Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4175

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-10-2016
Datum publicatie
20-10-2016
Zaaknummer
23-001882-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

stalking door middel van abonnementen en postpakketten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-001882-16

datum uitspraak: 19 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-706993-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Oostenrijk) op [geboortedag] 1940,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 26 maart 2014 Amsterdam, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte in voornoemde periode een of meermalen:

- een (grote) hoeveelheid ongefrankeerde postkaarten en/of (niet door [slachtoffer] aangevraagde/bestelde) post- pakketten en/of bladen en/of tijdschriften ((onder meer) het Algemeen Dagblad en/of de Prive en/of Koken & Genieten en/of Readers Digest en/of Look for less en/of dames modeblad Witt International en/of de Telegraaf en/of dames modeblad Atelier en/of La Cucina Italiana en/of modeblad Peter Hahn en/of KWF kankerbestrijding) naar haar ([slachtoffer]) huisadres en/of op haar ([slachtoffer]) naam ([adres 2]) gestuurd en/of

- een (grote) hoeveelheid bestelformulieren ingevuld op naam van [slachtoffer] en/of abonnementen op haar ([slachtoffer]) naam heeft afgesloten en/of

- een aanvraagkaart van een Sieradenclub ingevuld met [slachtoffer] gegevens en/of

- een of meer kaarten met daarop een of meer dreigende teksten, zoals (onder meer) “Je gaat dood” en/of "Je gaat je graf in” naar haar ([slachtoffer]) huisadres gestuurd en/of

- een of meer kaarten met daarop een of meer afbeeldingen en/of tekeningen van (onder meer) galgen en/of grafkelders en/of vechthonden naar haar ([slachtoffer]) huisadres heeft gestuurd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal om proceseconomische redenen worden vernietigd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 26 maart 2014 te Amsterdam, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te dulden, immers heeft verdachte in voornoemde periode:

- een hoeveelheid ongefrankeerde postkaarten en niet door [slachtoffer] aangevraagde/bestelde post- pakketten en bladen en tijdschriften, onder meer het Algemeen Dagblad en de Privé en Koken & Genieten en Readers Digest en Look for less en dames modeblad Witt International en de Telegraaf en dames modeblad Atelier en La Cucina Italiana en modeblad Peter Hahn en KWF kankerbestrijding naar haar, [slachtoffer], huisadres gestuurd en

- een hoeveelheid abonnementen op haar, [slachtoffer], naam heeft afgesloten.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Het hof acht hierbij mede redengevend hetgeen de rechtbank in de bewijsoverweging op pagina 2 en 3 van het vonnis in eerste aanleg heeft weergegeven.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

belaging.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot 160 uur taakstraf, subsidiair 80 dagen hechtenis, waarvan 80 uur, subsidiair 40 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot 160 uur taakstraf, subsidiair 80 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte, zoals mede gebleken uit het de verdachte betreffende pro justitia rapport van 11 maart 2016 en het reclasseringsrapport van 14 december 2015.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer]. Zij heeft gedurende ruim anderhalf jaar een groot aantal postpakketten en tijdschriften naar het huisadres van het slachtoffer laten sturen en abonnementen op naam van het slachtoffer afgesloten. Een dergelijke handelwijze is intimiderend voor het slachtoffer, nu op indringende wijze inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer. Door het slachtoffer kon dit als beangstigend en bedreigend worden ervaren. De verdachte heeft hiermee bovendien het slachtoffer veel overlast bezorgd doordat zij de pakketten moest terugsturen en de abonnementen moest opzeggen.

Gelet op de ernst van het feit en de proceshouding van de verdachte kan niet worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf, zoals door de raadsman verzocht. Het hof ziet echter in de gevorderde leeftijd van de verdachte en het feit dat zij blijkens het haar betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 september 2016 niet eerder is veroordeeld aanleiding een deel van de straf in voorwaardelijke vorm op te leggen.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met behulp van de onder 1 en 3 op de beslaglijst genoemde in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.982,70. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.482,70. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de op de beslaglijst onder 1 en 3 genoemde voorwerpen, te weten een antwoordkaart sieradenclub (4737026) en ingevulde handgeschreven antwoordkaarten (4753040).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de op de beslaglijst onder 2 genoemde voorwerpen, te weten 5 puzzels en 1 notitie (4799572).

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.506,50 (duizend vijfhonderdenzes euro en vijftig cent) bestaande uit € 6,50 (zes euro en vijftig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.506,50 (duizend vijfhonderdenzes euro en vijftig cent) bestaande uit € 6,50 (zes euro en vijftig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. F.M.D. Aardema en mr. J.W. Moors, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 oktober 2016.

[......]

[......].