Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4380

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-11-2016
Datum publicatie
22-11-2016
Zaaknummer
13/730062-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verweer dat de verdachte geen criminele intenties is tot op heden onvoldoende aannemelijk geworden en doet vooralsnog niet af aan aanwezigheid ernstige bezwaren. Voorts sprake van vluchtgevaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/730062-16

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Verenigde Staten) op [geboortedag] 1969,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in het huis van bewaring Almere Binnen te Almere,

tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 17 oktober 2016, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. M.D. Rijnsburger.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.

Gelet op de inhoud van het dossier en ook de eigen verklaring van de verdachte zijn er ernstige bezwaren dat de verdachte betrokken is geweest bij de op de vordering inbewaringstelling vermelde feiten. Dat de verdachte hierbij geen criminele intenties heeft gehad is vooralsnog onvoldoende aannemelijk geworden.

Gezien het feit dat de verdachte zelf opgeeft te resideren in Colombia, ook opgeeft een verblijfadres in New York te hebben, geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en bovendien al dan niet beroepsmatig de wereld lijkt rond te reizen, acht het hof vluchtgevaar aan de orde, in die zin dat er gronden zijn om te vrezen dat de verdachte zich aan berechting in Nederland zal onttrekken dan wel niet voor justitie vindbaar zal zijn.

Met betrekking tot de onderzoeksgrond overweegt het hof dat deze gehandhaafd blijft, nu de advocaat-generaal aannemelijk heeft gemaakt dat nog onderzoekshandelingen worden verricht waarvoor continuering van de voorlopige hechtenis is vereist.

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen. Het hof is vooralsnog van oordeel dat het vluchtgevaar onvoldoende kan worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden terwijl bovendien de voorlopige hechtenis nodig is voor de waarheidsvinding. Het aanbod tot betaling van een borgsom doet daar niet aan af.

Nu niet duidelijk is hoe lang er nog onderzoek nodig is ziet het hof geen aanleiding om de duur van de voorlopige hechtenis nu te beperken.

13/730062-16

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 9 november 2016 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. M. Iedema en J.H. Wesselink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 9 november 2016,

de advocaat-generaal