Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4247

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
28-10-2016
Zaaknummer
23-002205-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Poging tot afpersing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-002205-15

datum uitspraak: 4 oktober 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 mei 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-654057-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Lelystad te Lelystad.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 september 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:


hij, op of omstreeks 28 februari 2015, te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging hierin bestond dat verdachte naar voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is gelopen en heeft geroepen: "Ik kanker je in elkaar en ga van je stelen, Ik maak jullie kapot, Ik ga je in elkaar kankeren, ik maak je telefoon kapot" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) - nadat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] had(den) plaatsgenomen in een auto - een deur van die auto heeft opengemaakt en/of opengetrokken en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geroepen: "Ik ga je spullen afpakken, Ik pak je spullen af als jullie mij geen geld geven, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij, op of omstreeks 28 februari 2015, te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, naar voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is gelopen en heeft geroepen: "Ik kanker je in elkaar en ga van je stelen, Ik maak jullie kapot, Ik ga je in elkaar kankeren, Ik maak je telefoon kapot" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) - nadat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] had(den) plaatsgenomen in een auto - een deur van die auto heeft opengemaakt en/of opengetrokken en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geroepen: "Ik ga je spullen afpakken, Ik pak je spullen af als jullie mij geen geld geven, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:


hij, op of omstreeks 28 februari 2015, te Amsterdam, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik kanker je in elkaar, Ik maak jullie kapot en/of Ik ga je in elkaar kankeren", en/of vervolgens achter voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is gelopen en -nadat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] had(den) plaatsgenomen in een auto- een deur van die auto heeft opengemaakt en/of opengetrokken, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Het hof neemt over de bewijsmiddelen zoals vermeld in de aanvulling verkort vonnis waarvan beroep onder de nummers 1, 2, 3 en 4, met dien verstande dat het hof ten aanzien van de bewijsmiddelen onder 1 en 2 begrijpt dat die verklaringen van de verdachte betrekking hebben op ‘28 februari 2015 te Amsterdam’.

Bespreking van de gevoerde verweren

De raadsvrouw heeft het hof verzocht de verdachte van de ten laste gelegde feiten vrij te spreken. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verklaard dat de verdachte bedreigende teksten heeft geuit. De verdachte betwist dat hij bedreigende bewoordingen heeft geuit en wordt daarin gesteund door de verklaring die [getuige 1] als getuige bij de raadsheer-commissaris heeft afgelegd. Getuige [getuige 2] wenste niet te worden gehoord en ondersteunt de verklaring van aangevers dus niet. Ook het gegeven dat de verdachte niet is weggelopen toen de politie arriveerde ondersteunt de verklaring van de verdachte. Daarnaast was er geen sprake van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling, gelet op de verklaring van de verdachte dat hij om geld heeft gevraagd en niet heeft geëist dat het geld aan hem zou worden gegeven.

Het hof overweegt als volgt.

De door de raadsvrouw ter terechtzitting gevoerde verweren worden weerlegd door de inhoud van de gebruikte bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair:

hij op 28 februari 2015 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van geld toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], naar voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft geroepen: "Ik kanker je in elkaar en ga van je stelen, Ik maak jullie kapot, Ik ga je in elkaar kankeren, Ik maak je telefoon kapot" en - nadat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hadden plaatsgenomen in een auto - een deur van die auto heeft opengetrokken en tegen die [slachtoffer 2] heeft geroepen: "Ik pak je spullen af als jullie mij geen geld geven", terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot afpersing.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg (naar het hof begrijpt:) primair bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor de primair ten laste gelegde poging tot afpersing zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.

De raadsvrouw heeft het hof verzocht de verdachte geen hogere gevangenisstraf op te leggen dan in eerste aanleg is opgelegd, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden en gelet op het feit dat de verdachte die straf inmiddels in voorlopige hechtenis volledig heeft ondergaan.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing van twee mannen, door bedreigende bewoordingen jegens hen te uiten opdat zij geld aan hem zouden geven. De verdachte heeft zijn woorden kracht bijgezet door de deur van de auto waarin zij hadden plaatsgenomen open te trekken. Dat is een ernstig feit dat blijkens de door de slachtoffers afgelegde verklaringen bij hen angst heeft veroorzaakt. Bovendien kan een dergelijk – in het openbaar gepleegd – feit de in de samenleving heersende gevoelens van onveiligheid versterken.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 september 2016 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld, onder meer ten aanzien van een bedreiging, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 63 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. C.N. Dalebout en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 oktober 2016.