Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4165

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-10-2016
Datum publicatie
20-10-2016
Zaaknummer
23-003367-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal Albert Heijn, bedreiging winkelpersoneel. Splitsing feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 23-003367-15

Datum uitspraak: 18 oktober 2016

VERSTEK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 6 augustus 2015 in de strafzaak onder de parketnummers 13-702426-15 en 13-702325-14 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1985,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Omvang van het geding in hoger beroep

De verdachte is bij vonnis waarvan beroep veroordeeld voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Amsterdam bij voormeld vonnis de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 29 juli 2014 (parketnummer 13-702325-14) opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 57 dagen gelast.


Op de terechtzitting in hoger beroep van 4 oktober 2016 is de splitsing bevolen van de zaak betrekking hebbend op het onder 3 ten laste gelegde, van de zaak betrekking hebbend op het onder 1 en 2 ten laste gelegde en de vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling, nu dit in het belang van het onderzoek wordt geacht. Dit gelet op de aard van de ten aanzien van feit 3 te beantwoorden rechtsvraag en om vertraging in de afdoening van de overige zaken te voorkomen.

De inhoudelijke behandeling van de zaak met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde is aangehouden tot een nader te bepalen terechtzitting in hoger beroep. Deze zaak zal worden voortgezet onder parketnummer 23-003706-16.

Het hierna volgende betreft dus uitsluitend het hierboven genoemde vonnis van de rechtbank voor zover dit betrekking heeft op het onder 1 en 2 ten laste gelegde feit en de vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Voor zover thans aan de orde is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 27 juli 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fles wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn To Go (gevestigd aan de [adres]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2:
hij op of omstreeks 27 juli 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"ik weet waar je woont en waar je werkt" en/of "als ik je de volgende keer op straat zie dan maak ik je af" en/of "ik krijg je nog wel, als je een keer niet oplet dan pak ik je", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of daarbij (op korte afstand) zijn met tot vuist gebalde hand(en) in de richting van voornoemde [slachtoffer] gehouden en/of (op korte afstand) zijn arm(en) in de richting van voornoemde [slachtoffer] bewogen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op 27 juli 2015 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles wijn, toebehorende aan Albert Heijn To Go, gevestigd aan de [adres];


2:
hij op 27 juli 2015 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd : "als ik je de volgende keer op straat zie dan maak ik je af".

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 weken met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich achtereenvolgens schuldig gemaakt aan winkeldiefstal en bedreiging van een winkelmedewerker met enig misdrijf tegen het leven gericht. Met zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van het betreffende winkelbedrijf. Winkeldiefstal is een vervelend feit, dat naast schade vaak ook veel hinder voor de betrokken winkelier meebrengt. Door de bewezenverklaarde bedreiging heeft de verdachte het slachtoffer agressief bejegend. Hij heeft op intimiderende wijze het slachtoffer bedreigingen toegevoegd die geschikt zijn om gevoelens van angst op te wekken.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 september 2016 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake van vermogensdelicten, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2014 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 57 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover in deze strafzaak aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 juli 2014, parketnummer 13-702325-14, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 57 (zevenenvijftig) dagen met aftrek van de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. M.J.A. Duker en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Oomkes, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 oktober 2016.

De oudste en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.