Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4367

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-10-2016
Datum publicatie
09-11-2016
Zaaknummer
15/860001-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Schorsing voorlopige hechtenis ondanks aanwezigheid van 12jaarsgrond (geschokte rechtsorde), nu sprake is van een aanpassing omschrijving feiten ex artikel 314a Sv en nu inhoudelijke behandeling niet op korte termijn zal plaatshebben.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

15/860001-16

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring Zwaag te Zwaag,

tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 23 september 2016, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 23 september 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. B.J.W. Tijkotte.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust, met dien verstande dat het hof thans geen ernstige bezwaren meer aanwezig acht voor het onder 1 op de vordering inbewaringstelling vermelde feit. Het hof heeft daarbij acht geslagen op de door de raadsman overgelegde aanpassing omschrijving feiten in tenlastelegging ex artikel 314a Sv waaruit blijkt dat de officier van justitie voornemens is het als feit 1 op de vordering inbewaringstelling vermelde feit te laten vervallen.

Voor het onder 2 op de vordering inbewaringstelling vermelde feit acht het hof voldoende ernstige bezwaren aanwezig.

Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet.

Gelet op het vorenstaande alsmede gelet op het feit dat de verdachte al gedurende lange tijd zich in voorlopige hechtenis bevindt en de inhoudelijke behandeling van de strafzaak niet op korte termijn zal plaatshebben, ziet het hof aanleiding om de voorlopige hechtenis, ondanks de geschokte rechtsorde als grond voor de voorlopige hechtenis, te schorsen tot aan de eerstvolgende behandeling van de strafzaak.

15 860001-16

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, met dien verstande dat de voorlopige hechtenis voor het onder 1 op de vordering inbewaringstelling vermelde feit wordt opgeheven.

SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 27 oktober 2016 om 14:00 uur tot aan de eerstvolgende behandeling van zijn zaak, welke beschikking afzonderlijk zal worden geminuteerd.

Deze beschikking is gegeven op 26 oktober 2016 in raadkamer van dit hof door

mr. M.J.G.B. Heutink , voorzitter,

mrs. J.L. Bruinsma en N.N. Kirkels- Vrijman, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 26 oktober 2016,

de advocaat-generaal

15/860001-16

[.]

[.]

[.]

[.]