Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4028

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
14-10-2016
Zaaknummer
200.183.543/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering pandhouder op een van de vele debiteuren van pandgever. Verweer: vordering van pandhouder op pandgever is voldaan. Vordering van pandhouder is voor het overige irreëel. Nog geen rechterlijke uitspraak hierover gedaan. Comparitie van partijen. Deskundigenbericht?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2976

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.183.543/01

zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam: 3810723\CV EXPL 15-2277

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 oktober 2016

inzake

de maatschap naar burgerlijk recht

[X] & CO ACCOUNTANTS EN ADVISEURS,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. R. van Biezen te Den Haag,

tegen:

HOLDING T2 DETACHERINGEN B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellante,

advocaat: mr. B.E.H. Zwezerijnen te IJsselstein.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [X] en T2 genoemd.

[X] is bij dagvaarding van 27 november 2015 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 4 september 2015, gewezen tussen [X] als eiseres en T2 als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;

- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[X] heeft in principaal hoger beroep geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog T2 zal veroordelen tot betaling van € 18.670,59, te vermeerderen met rente over de hoofdsom van

€ 15.649,03 en buitengerechtelijke incassokosten, met beslissing over de proceskosten, met nakosten.

T2 heeft in principaal en incidenteel hoger beroep geconcludeerd dat het hof het door [X] gevorderde zal afwijzen en het vonnis (integraal) zal vernietigen, met - uitvoerbaar bij voorraad - beslissing over de proceskosten.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.11 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt.

2.1.

Bij overeenkomst van 6 november 2007 is er ten behoeve van [X] een pandrecht gevestigd op onder meer bestaande en toekomstige vorderingen van de maatschap Nu Advies Accountants en Fiscalisten (hierna: Nu Advies).

2.2.

Nu Advies heeft accountancywerkzaamheden verricht voor T2.

2.3.

Bij brief van 5 september 2012 heeft [X] aan T2 mededeling gedaan van de verpanding van de vorderingen van Nu Advies.

2.4.

Op 9 september 2012 heeft Nu Advies in een brief aan T2 het pandrecht van [X] betwist en geschreven dat [Y] B.V. (hierna: [Y] ) een ouder pandrecht dan [X] op de debiteuren van Nu Advies heeft.

2.5.

T2 heeft vervolgens een deel van de facturen van Nu Advies voldaan aan Nu Advies, althans aan [Y] . T2 heeft geen betalingen gedaan aan [X] .

2.6.

Nu Advies is op 2 april 2013 in staat van faillissement verklaard.

3 Beoordeling

3.1.

De kantonrechter heeft aangenomen dat in ieder geval ter hoogte van het in deze procedure gevorderde bedrag een vordering van [X] op Nu Advies bestaat. De door T2 erkende vordering van Nu Advies op haar ter hoogte van € 5.261,80 is toegewezen en voor het overige afgewezen op grond van door Nu Advies aan T2 toegezegde crediteringen. Verder is over de toegewezen hoofdsom de wettelijke handelsrente vanaf 28 mei 2014 toegewezen en is [X] veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente.

Tegen deze beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt [X] in principaal hoger beroep met drie grieven en T2 in incidenteel hoger beroep met twee grieven op.

3.2.

Het hof ziet aanleiding eerst het incidenteel hoger beroep te behandelen en daarbij aan te vangen met grief 2.

In die grief stelt T2 dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij bevrijdend kon betalen aan [Y] naar aanleiding van brieven van Nu Advies en gesprekken met de heren [A] en [B] van Nu Advies.

Dit verweer gaat niet op. Indien T2, ondanks de mededeling van het pandrecht door [X] , op redelijke gronden twijfelde aan wie de betalingen moesten geschieden, dan was zij op grond van artikel 6:37 BW bevoegd geweest haar betalingen op te schorten. Dat heeft T2 echter niet gedaan. Zij heeft desondanks betalingen gedaan aan Nu Advies, althans [Y] . Indien sprake is van een openstaande vordering van [X] op Nu Advies, hetgeen hierna aan de orde zal komen, dan zijn de onderhavige betalingen niet bevrijdend geweest voor T2. Grief 2 in incidenteel hoger beroep faalt dan ook.

3.3.

T2 betoogt in grief 1 in incidenteel hoger beroep dat de kantonrechter er ten onrechte van uit gaat dat [X] een substantiële vordering heeft op Nu Advies, althans dat de vordering in ieder geval hoger is dan de tot op heden geïncasseerde bedragen. Nu Advies en de curator in het faillissement van Nu Advies zijn echter van mening dat de vordering (nagenoeg) nihil is. T2 verwijst in dit verband onder meer naar een brief van de heer [A] aan de curator van 13 augustus 2014 (productie I bij memorie van antwoord/memorie van grieven in incidenteel hoger beroep) en een overzicht van door [X] geïncasseerde bedragen van in totaal € 1.100.000 aan de hand van “ontvangen informatie van gedupeerden” (productie II bij memorie van antwoord/memorie van grieven in incidenteel hoger beroep). De vordering die [X] incasseert, die volgens [X] tenminste € 2.440.660 bedraagt, heeft betrekking op de door het facilitair bedrijf van [X] bij Nu Advies in rekening gebrachte eigen uren. Nu Advies heeft deze uren altijd betwist. Het heeft er veel van weg dat hier met cijfers wordt gemanipuleerd, temeer daar de facturatie in het jaar voor het faillissement van Nu Advies (ruim € 1.200.000) ongekend hoog was. Tot op heden is over de hoogte van de vordering van [X] geen rechterlijke uitspraak gedaan. [X] is in of omstreeks september 2012 door de Accountantskamer geschorst voor een periode van tien jaar wegens “het extreem schrijven van uren” Hij schreef in die periode namelijk 4.000 uren per jaar, aldus T2.

3.4.

Het hof is voornemens een deskundigenbericht te gelasten die toegang zal dienen te krijgen tot de administratie van Nu Advies en [X] teneinde het hof voor te lichten omtrent de hoogte van de vordering van [X] op Nu Advies.

Vooralsnog gaat het hof uit van de volgende te stellen vragen aan de deskundige(n):

  1. wat was de hoogte van de vordering van [X] op Nu Advies ten tijde van de mededeling van het pandrecht?

  2. Zijn de door [X] bij Nu Advies in rekening gebrachte uren en/of kosten gespecificeerd en reëel?

  3. Welk bedrag heeft [X] tot op heden geïncasseerd bij Nu Advies en derden (onder andere debiteuren en belastingdienst)?

  4. Welke andere feiten en omstandigheden uit uw onderzoek gebleken zijn van belang voor een goed begrip van de zaak?

[X] zal als oorspronkelijk eiseres het voorschot van de deskundige(n) dienen te voldoen.

3.5.

Het hof ziet aanleiding een comparitie van partijen te gelasten om met partijen onder meer te overleggen over het aantal deskundigen, naam/namen van de deskundige(n) en de te stellen vragen. Het hof geeft partijen in overweging gezamen-lijk een voordracht voor een of meerdere deskundige(n) te doen. Voorts zal een schikking tussen partijen aan de orde worden gesteld, mede met het oog op de aanzienlijke kosten van een deskundigenbericht.

3.6.

Iedere verdere beslissing in incidenteel en principaal hoger beroep zal worden aangehouden.

4 Beslissing

Het hof:

bepaalt dat partijen, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun raadslieden zullen verschijnen voor mr. J.W.M. Tromp

- die hierbij tot raadraadsheer-commissaris wordt benoemd -, waartoe een zitting zal worden gehouden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 3.5 omschreven doel;

bepaalt dat partijen binnen twee weken na heden op de rol hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende vier maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de comparitie zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de comparitie meer zal worden verleend;

bepaalt dat partijen uiterlijk twee weken vóór de dag van de comparitie de bescheiden waarop zij een beroep zouden willen doen en die nog niet zijn overgelegd, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof en de wederpartij;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.W.M. Tromp en S.B. van Baalen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2016.