Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4003

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-10-2016
Datum publicatie
09-11-2016
Zaaknummer
200.168.900/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK. Enquêteprocedure. Bepaling kosten onderzoek.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 350, geldigheid: 2013-01-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2017/15

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.168.900/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 7 oktober 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. J.L.M. Wonders, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B],

gevestigd te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] ,

gevestigd te [....] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[D] ,

gevestigd te [....] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[E] ,

gevestigd te [....] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[F] ,

gevestigd te [....] ,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[G] ,

gevestigd te [....] ,

VERWEERSTERS,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[H] ,

gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. J.W. de Groot, mr. M.V.A. Heuten en mr. S.M.A. Wiersma, kantoorhoudende te Rotterdam,

e n t e g e n

2 [I] ,

wonende te [....] ,

3. [J],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. H.K. Schrama, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 22 september 2015, 28 september 2015, 29 februari 2016 en 11 juli 2016 in deze zaak.

1.2

Bij de beschikkingen van 22 september 2015 en 28 september 2015 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [B] over de periode vanaf 28 september 2012, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 20.000 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen) en mr. G.T.M.J. Raaijmakers (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.

1.3

Bij de beschikking van 29 februari 2016 heeft de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget verhoogd tot € 30.000 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen).

1.4

Bij brief van 8 juli 2016 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen aan de Ondernemingskamer doen toekomen.

1.5

Bij beschikking van 11 juli 2016 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag van de onderzoeker met de bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.6

Bij brief van 27 juli 2016 (ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 28 juli 2016) heeft de onderzoeker de ten behoeve van het onderzoek verrichtte werkzaamheden gespecificeerd. Voorts heeft de onderzoeker bericht dat hij voor deze werkzaamheden in totaal een bedrag van € 30.000 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen) in rekening heeft gebracht.

1.7

Bij brief van 20 september 2016 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 30 september 2016 schriftelijk uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker.

1.8

Bij brief van 27 september 2016 heeft mr. Evers namens [A] aan de Ondernemingskamer bericht dat [A] instemt met de vaststelling van de kosten van de onderzoeker op een bedrag van € 30.000 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen).

1.9

Bij brief van 30 september 2016 hebben mrs. De Groot en Heuten namens [H] aan de Ondernemingskamer bericht dat [H] eveneens instemt met de vaststelling van de kosten van de onderzoeker op een bedrag van € 30.000 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen).

1.10

Belanghebbenden sub 2 en 3 hebben zich niet uitgelaten over de vaststelling van de kosten van het onderzoek.

2 De gronden van de beslissing

De in rekening gebrachte vergoeding overschrijdt het vastgestelde budget niet. Partijen hebben geen bezwaren aangevoerd. De vergoeding komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal daarom de vergoeding van de onderzoeker –overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW – bepalen als hierna te vermelden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 30.000 (de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen);

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.P. Nieuwe Weme, raadsheren, en dr. P.M. Verboom en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 7 oktober 2016.