar haar voorlopig oordeel gegronde redenen zijn om aan een juist beleid en juiste gang van zaken te twijfelen.

3.5

Allereerst is de vraag aan de orde of sprake is van een impasse in het bestuur van Royaums. [B] c.s. menen van niet, omdat volgens hen op de algemene vergadering van aandeelhouders van 10 oktober 2016 een rechtsgeldig besluit tot ontslag van [D] als bestuurder van Royaums is genomen, als gevolg waarvan [C] thans enig bestuurder is. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer gaat die stelling niet op. [B] c.s. hebben niet betwist dat [A] aandeelhouder is van Royaums. Niet valt in te zien hoe de opstelling van huwelijkse voorwaarden in 2013 tussen [D] en zijn toenmalige echtgenote, alsmede de scheiding van [D] van diens echtgenote in 2015 ten aanzien van [A] valt te kwalificeren als “overgang door boedelmenging op grond van huwelijksvermogensrecht” op grond waarvan een aanbiedingsplicht (en daarmee opschorting van stemrecht) ontstaat. Dit standpunt is in rechte niet houdbaar. De Ondernemingskamer gaat er derhalve bij haar verdere beoordeling van het verzoek van uit dat [D] stemgerechtigd was en van een rechtsgeldig ontslagbesluit daarom geen sprake is, nu [D] op de algemene vergadering tegen het voorstel tot ontslag heeft gestemd. De besluitvorming tijdens deze algemene vergadering van aandeelhouders, gevolgd door het uitschrijven van [D] als bestuurder van de vennootschap, vormen een gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van de vennootschap.

3.6

Voorts zijn er vraagtekens te stellen bij de achterliggende redenen van het beëindigen door Rabobank van de bankrelatie met Royaums. Ter terechtzitting heeft [C] hierover geen duidelijkheid willen verschaffen.

3.7

Dat de verhoudingen tussen [D] en [C] ernstig zijn verstoord en dat die verhoudingen zich kenmerken door een groot wantrouwen over en weer blijkt uit de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden en uit de standpunten van partijen, waarin zij elkaar over en weer tal van verwijten maken. Hierdoor doet zich, gelet op de stemverhoudingen een impasse voor in zowel het bestuur als de algemene vergadering van aandeelhouders. Voorzienbaar is dat deze impasse de onderneming van Royaums ernstig zal schaden, zo niet haar continuïteit in gevaar zal brengen. Immers, uit de opmerkingen van partijen ter zitting daarover valt af te leiden dat hooguit enkele weken resteren om ten behoeve van de voorjaarscollectie 2017 alle ontwerpen gereed te hebben en de productie in China te kunnen laten aanvangen. Zolang de impasse voortduurt, bestaat het risico dat de daarvoor noodzakelijke besluitvorming niet van de grond komt. Is die voorjaarscollectie niet of niet tijdig gereed dan zal dat - naar ter zitting van de zijde van [D] onweersproken is gesteld - leiden tot wanprestatie van Royaums jegens haar afnemers, met alle gevolgen van dien.

3.8

Naar het voorlopig oordeel van de Ondernemingskamer volgt uit de voorgaande overwegingen eveneens dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken.

3.9

Door [C] op de overgelegde Whatsapp-berichten gebaseerde aantijgingen jegens [D] en/of medewerkers van Royaums, onder meer met betrekking tot (pogingen tot) fiscale fraude, de verkoop van schoenen van Royaums buiten de boeken van Royaums om en het opstellen van spookfacturen, acht de Ondernemingskamer onvoldoende toegelicht. Evenmin is de Ondernemingskamer uit de overgelegde Whatsapp-berichten gebleken dat het administratiekantoor “onder één hoedje speelt” met [D] . Ook deze stelling is blijven steken in een insinuatie.

3.10

Ter doorbreking van de impasse acht de Ondernemingskamer het noodzakelijk bij wijze van onmiddellijke voorziening een onafhankelijke bestuurder te benoemen en aandelen ten titel van beheer over te dragen aan een onafhankelijke beheerder van aandelen.

3.11

Voorts kan het in het belang van Royaums niet langer bestaan dat de neven gezamenlijk als bestuurders actief zijn. Ter toelichting daarvan geldt het volgende.

3.12

[D] en [C] dulden elkaar niet langer als medebestuurder. De Ondernemingskamer wijst in dit verband op het feit dat enerzijds [D] de toegang van [C] tot de bankzaken van Royaums heeft geblokkeerd en anderzijds [C] heeft gepoogd [D] als bestuurder van Royaums te ontslaan, en hem vervolgens als bestuurder uit het handelsregister heeft uitgeschreven en de toegang tot zijn zakelijke telefoon en e-mail en tot de bedrijfsruimte heeft belemmerd. Daarnaast kan uit de grote hoeveelheid door [B] c.s. in het geding gebrachte Whatsapp-berichten tussen [D] en medewerkers van Royaums worden afgeleid, dat [D] weinig verwachtingen heeft van een samenwerking met [C] . De ontwikkeling van nieuwe merken door beide bestuurders buiten Royaums om wekt voorts de indruk dat zowel [C] als [D] sinds enige tijd de intentie hebben zich te richten op het benutten van commerciële kansen buiten hun onderlinge samenwerkingsverband in Royaums. Daarbij is thans niet vast te stellen - partijen hebben een op vele punten van elkaar afwijkende lezing van de gebeurtenissen gegeven - en ook niet van belang, of en in welke mate die activiteiten tot op heden daadwerkelijk zijn uitgevoerd, of en in welke mate zij met Royaums concurreren, welke rol [C] respectievelijk [D] daarin speelt, en of en wanneer precies de ander op de hoogte is gesteld van die (voorgenomen) activiteiten. Waar het thans om gaat is dat die gang van zaken de teloorgang van hun samenwerking en de gebrekkige communicatie tussen hen beiden onderstreept. Dit een en ander schaadt de belangen van Royaums.

3.13

Gelet op hetgeen is overwogen in 3.12 hiervoor acht de Ondernemingskamer het noodzakelijk om bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding in verband met de toestand van Royaums en de met haar verbonden onderneming [D] en [C] te schorsen als bestuurders van Royaums en te bepalen dat zij gedurende hun schorsing geen recht hebben op enige managementvergoeding. Vanzelfsprekend is het aan de te benoemen bestuurder overgelaten om te bepalen of en door wie hij zich bij de uitoefening van zijn werkzaamheden laat bijstaan. In dat kader kan de bestuurder (ook) een beroep doen op [D] en/of [C] tegen een door hem te bepalen vergoeding. De te benoemen bestuurder mag het bovendien tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling tussen partijen te beproeven.

3.14

De Ondernemingskamer zal gelet op het voorgaande en ter doorbreking van de impasse in de algemene vergadering, bij wijze van onmiddellijke voorziening bepalen dat alle aandelen in het geplaatste kapitaal van Royaums, met uitzondering van één door [A] en één door [B] gehouden aandeel in Royaums, ten titel van beheer zullen zijn overgedragen.

3.15

Voor het treffen van meer of andere voorzieningen ziet de Ondernemingskamer thans geen aanleiding.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

schorst bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding [D] en [C] als bestuurders van Royaums, en bepaalt dat zij gedurende hun schorsing geen recht hebben op enige managementvergoeding, behoudens voor zover de hierna te benoemen bestuurder anders beslist (zie rechtsoverweging 3.13);

benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Royaums;

bepaalt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding dat alle aandelen in het geplaatste kapitaal van Royaums, met uitzondering van één door [A] en één door [B] gehouden aandeel in Royaums, ten titel van beheer met ingang van heden zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;

bepaalt dat het salaris en de kosten van de bestuurder en van de beheerder van aandelen ten laste komen van Royaums en bepaalt dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder respectievelijk beheerder van aandelen zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van hun werkzaamheden;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de meer of anders verzochte onmiddellijke voorzieningen af;

houdt de behandeling van het enquêteverzoek tot op eerste verzoek van (een van) partijen aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Faber, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 november 2016.